Magazine Een crossover tussen opera, R&B en spoken word
  1. Magazine
  2. Een crossover tussen opera, R&B en spoken word
  • Margriet Prinssen
  • 04 Mar 2018
  • Leestijd: 3 minuten

Een crossover tussen opera, R&B en spoken word

The New York Times noemde het ‘The Best Classical Performance of 2017’, de kameropera We Shall Not Be Moved, een ambitieuze samenwerking tussen componist Daniel Bernard Roumain, librettist Marc Bamuthi Joseph en regisseurchoreograaf Bill T. Jones.

We Shall Not Be Moved is een aanklacht tegen de structurele ongelijkheid waar de zwarte gemeenschap in Philadelphia mee te maken heeft, en tegelijk een bijzondere crossover van opera, klassieke muziek, jazz, R&B, spoken word, hedendaagse dans en videoprojecties.

We Shall Not Be Moved ging in première in september 2017 in Philadelphia. Het verhaal van de opera speelt in het heden, maar op de achtergrond heeft een historisch voorval uit 1985 een belangrijke plaats: de aanval op het hoofdkwartier van de organisatie MOVE door de politie van Philadelphia.

MOVE begon als idealistische Afro-Amerikaanse beweging, maar de politie en het stadsbestuur zagen de beweging meer en meer als een terroristische organisatie.

MOVE begon als idealistische Afro-Amerikaanse beweging, maar de politie en het stadsbestuur zagen de beweging meer en meer als een terroristische organisatie. Het hoofdkwartier van MOVE, een woonhuis in Philadelphia, werd een verstevigde vesting, waar dag en nacht politieke boodschappen werden afgespeeld via grote luidsprekers.

In mei 1985 stelden 500 politieagenten zich op rond het huis en al snel brak er een vuurgevecht uit. MOVE gaf zich niet gewonnen en uiteindelijk gaf de burgemeester het bevel om het huis vanuit een helikopter te bombarderen. Er stierven 11 mensen, onder wie 5 kinderen. Ondanks kritische onderzoeken en formele excuses is er niemand van de politie of het stadsbestuur aangeklaagd voor het extreme geweld.

Verzet

Over zijn werkproces met schrijver Marc Bamuthi Joseph zegt Roumain in de programmatoelichting: “Marc wilde de herinneringen en geschiedenis van de organisatie MOVE herdenken in een origineel verhaal dat de erfenis van hun werk eert en de verschrikkingen van wat er in dat huis gebeurde, in dat huizenblok, op die dag, tussen de wetteloosheid van de wetshandhaving en de duidelijke moed van MOVE-mannen, -vrouwen en -kinderen. De ontmoeting met MOVE-leden Sue en Ramona Africa, die ons vertelden over wat er gebeurd is en de pijn en tragedie van de gebeurtenissen, maakte het voor Marc en mij duidelijk dat de opera alleen maar één ding hoeft te doen en zijn: waar.”

Hoewel de gebeurtenissen van de MOVE-bombardementen inmiddels meer dan 32 jaar geleden plaatsvonden, achtervolgen de herinneringen de burgers van Philadelphia nog steeds.

Hoewel de gebeurtenissen van de MOVE-bombardementen inmiddels meer dan 32 jaar geleden plaatsvonden, achtervolgen de herinneringen de burgers van Philadelphia nog steeds, aldus Roumain: “Ik hoorde iemand zeggen dat de bombardementen op het MOVE-huis een collectief trauma hebben veroorzaakt bij de bewoners van Philadelphia.” In We Shall Not Be Moved komt een groep tieners terecht in het inmiddels allang verlaten pand. Ze komen in contact met de geesten die het pand blijken te bevolken en komen onder leiding van de 15-jarige Un/Sung meer en meer in verzet.

 

Hybride opera

De voorstelling is gemaakt in regie van Bill T. Jones, een befaamd choreograaf, danser, theatermaker en schrijver. Als regisseur moest hij een samenhangend geheel maken van de uiteenlopende muziekstijlen en teksten. Hij heeft gekozen voor een abstracte vormgeving met videoprojecties en een bewegend decor.

Jones: “Ik noem We Shall Not Be Moved een ‘hybride opera’; het gaat erom nieuwe vormen te creëren binnen de operawereld om vooruit te komen. De muziek is in gelijke delen opera, klassiek, soulvol, melodieus, dissonant, levendig en altijd funky. Elke scène heeft zijn eigen narratieve logica. Ik gebruik herhaling om de complexe natuur van de zwarte en Afro-Amerikaanse muziek, die is verbonden met de muzikale esthetiek van mijn Haïtiaanse voorouders, op te roepen.”

 

Dit artikel verscheen eerder in Odeon 109.