Magazine Achter de schermen: op bezoek bij Robby Duiveman
  1. Magazine
  2. Achter de schermen: op bezoek bij Robby Duiveman
  • Caroline Ruijgrok
  • 19 Dec 2017
  • Leestijd: 6 minuten

Achter de schermen: op bezoek bij Robby Duiveman

De wereld achter het toneel van Nationale Opera & Ballet is een voorstelling op zich. Welke rollen zijn er te verdelen? In deze serie volgen we medewerkers van Nationale Opera & Ballet die niet op het podium te zien zijn. Decorbouwers, grimeurs en voorstellingsleiders, maar ook de medische dienst, de brandweer en de medewerkers van de kantine.

Dit keer een gesprek met Robby Duiveman – directeur Kostuums / Kap & Grime – over zijn afdeling. Over flexibiliteit, ambacht en het onmogelijke mogelijk maken.

Visueel dagboek

Alle wanden van het kantoor van Robby Duiveman zijn van boven tot onder gevuld met ingelijste ontwerpschetsen. Grove lijntekeningen van futuristische outfits, gedetailleerde weergaven van historische kostuums en kleurrijke schetsen die niet voor een hedendaags schilderij onderdoen. Elk afbeelding is afkomstig uit een van de producties die hij – in de 17 jaar dat hij inmiddels bij Nationale Opera & Ballet werkzaam is – heeft helpen verwezenlijken. “Ja prachtig hè? Ik noem dit altijd mijn visuele dagboek.”

Robby Duiveman is als directeur Kostuums / Kap & Grime artistiek en financieel verantwoordelijk voor de vertaling en uitvoering van de ontwerpen van de kostuumontwerpers. “Alles wat er op het toneel getoond wordt, is van te voren door mij gezien. Natuurlijk houd ik de beschikbare manuren en het budget in de gaten. Maar ik ben vooral met de ontwerper bezig om het proces vanaf de eerste ontwerpschetsen tot het uiteindelijke kostuum met onze mensen te realiseren.”

Puzzelstukjes

Zo uiteenlopend als de ontwerptekeningen aan de wanden van zijn werkkamer, zijn ook de stijlen en werkwijzen van de verschillende ontwerpers. “Hedendaags gekocht, hedendaags gemaakt, historisch, nagemaakt of fantasie – er zijn ontwerpers die heel precies zijn of die juist schetsmatig werken, ontwerpers die museumstukken willen zien of juist alleen maar tweedehands willen kopen. Het kan alle kanten op. Hoe wij een project invullen en uitvoeren, hangt helemaal van af wat een ontwerper van ons vraagt.”

 

Robby Duiveman samen met Algemeen Directeur Els van der Plas en voormalig Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Jet Bussemaker

 

Robby Duiveman geeft leiding aan het opera-, het ballet- en het kap en grime atelier. Bij elkaar zo’n zestig mensen, waarvan er veertig voor de opera werken. “Bij de opera zijn de ambachten en specialisaties het meest uitgesplitst. We hebben een herenatelier, een damesatelier, een schoenenatelier, en een hoedenatelier inclusief plastische vormgeving. Dan hebben we nog een ververij en een wasserij, kleders, inkopers en assistenten kostuumproductie. Gezamenlijk passen de werkzaamheden van de teams als puzzelstukjes in elkaar.”

Maat nemen

Op basis van de eerste ontwerpen maakt Duiveman een haalbaarheidsanalyse. “Past het qua materiaal, manuren, en tijdsplanning? Pas als de definitieve begroting rond is starten we het proces. Om van ontwerp tot kostuum te komen nemen we een heleboel stappen, dat is een proces van meestal een jaar.” Dat proces begint met het zoeken en inkopen van de juiste stoffen en materialen. “Het kan soms wel 2 tot 3 maanden duren om alles bij elkaar te krijgen, afhankelijk van de grootte van de productie en de uitzonderlijkheid van de ontwerpen.”

Alles wordt door ons bepaald, met de ontwerper besproken en vervolgens gekocht, gemaakt of veranderd. Er zijn geen toevalligheden

Vervolgens worden de technische tekeningen tot in het kleinste detail met de ontwerper en het hoofd van ieder betrokken atelier besproken. “Waar zit de rits? Wat is de valling van de stof? Wordt de stof geverfd of eerst gewassen? Hoeveel sieraden horen er bij dit kostuum? Alles wat op of aan het lichaam gedragen wordt is kostuum, dus ook het ondergoed, de zolen van de schoenen, en de sieraden. Alles wordt door ons bepaald, met de ontwerper besproken en vervolgens gekocht, gemaakt of veranderd. Er zijn geen toevalligheden.”

“We beginnen altijd met het koor. We wachten met de kostuums van de solisten tot de repetities beginnen. Ik vind het belangrijk dat de hoofden van de ateliers zelf maat nemen en patronen tekenen – het maakt dat we de betere kostuums krijgen. We werken niet graag met opgestuurde maten, dat veroorzaakt nogal eens onaangename verassingen.”

 

 

Artistiek proces

En hoe belangrijk is het vakmanschap, de aandacht voor maatwerk en details? “Een beroemd Duits ontwerper heeft eens gezegd: ‘Een detail op zich zie je niet, maar als je het weglaat dan mis je het, dan ontbreekt het’. Elke productie is een artistiek en dus veranderlijk proces. Wat voor een ontwerper belangrijk is, proberen we binnen onze kaders met aandacht en vakmanschap te realiseren. Ik denk dat het publiek dat ziet.”

“Het kostuum is een van de moeilijkste onderdelen van het theater, omdat er zoveel mensen mee te maken hebben. We maken steeds de afweging waar de prioriteit ligt, we zijn altijd in gesprek. Met de ontwerper, de regisseur, met degene die het aan moet.”

“Bij de pianovoorgenerale ziet het artistieke team alle elementen voor het eerst bij elkaar – decor, rekwisieten, kap en grime en kostuum – volledig in de pas gemaakt, compleet met schoenen, sieraden en hoeden of maskers. Alle aanpassingen waartoe dan nog besloten wordt, leveren voor ons dan altijd nog veel werk op in de laatste week voor de première.”

Meestopleiding Coupeur

“We hebben bij Nationale Opera & Ballet een schatkist aan ambachten in huis. Op onze afdeling hebben we op een gegeven moment moeten erkennen dat er te weinig goede jonge mensen waren die wij op het niveau waarop wij werken zouden kunnen inzetten. Samen met collega’s van Toneelgroep Amsterdam, collega’s van het ballet, en een aantal vooraanstaande couturiers die hetzelfde probleem hadden, zijn wij 8 jaar geleden een vaktechnische opleiding gestart om het gat te dichten. Dat werpt inmiddels zijn vruchten af: een heel aantal alumni van de Meesteropleiding Coupeur werkt hier op het atelier.”

“Je merkt ook bij de rondleidingen dat er weer heel veel enthousiasme is, voor het kleermakersvak, maar ook voor de andere ambachten zoals de hoedenmaker, de grimeur, en de ververij. Nu is het wel zo dat je bij ons met een basis binnenkomt, de kneepjes van het vak leer je gaandeweg. En hoe langer je het doet, des te geweldiger je wordt, des te breder je hele spectrum. Lange loopbanen zijn bij ons heel normaal, dat draagt bij aan de kwaliteit van onze afdeling.”

 

 

Carrière

Robby Duiveman is zelf vanaf zijn allerjongste jaren bij het vak betrokken geweest. “Ik kom uit een echt operagezin. Mijn vader was zanger en mijn moeder was grimeuse bij wat nu de Nederlandse Reisopera heet. Sinds ik klein ben wilde ik de kostuums doen, en via een van de ontwerpers die ook professor was in München kwam ik daar op de opleiding terecht, als een van de 7 uit 167 gegadigden. Dat was een geweldig begin van mijn carrière.”

Je moet je altijd blijven vernieuwen, in ontwerp én in het ambacht

Duiveman werkte na zijn opleiding als ontwerper en afdelingsleider onder andere voor de Ruhrtrienale, La Monnaie te Brussel, de Salzburger Festspiele en de Hamburgische Staatoper. “Mijn internationale ervaring en het feit dat ik nog steeds zelf als ontwerper bij producties betrokken ben, is denk ik een groot pluspunt voor onze afdeling. Je moet je altijd blijven vernieuwen, in ontwerp én in het ambacht. Je moet alert blijven, wat gebeurt er, wat is er mogelijk? Er zijn voortdurend weer nieuwe ontwikkelingen.”

“Dat is het leuke en uitdagende van dit vak, je moet alles steeds opnieuw bekijken en bedenken. De beperkingen, dat het draagbaar moet zijn en binnen het budget moet passen, maken het des te uitdagender. De ontwerper kan in feite bedenken wat hij maar wil – gek, moeilijk of haast onvoorstelbaar. Wij proberen het vervolgens te maken, wij maken het mogelijk.”

 

Op 3 februari 2018 wordt er een grote kostuumverkoop gehouden, waarbij zo’n 4000 items zullen worden worden verkocht. “Het wordt geweldig. Denk drie maal de dolle dwaze dagen.”