Magazine Interview Katie Mitchell: 'Voor mij gaat Jenůfa over vergeving'
  1. Magazine
  2. Interview Katie Mitchell: 'Voor mij gaat Jenůfa over vergeving'
  • Margriet Prinssen
  • 08 Oct 2018
  • Leestijd: 9 minuten

Interview Katie Mitchell: 'Voor mij gaat Jenůfa over vergeving'

Het is de tweede keer dat ze Jenůfa regisseert en Katie Mitchell kijkt nu anders naar de opera, waarvan het tragische verhaal is gebaseerd op een toneelstuk van de Tsjechische schijfster Gabriela Preissová (1863-1946). “Een van de zeer weinige vrouwelijke schrijvers uit die tijd. Dat is in alles voelbaar.”

“Ik ben gespecialiseerd in wanhoop, met een goed gevoel voor humor”, zegt Katie Mitchell Bij DNO regisseerde Mitchell eerder Orest, Written on skin, Trauernacht en Lessons in Love and Violence. Katie Mitchell was de eerste Britse regisseur die geselecteerd werd voor het prestigieuze Duitse Theatertreffen en ze wordt regelmatig gevraagd door alle grote theaterhuizen en festivals, waaronder het Festival d’Aix-en-Provence. Ze regisseerde bij Toneelgroep Amsterdam (De Meiden) en in Den Haag (Waves). The Guardian noemt haar Engelands meest onbevreesde theatermaker. 'Haar werk is baanbrekend en briljant. Zelf noemt Mitchell als haar grote voorbeelden Pina Bausch en Stanislavski. over zichzelf. Haar thema’s zijn niet bepaald licht te noemen (liefde, dood, rouw, het milieu), maar haar voorstellingen zijn sprankelend en vol leven. Ze houdt van het werk van Janáček, ze regisseerde Jenůfa al eerder, in 1998 bij Welsh National Opera.

Drie generaties vrouwen

“Bij de meeste opera’s – vrijwel altijd door mannen gecomponeerd en gebaseerd op een door mannen geschreven libretto - moet ik me in hoeken en bochten wringen om de ergste seksistische passages te vermijden of in elk geval om ze op een aanvaardbare manier neer te zetten. Het libretto van Jenůfa is overduidelijk gebaseerd op een tekst die door een vrouw is geschreven, heel invoelend; vooral de scènes tussen Jenůfa en haar pleegmoeder Kostelnička zijn hartverscheurend. Het moet ingewikkeld geweest zijn voor de schrijfster om haar voor die tijd zeer feministische ideeën in overeenstemming te krijgen met de geldende conventies. Jenůfa is een verhaal over en met vrouwen, dat is sowieso vrij zeldzaam. Drie generaties vrouwen spelen de hoofdrol, en ik heb er nog een vierde generatie aan toegevoegd door de rol van het zoontje in de slotscène door een meisje te laten spelen.”

Jenůfa is een verhaal over en met vrouwen, dat is sowieso vrij zeldzaam

Bekijk een aria uit Jenůfa

Vlaag van waanzin

“Het leven van de vrouwelijke personages is een afspiegeling van die tijd en hun sociale klasse: ze zijn afhankelijk van gewelddadige mannen die op hun beurt beschadigd zijn, meestal dronken en gewend om alles op te lossen met geweld. Als Jenůfa per ongeluk zwanger wordt van haar geliefde Števa, moet ze abortus plegen of trouwen, maar omdat Laca haar uit jaloezie heeft verminkt, wil geen man haar meer. In een monoloog verwerpt Kostelnička het idee om het kind weg te geven omdat Jenůfa dat volgens haar niet zou willen. Ze doodt het kind in een vlaag van waanzin en rationaliseert vervolgens haar beslissing: de kans was toch groot dat het kind zou sterven aan difterie en zo heeft Jenůfa een tweede kans. Maar het is natuurlijk gruwelijk dat zij een moord moet begaan op een pasgeboren kind om sociaal te overleven. Preissová laat heel subtiel zien hoe de verhouding tussen de drie vrouwen – Jenůfa , haar grootmoeder en Kostelnička, haar pleegmoeder – kantelt. In alles voel je dat de tekst geschreven is door een vrouw. Het zijn drie generaties, grofweg  van 20-50-80 en alles specifiek is voor vrouwen – maagdelijkheid, (ongewenste) zwangerschap, de menopauze.”

Het speelt zich in onze enscenering af in een omgeving die een mix is van het Tsjechische platteland en ‘white American trash’

Hier en nu

“Samen met ontwerper Lizzie Clachan heb ik ervoor gekozen om het verhaal niet in de tijd te plaatsen dat het geschreven is. Juist het gegeven dat het verhaal zich net zo goed hier en nu zou kunnen afspelen, maakt het zo urgent en gruwelijk. Het speelt zich in onze enscenering af in een omgeving die een mix is van het Tsjechische platteland en ‘white American trash’: eenvoudige mensen die zijn gevormd door de armoede en niet kunnen ontsnappen aan hun milieu. De mannen zijn bruten – het vergt ook heel wat van de mannelijke zangers om zich in te leven –, ze zijn beschadigd door de drank, de pijn die ze als kind zelf hebben ondergaan,  de uitzichtloze ellende waar ze zich in bevinden. Toch slagen ze erin om enigszins vooruit te komen door de dramatische gebeurtenissen: Števa krijgt een nieuwe relatie en Laca is uiteindelijk aan het eind van de opera wel degelijk veranderd. Hij is in staat om liefde te voelen voor Jenůfa. In feite is hij natuurlijk medeschuldig aan de dood van het kind. Hij weigert om het kind als het zijne te accepteren, als Kostelnička hem dat vraagt. Daardoor ziet zij geen andere oplossing meer dan het kind te doden. Hij is ‘sadder but wiser’ geworden. Al loopt het min of meer goed af als Laca en Jenůfa trouwen, een echt happy end is het niet. Zoals zoveel in het leven, eindigt het onvolmaakt.”

Je hoort in de hele opera een ondertoon van schrijnend verdriet

De drie generaties vrouwen v.l.n.r.: Stařenka (Hanna Schwarz), Kostelnička (Evelyn Herlitzius) en Jenůfa (Annette Dasch). Foto: Ruth Walz

Schrijnend verdriet

“De muziek van Janáček is ongelooflijk mooi. Je hoort in de hele opera een ondertoon van schrijnend verdriet. Terwijl hij aan het werk was, werd zijn dochter Olga ziek en hij speelde haar elke avond voor wat hij die dag gecomponeerd had. Tragisch, want er was net pas weer sprake van toenadering: Janáček was van zijn vrouw gescheiden toen Olga nog heel jong was en hij had al die jaren weinig contact met haar gehad. Ze is op haar twintigste in zijn huis overleden, aan de tyfus; haar jongere broertje was al als kind gestorven. Voor mij gaat de opera over vergeving. Het is een smeekbede van een vader om vergiffenis omdat hij haar zo lang in de steek heeft gelaten.”