Magazine Interview Nino Machaidze: 'Il barbiere is zó grappig'
  1. Magazine
  2. Interview Nino Machaidze: 'Il barbiere is zó grappig'
  • Agnita Menon
  • 29 Oct 2018
  • Leestijd: 8 minuten

Interview Nino Machaidze: 'Il barbiere is zó grappig'

Verdi, Rossini, Puccini: de Georgische stersopraan Nino Machaidze draait er haar hand niet voor om. Opera’s van alle drie deze Italiaanse componisten zingt ze vlak na elkaar. ‘Puristen zeggen dat zangers dat niet kunnen. Ik kan het wel. Als je maar goed voor je stem bent.’

Nino Machaidze won op haar 17de haar eerste zangwedstrijd, met amper 24 jaar stond ze al voor het eerst in de Scala van Milaan, en een jaar later op de Salzburger Festspiele. Rolando Villazón en Plácido Domingo zijn slechts twee van de vele operasterren met wie ze op het toneel heeft gestaan. Ze is getrouwd met een zanger en moeder van een zoontje.

Best of the best

Ze is – tussen vijf Traviata’s in Napels door – even in haar vaderland Georgië: “Ik moest op en neer naar Tblisi om het Georgische volkslied te zingen op een parade en ik zong op een Gala in het gloednieuw opgeknapte operahuis van Tblisi. Vanavond neem ik het vliegtuig terug naar Napels voor mijn laatste La traviata. Dan reis ik door naar Zuid-Korea waar de repetities starten voor La bohème. Om de hele maand augustus in de Arena van Verona de Barbiere te zingen, als opmaat voor Amsterdam.” De eerste keer dat Nino Machaidze bij De Nationale Opera zong, was in Il viaggio a Reims. “Oh my God, that was something incredible, the best of the best!” Expressieve uitbundigheid is haar niet vreemd. “Het was echt een van de fijnste producties in mijn carrière: alle zangers waren even formidabel. Ik kijk ernaar uit om weer in Amsterdam te zingen.”

Gevoel voor humor

De rol van de schalkse Rosina uit Il barbiere di Siviglia kent ze nog van lang geleden. “Om precies te zijn mijn halve leven! Ik was 17. Rosina was de tweede rol in mijn carrière. Maar sindsdien heb ik hem nooit meer gezongen.” Toch neemt Rosina een bijzondere plaats in haar carrière in: “De virtuoze aria ‘Una voce poco fa’ uit Il barbiere ligt me altijd goed en heeft me door een aantal grote zangwedstrijden heen gesleept… die ik won! Ook is het hartstikke leuk om een ondeugende slimme jonge vrouw te spelen, die weet wat ze wil. In zo’n rol voel ik me thuis. Ik heb wel honderd keer Gilda uit Rigoletto gezongen, ook een jong meisje, maar haar heb ik nooit begrepen. Gilda is naïef, onnadenkend, ze doet alles uit liefde, maar is niet zo heel slim. Onlangs heb ik besloten om even geen Gilda meer te zingen.”

“Na vele tragische en dramatische rollen is het goed voor de ziel om weer eens een vrolijke opera te zingen, waarin ik een keer niet hoef te sterven”, lacht ze. “Gevoel voor humor is onontbeerlijk bij opera’s van Rossini natuurlijk, en Il barbiere is zó grappig. Daar hoef je niet eens naar de humor te zoeken, die komt vanzelf bovendrijven."

Bartolo is echt een sukkel...

De Italiaanse Davide Luciano zal de rol van Figaro zingen, die Rosina bijstaat om haar wellustige voogd Bartolo (gezongen door haar landgenoot Misha Kiria) van zich af te slaan. “Rosina en Figaro hebben een goede verstandhouding. Hij is net zo slim en handig als zij. Alles draait om die twee in de opera. Ze weten wat ze willen en het gaat ze lukken. Alle karakters in deze opera zijn zo bijdehand. Allemaal, behalve Bartolo!” lacht ze medelijdend. “Hij is echt een sukkel…”.

 

Nino Machaidze en Misha Kiria (Don Bartolo in Amsterdam) zingen samen een duet uit Donizetti's L'elisir d'amore

Complete artiest

Wat maakt een zangeres een goede Rossini-zangeres? Nino slaakt een gilletje. En daar begint ze op te sommen: “Eén: Rossini gebruikt veel coloraturen. Die krijg je van de natuur, maar wie hard werkt, kan een hoop bijleren. Naast het coloratuur moet je een heel goed legato hebben, voor mooie lange lijnen. Twee: vergis je niet hoe moeilijk Rossini is; hij verstopt een heleboel noten in elke maat. Mensen denken weleens dat Rossini makkelijker is dan Verdi of Puccini. Nou echt niet! Geloof me: de Barbiere en andere Rossini’s zijn net zo moeilijk als La traviata! Drie: een Rossini-opera duurt lang, dus vergt veel van je. Je hebt een lange adem nodig en een sterke focus, anders word je bedolven onder het orkest. Tot slot moet je de sleutel tot de stijl van Rossini bezitten. Kort samengevat: je hebt coloratuur, legato, techniek, uithoudingsvermogen, projectie en stijl nodig. Dus laten we zeggen: om Rossini te kunnen zingen, moet je een complete artiest zijn… Anders wordt het niets!” Ze besluit met een charmante schaterlach.

Ik heb gewoon geboft met mijn brein. Daardoor kan ik in een week een hele opera memoriseren.

Speciale emotie

Maar wat is dan voor haar zélf het lastigste aan deze razend populaire evergreen? “Oh, voor mij is dit niet moeilijk: ik heb meer plezier dan moeilijkheden. Voor mij gaat zingen samen met interpreteren, acteren, het publiek een speciale emotie geven. Het allerbelangrijkste waar ik naar zoek is om niet alleen een zanger zijn, maar ook een performer en artiest. Ik hoop dat ik anders ben. Ik wil op niemand lijken.” Rossini was pas 24 toen hij Il barbiere schreef en er wordt gezegd dat hij er maar een paar dagen over deed. Hoe voelt dat voor zangers, die vaak maanden aan een rol werken? “Oh my God, dat is toch ongelooflijk!” roept Nino uit. “Maar… eigenlijk doe ik er zelf ook maar een weekje over om deze rol te leren. Geen máánden. Je moet weten dat ik ieder jaar vijf nieuwe grote rollen aan mijn repertoire toevoeg. Ik ben pas 35 en ik heb al 34 rollen op mijn repertoire staan!” Ze zegt het met trots. “Ik heb gewoon geboft met mijn brein. Daardoor kan ik in een week een hele opera memoriseren.”

Ouderwets

Hoe ze in die week te werk gaat: “Gewapend met partituur, een marker en een handvol goede opnames. Meer heb ik niet nodig. Een papieren partituur hè. Geen iPad, apps, of digitale versies. Ik ben super-ouderwets en wil papier tussen mijn vingers voelen. Eerst beluister ik een opname van begin tot eind. Vervolgens leer ik mijn rol aan de piano. Helemaal alleen. Me and my score. Aan het eind van de week neem ik met mijn pianist de muziek door. Dan ben ik klaar om naar de repetitie te gaan. Ik heb het niet op collega’s die bij de eerste repetitie hun rol niet kennen. Je moet altijd goed voorbereid zijn omdat je dan niet de tijd van anderen inpikt en respect toont voor het team.” Daar werkt ze dan ook erg hard voor, met ijzeren discipline. “Omdat ik zoveel verschillende rollen moet zingen, studeer ik altijd vooruit. Dat is routine. Ook nu! Ik zing deze week La traviata, maar ik studeer al voor La bohème in Korea. En in Korea ga ik Il barbière voor Verona en Amsterdam studeren. Terwijl de anderen in de pauze van de repetitie in de kantine cappuccino drinken, zit ik in mijn kleedkamer mijn volgende rol te leren.”
 

Dit interview verscheen eerder in Odeon 111