Magazine ‘Citizen Nowhere is even persoonlijk als politiek’
  1. Magazine
  2. ‘Citizen Nowhere is even persoonlijk als politiek’
  • Jessica Teague
  • 09 Jan 2017
  • Leestijd: 13 minuten

‘Citizen Nowhere is even persoonlijk als politiek’

De Britse choreograaf David Dawson is een van de meest innovatieve dansmakers binnen het hedendaagse klassiek ballet. ICONS Dance sprak met David Dawson over inspiratie, angst en het laatste werk dat hij voor Het Nationale Ballet in Amsterdam maakte, Citizen Nowhere (2017).

Je hebt een succesvolle carrière achter de rug als danser. Welke invloeden uit die periode van je leven hebben je het meest beïnvloed als choreograaf?

Ik ben opgeleid in Engeland en de eersten die mij in choreografische zin beïnvloed hebben, zijn Sir Frederick Ashton en Sir Kenneth MacMillan. Maar als ik nog verder terug kijk, zijn de grote avondvullende balletten belangrijk om te noemen. Die werken waren van buitengewone kwaliteit en ik ben dan ook erg dankbaar voor de ervaringen die choreograaf  Sir Peter Wright me heeft gegeven. Om zulke fantastische rollen te mogen dansen is zeldzaam, dat overkomt niet iedereen.

Ik verhuisde naar Nederland naar Het Nationale Ballet, omdat ik ontzettend graag het werk van Balanchine wilde leren kennen. Ik hield van de fysieke muzikaliteit van zijn werk, met name van de 'zwart-wit'-balletten zoals Agon, Symphony in Three Movements en The Four Temperaments. In Amsterdam werkte ik ook met Hans van Manen, een andere grote meester en een belangrijke steun voor me toen ik jonger was. In die tijd heb ik mijn eerste choreografie voor Het Nationale Ballet mogen maken.

Daarna ging ik – je zou kunnen zeggen als laatste sprong in mijn carrière als danser – naar Ballett Frankfurt om met choreograaf William Forsythe te werken. Ik heb er twee jaar gedanst en leerde op een andere manier naar een balletgezelschap te kijken. Het was als een soort volwassenwording; we kregen zelf de verantwoordelijkheid voor het creatieve proces. Dat maakte het heel levendig.

Ik heb het geluk gehad met een aantal fantastisch grote meesters te mogen werken. Het is alsof ieder van hen op een bepaalde manier kleur gaf aan wie ik nu geworden ben – en aan wie ik nog zal worden.

Waarom besloot je zo jong al om te stoppen met dansen? Was er een moment dat je je realiseerde dat choreografie je roeping was?

Als ik terugkijk op mijn carrière als danser, is die niet helemaal geslaagd, omdat ik altijd bang was. Toen ik begon te choreograferen kwam ik los van die angst. Tijdens mijn jeugd en danscarrière was ik erg onzeker. Ik was misschien begaafd, maar ik had veel behoefte aan leiding en begeleiding van anderen. Toen Wayne Eagling me vroeg om mijn eerste stuk in Amsterdam te choreograferen, voelde ik voor het eerst enige controle over mijn kunst. Het choreograferen was verslavend, want in het creëren voelde ik me vrij.

Wanneer ik bezig ben met choreograferen, voel ik een niet aflatende golf van energie. Ik kan het gewoon niet uitschakelen. Als de repetitie voorbij is, kan ik niet wachten om weer de studio in te gaan. Het is een plek waar ik graag wil zijn ... met het creëren van dans. Het is voor mij een noodzaak om deze emotioneel gedreven bewegingen te maken, en over te brengen op anderen. Ik wil dat dansers ervaren wat ik zelf als danser niet ervaren heb. Het is alsof je vuurwerk afsteekt en de vonken ziet vliegen; je weet dat het gevaarlijk is en je weet dat het slecht zou kunnen aflopen, maar toch kan je niet wachten om de kleuren en het licht te zien. Omdat je weet dat het zo kan zijn. Het kan echt!

 

 

Denk je dat je choreograaf zou zijn geworden als je niet bekend was met klassiek ballet?

Tsja, het lot om te worden ingevoerd in de wereld van het klassieke ballet, dat was gewoon een kwestie van geluk. Wat kan ik zeggen? Je volgt een bepaalde weg en als je bij een splitsing komt, dan maak je een keuze. Ik koos mijn weg omdat het een ontsnapping was. Een ontsnapping van waar ik vandaan kwam, een ontsnapping van wat ik zou kunnen worden. Het kwam me niet aanwaaien, ik moest elke dag weer sterk zijn om mijn weg te vinden en ervoor te vechten. Maar toen ik het klassiek ballet eenmaal ontdekt had kon ik er geen genoeg van krijgen. Het dansen was voor mij het oefenterrein waar ik de taal geleerd heb die ik later kon inzetten en waar ik mijn eigen vertaling aan kon geven.

Wat zet voor jou het creatieve proces in gang?

Ik heb me vaak afgevraagd wat het ‘big-bang’ moment is. Ik moet zeggen dat ik het niet precies kan aanwijzen, het heeft met zoveel verschillende dingen te maken. Zodra je een vraag stelt moet je met een oplossing komen, daarop volgt weer een vraag en een volgende oplossing en zo verder – dat zet dingen in beweging en dan kan het maakproces beginnen. 

Er is geen vast recept voor hoe ik te werk ga. Maar er is wel één ding dat voor al mijn werken geldt – ze komen allemaal rechtstreeks van een plek binnenin mij. Ook al toen ik, op mijn 27ste, A Million Kisses to my Skin maakte. Los van de ontwikkelingen die er toen gaande waren, los van wat er om me heen gebeurde, het werk kwam uit mij voort. Er zijn heel veel elementen die elke creatie tot iets anders maken, maar het komt altijd van binnenuit.

Je werkt momenteel aan een nieuwe productie, Citizen Nowhere. Kan je iets vertellen over de oorsprong van het stuk?

Citizen Nowhere is begonnen als reactie op mijn eigen artistieke reis van de afgelopen tijd. Elke creatie is in zekere zin een persoonlijke investering, die veel van je denken en vermogen tot zelfkritiek vraagt. Door de jaren heen heb ik ontdekt wat ik voor mijn creatieve proces nodig heb. Ik weet dat ik tijd nodig heb, ik weet dat ik behoefte heb aan duidelijkheid. Choreograaf zijn voelt soms als een onophoudelijke stroom van productie, alsof je niet kan stoppen met maken of niet zou moeten stoppen. Citizen Nowhere ontstond als een soort tegengif voor alles wat ik in de afgelopen drie jaar heb meegemaakt. Ik was net klaar met twee avondvullende balletten, Het Zwanenmeer en Tristan + Isolde, The Human Seasons voor The Royal Ballet, én Empire Noir en Overture voor Het Nationale Ballet. Ik besloot dat mijn volgende creatie een solo moest zijn.

Voor Citizen Nowhere legde ik mezelf een aantal beperkingen op. Ik erkende dat ik behoefte had aan stilte, dat ik wilde inkrimpen. Dat ik op zoek was naar een unieke ervaring. Ik besloot om het risico te nemen mijn instinct te volgen, en de ruimte om me heen te scheppen waarbinnen een intiemere ervaring mogelijk is. Ik wilde een ‘tour de force’ maken voor een danser met wie ik al sinds 2011 samenwerk: Edo Wijnen. In zekere zin is hij als een muze voor mij, maar dan vooral omdat hij in staat is om als het ware in fysieke zin mijn stem te zijn. Doordat we de afgelopen jaren op een symbiotische manier hebben samengewerkt, kan ik in dit project ook vérder gaan in mijn creativiteit en ideeën. Citizen Nowhere geeft me de mogelijkheid om te zijn wie ik nu ben. Om uit te drukken wat me drijft, wat de passie in mijn hart en ziel voedt, en om de productiedruk voor één keer buiten de deur te houden.

 

 

Le Petit Prince (De kleine prins) was een van de inspiraties voor Citizen Nowhere. In welke zin is het verhaal gerelateerd aan je nieuwe werk?

Le Petit Prince staat in de top tien van meest gelezen boeken in de geschiedenis van de mensheid, dus het is een belangrijk onderdeel van onze maatschappij en van ons menszijn.. Het verhaal laat zien hoe essentieel de eenzaamheid van het menselijk bestaan  is. Zelfs als je door miljoenen mensen wordt omgeven, ervaar je in je eentje je eigen pijn. Je beleeft je eigen waarheid, je eigen angst, je eigen vreugde. Niemand kan die dingen voor jou ervaren. Dat is het wonder van het mens-zijn.
Met dit gegeven in mijn achterhoofd heb ik gekeken naar wat de thema’s van het verhaal voor mij betekenden en is het uitgegroeid tot iets dat veel groter is dan het verhaal alleen.
Ik heb nooit politieke balletten gemaakt, maar dit is mijn manier geworden om iets te zeggen over de gebeurtenissen in de wereld waar ik me zorgen over maak. We zijn in zekere zin allemaal de kleine jongen van het boek. Maar elke keer dat hij ergens aanklopt wordt dat met stilte beantwoord. Er komt niets terug en dat is de tragedie. We verliezen zo’n bijzondere ziel in dit verhaal, maar we beseffen het pas als het al te laat is.

Zie je jezelf als een ‘Citizen of Nowhere’?

Ik verliet mijn thuisland Groot Brittannië toen ik 23 was en sindsdien woon ik op het vaste land van Europa. Hier heb ik mijn leven opgebouwd, mijn thuis is hier. Ik was kapot van de uitslag van het Britse referendum, de beslissing om Europa te verlaten. Ik werd de volgende dag wakker en bleef maar tegen mezelf zeggen: “Ik ben een Europeaan. Niemand kan mij iets anders vertellen.”

Kort daarna zei de Britse premier: “Als je gelooft dat je een wereldburger bent, dan ben je een burger die eigenlijk nergens thuishoort.” Deze uitspraak maakte gevoelens in me los die ik nooit eerder had gevoeld. Ik had geen andere keuze dan het te zien als een persoonlijke belediging die voortkomt uit een isolationistische mentaliteit die door de wereld waart. We hebben te maken met een 21ste-eeuws probleem dat zoveel mensen ten onrechteraakt. Ik denk daarbij aan het beeld van het driejarige jongetje dat op het strand gevonden werd nadat hij verdronken was in een tragische poging aan de oorlog in zijn thuisland te ontsnappen. Dat beeld veroorzaakte een publiek schandaal – mensen konden niet geloven dat dit echt gebeurde – maar toch stemde de meerderheid voor uit

Je hebt zowel verhalende als abstracte balletten gemaakt. Hebben al je werken in zekere zin een verhaal in zich, zelfs als het verborgen is? Waar plaats je Citizen Nowhere?

Dat is een vraag die ik mezelf de laatste tijd ook vaak gesteld heb. Ik heb ontdekt dat ik niet zo geïnteresseerd ben in de vraag of het een abstract of een narratief ballet is; het zijn de overeenkomsten tussen deze twee vormen waar ik mee bezig ben. Citizen Nowhere heeft een multi-verhalende vorm aangenomen, die je ook als abstract zou kunnen zien. Maar het is onmogelijk om echt abstract te zijn, want ook als je naar een abstract beeld kijkt is er altijd een verhalende kracht werkzaam – je hersenen geven op de een of andere manier een eigen betekenis aan de abstractie. Dat is waarom ik van abstractie houd, het maakt een echt persoonlijke reactie bij de toeschouwer mogelijk.

Mijn persoonlijke bedoelingen zijn daardoor bijna irrelevant. Het is aan de toeschouwer om te onderzoeken wat het werk voor hem of haar betekent. Dat gezegd hebbende, kun je niet zomaar verwachten dat iedereen je werk zomaar begrijpt, als kunstenaar moet je bescheiden blijven. Maar ik weet voor mezelf waar mijn werk over gaat en wat het voor me betekent, en dat is waarom ik het maak. De betekenis die ik erin zie is persoonlijk, ik verwacht niet dat iemand anders er precies hetzelfde in ziet.

Hoe zien je werkprocessen eruit? Hoe bereid je je voor op een nieuwe schepping?

Ik ben altijd aan het werk. Ik ben voortdurend op zoek naar dingen die ik mee de studio in zal nemen, naar wat ik wil zeggen. Het is alsof je een deuntje neuriet; mijn lichaam zingt de vormen die ik wil creëren. Zodra dat helder voor me is ben ik in staat om de problemen aan te pakken binnen dat wat ik voor ogen heb. Het vertrekpunt is altijd de eerlijkheid van emotie en beweging.

Een groot deel van de verantwoordelijkheid berust op de capaciteiten en expertise van de dansers. Het kan niet vaak genoeg gezegd worden – de eigen verbeelding van de dansers, hun creativiteit en kennis van zichzelf zijn essentieel om ideeën te kunnen omzetten en te ontwikkelen vanuit het initiële beginpunt. 

Mensen zijn vaak verbaasd over hoe ik ben buiten de studio. In de studio is het werk het enige dat telt. Het stuk, de kunst, de dans – nothing else matters. Buiten de studio ben ik het tegenovergestelde. Dan is het juist wel heel belangrijk voor me om te weten hoe het met ieders individuele ontwikkeling en gevoelens gaat.

Je kunt je nooit volledig voorbereiden op een nieuw stuk. Je leert door te doen. Je kunt het vergelijken met het maken van een lange tocht door een groot woud. Je hebt alles bij je wat je eventueel nodig zou kunnen hebben, maar toch, na een paar dagen zijn je lucifers op en je eet-en drinkvoorraad begint te slinken. Dat is het moment dat je moet leren om het bos vóór je te laten werken. Je moet overleven zonder datgene wat je voorbereid had. Je moet gebruiken wat voorhanden is.

Hoe zou je je stijl omschrijven?

Stijl komt vanzelf als je eerlijk, natuurlijk en puur gebruik maakt van je eigen stem, je jezelf niet onderuit haalt of iets probeert te maken om de goedkeuring van andere mensen te krijgen. Dit is net zo belangrijk bij het maken van een choreografie als in het gewone leven. Wat ik van andere mensen verwacht is veranderd, net zoals het soort liefde waar ik in het verleden naar verlangde., Mijn stijl is in zekere zin sterker geworden, omdat ik vrijer ben geworden en meer vertrouwen heb in mijn lichaam en geest. Ik begrijp beter hoe ik mijn ideeën tot uitdrukking kan brengen.

Hoe is je aanpak van een nieuw ballet veranderd of ontwikkeld?

Ik ben door verschillende fasen gegaan in mijn carrière. In het begin was ik geïnteresseerd in wat het lichaam zelf doet, daarna vooral in wat het lichaam in de ruimte doet en in de relatie met andere mensen. Ik voel me zeer bevoorrecht, want alles wat ik ooit gedaan heb was in zekere zin ook een zelfontdekking. Het aangaan van een filosofisch, spiritueel, feitelijk, historisch of mathematisch thema heeft me als persoon verrijkt. Ik ben eigenlijk nooit gestopt met leren en ik hoop ook dat daar nooit een einde aan komt. 

Een obsessie met bepaalde ideeën is nooit ver weg. Ik praat vaak over dezelfde dingen (de dansers worden er vast en zeker moe van!). Ik refereer heel vaak aan de Mens van Vitruvius, ik verwijs voortdurend naar de Fibonacci-code. Ik denk eindeloos vaak aan de waterlelies van Monet. Datt zijn een soort obsessies. Ik geloof dat ik mijn beste werk nog niet gemaakt heb, en ik maak me altijd druk over of er wel genoeg tijd is om dat te doen. Ik ben op zoek naar de volmaakte schepping. Mijn lichaam is weliswaar ouder, maar ik voel me steeds  volwassener en ik hoop dat mijn beste werk nog moet komen.

Dat gezegd hebbende leer ik ook langzaam om mijn prestaties te accepteren voor wat ze zijn. Ik kan voor mezelf besluiten wat een werk voor mij betekent – en ik hoef me niet zo bezig te houden met wat anderen ervan vinden. Dat is een kant van mij die pas onlangs naar voren is gekomen. Ik accepteer wie ik ben, wie ik ben geweest en hoe ik mijn kunst wil vormgeven.

Je noemde eerder dat angst je carrière als danser in de weg zat. Hoe ga je als choreograaf met angst om?

In sommige opzichten moet ik mezelf in bescherming nemen. Er zijn situaties waarin ik onder grote druk sta en er veel van me verwacht wordt. Of dat nu van de pers komt, of in de studio zelf plaatsvindt, het gevaar bestaat dat je in situaties wordt gezogen die niet goed voor je zijn. Ik neem mijn werk erg serieus, iedere creatie is belangrijk. Het is nooit een ontspannen wandeling in het park – wat hoogstwaarschijnlijk zwaar is voor de mensen die met me werken. Het is een zaak van leven of dood…altijd.

Op een bepaalde manier is Citizen Nowhere een remedie voor de kunstenaar in mijzelf. Mijn Mona Lisa. Toch ben ik nog niet zeker over dit stuk en zijn plaats in de wereld, net als over die van Le Petit Prince en zijn plaats in de wereld. Maar ik heb er wel vertrouwen in omdat Ted Brandsen echt in mijn werk gelooft. Daarom moet ik moedig zijn. We moeten allemaal moedig zijn.

 

Interviewer Jessica Teague is een voormalig professioneel balletdanser en freelance dansjournalist. Ze levert regelmatig bijdragen aan Europa Magazine Dance.

Dit artikel is verschenen in ICONS Inspire. Met dank aan International Consortium for Advancement in Choreography - Dance ICONS, Inc.

Klik hier voor meer informatie over David Dawson