Magazine Achter de schermen: in het schoenenatelier
  1. Magazine
  2. Achter de schermen: in het schoenenatelier
  • Caroline Ruijgrok
  • 15 Mar 2018
  • Leestijd: 5 minuten

Achter de schermen: in het schoenenatelier

De wereld achter het toneel van Nationale Opera & Ballet is een voorstelling op zich. Welke rollen zijn er te verdelen? In deze serie volgen we medewerkers van Nationale Opera & Ballet die niet op het podium te zien zijn. Decorbouwers, visagisten en voorstellingsleiders, maar ook de medische dienst, de brandweer en de medewerkers van de kantine.

Voor elke nieuwe voorstelling worden er kostuums, maar ook schoenen bedacht. Schoenen met opkrullende neuzen, enorme gespen, dierenhoeven of een hele serie legerlaarzen. Een lichtvoetig gesprek met Pia Klepper, schoenenmaakster van Nationale Opera & Ballet.

Leerbewerking

Elk kostuum in een voorstelling van Nationale Opera & Ballet krijgt een bijpassende schoen. Met meer dan 10 operaproducties per jaar levert dat een enorme hoeveelheid schoenen op. Toch is Pia niet de hele dag bezig met het maken van schoenen. “Nee hoor, dat ligt helemaal aan hoe de verschillende producties qua planning, budget en benodigdheden op elkaar in grijpen. Mijn werk varieert van het bij elkaar zoeken van materialen of schoenen uit de standaardvoorraad tot het echt maken. En ik maak niet alleen schoenen, maar doe eigenlijk alles wat onder leerbewerking valt, ook riemen en tasjes, beenkappen en wapenverpakkingen.”

Dus niet alle schoenen die op het toneel staan worden handgemaakt? “Nee, joh! Dat zou niet kunnen hoor! Het ligt heel erg aan de productie: als het ontwerp hedendaags is, worden bijna alle schoenen gekocht, bij historische of fantasievoorstellingen is er meer handwerk. En dan nog, ik red het niet om voor een heel koor alle schoenen te doen, dat neemt veel te veel tijd. Dan maak ik vaak een prototype aan de hand waarvan een Duits semi-industrieel bedrijf waarmee we werken, de schoenen produceert. Zij zijn gespecialiseerd in kleine oplages voor het theater.”

Pia kijkt even haar atelier rond, haar blik glijdt langs de verschillende machines die er opgesteld staan, en blijft hangen bij een grote tafel waarin een automatische afzuiginstallatie is verwerkt. “Oh, ja, de zolen niet te vergeten! Overal gaat rubber onder, dus ik sta soms hele dagen te lijmen. Echt hoor, onder àlle schoenen gaan antislipzolen, of ik ze nou zelf gemaakt heb of dat ze gekocht zijn, ik neem niet het risico dat iemand op het toneel uitglijdt.”

 

 

Voorraad aanleggen

“Sommige items komen in veel verschillende producties terug, dus daar heb ik graag een voorraad van. Nu ben ik bijvoorbeeld steeds tussendoor, als ik een beetje tijd over heb, kleine tasjes aan het maken die horen bij een legeroutfit van rond de 1e wereldoorlog. Vroeger kon je die gewoon bij legerdumpzaken kopen, maar inmiddels is dat niet zo makkelijk meer, en onze eigen voorraad raakt zo langzamerhand versleten, die dingen zijn namelijk écht al 100 jaar oud!”

Leest en schacht

Pia werd oorspronkelijk opgeleid als docent tekenen en textiel, en werkte daarna enkele jaren bij een klein theatergezelschap. “Daar deed ik alles op kostuumgebied. Toen ik daarna als assistent kostuumproductie bij Nationale Opera & Ballet kwam werken werd mijn interesse voor het schoenenvak gewekt, en heb ik de opleiding tot ambachtelijk schoenmaker gevolgd. In 1999 heb ik toen de schoenmakerij overgenomen van mijn voorganger.”

Het atelier staat vol met machines, attributen en materialen. Een hele wand is gevuld met een ontelbare hoeveelheid leesten. “Ja het is echt vakwerk, dus daar komen een hoop speciale dingen bij kijken. De hele-zolen-pers, een halve-zolen-pers, een rekmachine, een platstikker, een zuil, een schalm, de gewone naaimachine, de industriële naaimachine en ga zo maar door. Maar de leest, die is het belangrijkste voor het maken van een schoen, want de leest bepaalt de vorm van de schacht.” Pia valt even stil en zegt dan lachend: “Oh, dat zijn allemaal vaktermen natuurlijk! De schacht is de bovenkant van de schoen, het bovenwerk. Afhankelijk van het ontwerp, en de maat en breedte van de voet die de schoen gaat dragen, kies je welke leest je gebruikt. Het onderwerk – daar reken ik de zool én de hak toe – wordt daarop aangepast.”

 

 

Ambacht

“Een gewone, standaardschoen krijg ik in 2 à 3 dagen wel voor mekaar, maar met een gedetailleerd ontwerp of ongebruikelijke vorm ben ik wel een week bezig. Omdat we niet alle schoenen die nodig zijn voor de voorstelling in huis produceren, probeer ik vooral de leukste ontwerpen hier te houden – mits dat past binnen de beschikbare tijd natuurlijk.”

Pia bladert door de map met documentatiefoto’s van alle schoenen die ze inmiddels gemaakt heeft. “Kijk, dit was bijvoorbeeld ontzettend leuk om te doen. Voor Het Sluwe Vosje (seizoen 2010-2011 - red.) heb ik allemaal dierenvoeten gemaakt, een kuikentje, een konijn, de vos natuurlijk. Let op: ook de slipzolen hebben de vorm van de voetafdruk van het dier. Maar ik heb bijvoorbeeld ook historische laarzen nagemaakt, romeinse sandalen gevlochten, hele futuristische ontwerpen, en schoenen met echt extreem lange punten… Bijna alles wat je kan bedenken heb ik inmiddels gemaakt.”

“Het is ontzettend leuk werk. Ik werk de hele dag met mijn handen, zit alleen achter de computer om de interne communicatie in de gaten te houden. En het bijzondere vind ik dat je het artistieke niet kunt bereiken zonder de ambachtelijke vakkennis: een ontwerper kan iets geweldigs bedenken, maar als je er niet op kan lopen heb je er niets aan. Als schoenmaker van Nationale Opera & Ballet moet je het ambacht echt beheersen, zodat we ontwerpers daadwerkelijk de ruimte kunnen bieden hun ideeën te realiseren. Omgekeerd vind ik het geweldig dat ik fulltime zo’n bijzonder vak kan uitoefenen.”