Magazine Maarten Koningsberger: het wij-gevoel in Die Zauberflöte
  1. Magazine
  2. Maarten Koningsberger: het wij-gevoel in Die Zauberflöte
  • Hein van Eekert
  • 03 Sep 2018
  • Leestijd: 5 minuten

Maarten Koningsberger: het wij-gevoel in Die Zauberflöte

In de tempel van Sarastro heerst nog de oude orde. Bariton Maarten Koningsberger vertegenwoordigt in die oude orde de uitvoerende macht, in zijn rol als ‘Sprecher’. Voor de derde keer is hij bij DNO te zien in Mozarts Die Zauberflöte, in de regie van Simon McBurney: ‘Alles wat je doet, is belangrijk.’

Het is misschien wel de wonderlijkste plotwending uit de operaliteratuur. Prins Tamino komt bij een tempelgewelf aan om in opdracht van de Koningin van de Nacht prinses Pamina te redden uit de klauwen van een machtige, boze demon genaamd Sarastro. Bij de tempel treedt een mysterieuze figuur naar buiten, die de aanvankelijk wat geagiteerde Tamino op rustige, zalvende wijze antwoord geeft. ‘Der Sprecher’ heet hij en voor die rol wordt eigenlijk altijd een zanger met een zekere gravitas gecast: een liedzanger bijvoorbeeld.

Bij De Nationale Opera, in de productie van Simon McBurney, is dat nu voor de derde keer bariton Maarten Koningsberger. “Bij mijn ontmoeting met Tamino is op het plateau een boek geprojecteerd en daar sta ik achter, terwijl er zuilen geprojecteerd zijn op het voordoek,” legt de zanger uit. “Tamino komt op en vraagt zich af wat die zuilen betekenen. Hij ziet een oud gebouw; hij weet niet waar hij is en heel langzaam gaat dan het licht aan. Dan zie je mij door het doek heen.”

Plotwending

En dan komt het: deze Sprecher heeft weliswaar maar één zangscène, maar daarin gooit hij de plot honderdtachtig graden om. De ontvoering van Pamina was geen ontvoering, maar een redding. Tamino hoort namelijk dat de Koningin een kwaadaardig karakter is en Sarastro een goedwillende priester, die in de tempel van de Wijsheid regeert.

De Sprecher hoort overduidelijk bij het kamp van Sarastro: “Ik ben de behoudende figuur, ik vertegenwoordig eigenlijk de oude orde, zeker in de mise-en-scène van Simon. Ik stap ook op de bühne als ik niks te zingen heb. Gewoon als observator. Ik ben degene die de orde leidt, terwijl Sarastro de wijze man is die zich verder niet met allerlei praktische dingen bezighoudt. De Sprecher loopt rond met het boek waar alle regels in staan. Die wil hij gehandhaafd zien en Sarastro wijkt daar voortdurend vanaf. Dus voor de goede opletter is er bij mij heel vaak iets van weerstand te zien terwijl Sarastro mij met een blik duidelijk maakt: ‘Nee, dit gaan we toch anders doen.’ En dat is juist Simons idee achter deze rollen: Sarastro is de Grote Leider, de Ziener, de Wijze, en Der Sprecher is de ópziener, de bewaker, de uitvoerder. Ze zijn eigenlijk beiden voor het handhaven van de oude orde: dat ís hier zo, dat doen wij zo, wij zijn Verlicht. Als de regels niet gehandhaafd worden, dan kan ik echter meteen begrijpen waar het heen gaat, want ik ken Sarastro al zo vreselijk lang. Ik stuur de actie daar waar ik denk dat Sarastro heen wil. In de hele tweede akte gaan de dingen zoals Sarastro wil: je ziet hem zelf geen actie ondernemen, maar ik ben degene die zorgt dat het loopt zoals hij wil.”

Invloed Franse Revolutie

Die thematiek van gevestigde orde en verandering heeft een grote betekenis in Die Zauberflöte. De Sprecher wil alles volgens de oude regels behouden: “Het is heel interessant dat de opera twee jaar na het begin van de Franse Revolutie gemaakt is. Daar heeft Simon het ook veel over gehad tijdens de regiesessies: hoe de Franse Revolutie ook invloed moet hebben gehad op wat er in Wenen gebeurde. Daarbij staat mijn karakter dus voor de orde van vóór de Franse Revolutie. Tamino is in dat licht volgens mij een vertegenwoordiger van de adel: hij is in Sarastro’s optiek wel de redder van de wereld, maar hij is ook het goed opgevoede jongetje dat de regels volgt: de brave leerling.”

Thomas Oliemans zingt de rol van Papageno

Papageno

Maarten Koningsberger noemt Simon McBurney een ‘geniaal’ theaterregisseur: een aantal castleden werd naar Londen gehaald om te praten over hun ideeën over Die Zauberflöte en hun ervaringen met het stuk. Koningsberger had eerder de rol van de vogelvanger Papageno gezongen in een aantal buitenlandse ensceneringen, en in een productie uit Polen, die ook in Nederland te zien was. Tot twaalf jaar geleden zong hij de rol nog, maar op een gegeven moment vond hij het tijd om ermee te stoppen: “Papageno is nou eenmaal een jonge kerel en trouwens, Thomas Oliemans is natuurlijk absoluut geweldig in die rol.”

Enorm hechte groep

De werkwijze van McBurney is volgens Maarten Koningsberger uniek. “Niet alleen omdat je als deelnemer wordt geacht voortdurend bij alle repetities aanwezig te zijn, maar ook omdat hij door middel van improvisaties, oefeningen en massages (!) een enorm hechte groep van de cast weet te smeden, waarin iedereen zich met iedereen verbonden gaat voelen. Zelfs als er nieuwe mensen aan de cast worden toegevoegd, zoals dat in het theater van Aix-en-Provence het geval was. Mijn ervaring is dat de cast van een opera tijdens het repetitieproces altijd wel min of meer een ‘groep’ wordt, maar zo’n geweldig sterk ‘wij-gevoel’ als hier, binnen de cast van Die Zauberflöte, heb ik niet eerder meegemaakt. WIJ zijn deze productie met zijn allen. En dat voelt en ziet het publiek ook".

Less is more

En dan is er nog de kunst van het weglaten: “In het begin hebben we het veel over mijn karakter gehad. Er was oorspronkelijk meer interactie en ik was ook voortdurend op toneel, als iemand die alles in de gaten houdt. Maar 'less is more' bij Simon en daarbij wordt alles wat je doet belangrijk. We zijn begonnen met improvisatiesituaties en het meeste daarvan verdwijnt gewoon weer. Wat overblijft, ie echt de essentie en dat maakt dat wat de toeschouwer ziet er allemaal zo vreselijk toe doet. Als het publiek op het puntje van zijn stoel gaat zitten, en alles met een factor drie geïntensiveerd wordt. Deze Zauberflöte geeft je het ‘ik-wil-niks-missengevoel’.”

Dit interview werd eerder gepubliceerd in Odeon 111