Magazine Pride special: LGBTQ+ in opera en ballet
  1. Magazine
  2. Pride special: LGBTQ+ in opera en ballet
  • Laura Roling
  • 29 Jul 2020
  • Leestijd: 6 minuten

Pride special: LGBTQ+ in opera en ballet

Pride staat in het teken van zijn wie je bent en houden van wie je wilt. Maar hoe zit het met de kunstvormen opera en ballet? Het overgrote deel van het klassieke repertoire is immers afkomstig uit een periode waarin geen ruimte was voor de rijkdom aan seksuele oriëntaties en genderidentiteiten die onze wereld kent.

De zoektocht naar opera- en balletklassiekers waarin LGBTQ+-verhalen verteld worden is op het eerste gezicht een vrij hopeloze. Het klassieke repertoire vertelt uiteindelijk toch vooral over traditionele hetero-koppels. 

Toch is dat ook weer niet het hele verhaal. Opera en ballet zijn immers kunstvormen die telkens weer opnieuw tot leven gebracht moeten worden. Anders dan bij schilderijen of beeldhouwwerken, is er bij opera en ballet steeds ruimte voor nieuwe visies en interpretaties. Sterker nog: dat is wat de kunstvormen levend houdt.

Pique Dame in regie van Stefan Herheim (2016). Foto: Karl & Monika Forster

Interpretaties van het klassieke repertoire

Er zijn talloze voorbeelden te noemen van opera’s en balletten waarin regisseurs en choreografen ervoor gekozen hebben om in klassieke werken ruimte te maken voor andere perspectieven. Bij De Nationale Opera koos regisseur Stefan Herheim er bijvoorbeeld voor om in zijn productie van Pique Dame de worstelingen van componist Tsjaikovski met zijn seksuele geaardheid te verwerken.

En wie Het Zwanenmeer van Rudi van Dantzig bij Het Nationale Ballet ziet, kan zomaar eens het gevoel bekruipen dat er meer spanning is tussen prins Siegfried en zijn vriend, dan tussen hem en Odette/Odile. Radicaler is de versie die de Britse choreograaf Matthew Bourne van Het Zwanenmeer maakte, waarin de rollen van de zwanen door mannelijke dansers vertolkt worden, en het werk over de homoseksuele ontluiking van prins Siegfried gaat. Deze versie was een hit op het Londense West End en Broadway.

Marianne Crebassa (Cherubino) en Christiane Karg (Susanna) in Le nozze di Figaro (2016). Foto: Monika Rittershaus

Gender in opera

Wat gender betreft is opera een geval apart. In het ijzeren repertoire zijn er volop broekenrollen te vinden, waarin vrouwelijke zangeressen (vaak mezzosopranen) rollen van mannelijke personages (vrijwel altijd jongemannen) zingen. Soms is dat omdat een rol oorspronkelijk voor een castraat geschreven is, een stemtype dat (gelukkig) niet meer bestaat, maar net zo vaak is het een bewuste keuze geweest bij de creatie.

Maar een bewuste keuze betekent niet automatisch dat gender daarmee een thema wordt in opera’s met broekenrollen. Van Mozarts Le nozze di Figaro kun je bijvoorbeeld niet stellen dat met het karakter van de hitsige puber Cherubino, gezongen door een mezzosopraan, genderidentiteit zijn intrede doet in de opera. Cherubino is vooral een jongeman die zich volgens een masculien stramien ontwikkelt. Dat de rol gezongen wordt door een vrouw, valt onder de noemer 'suspension of disbelief'. 

Bij ballet zou iets als een broekenrol overigens ondenkbaar zijn. Er is geen kunstvorm die zo’n hiërarchische indeling heeft als ballet. Bij balletgezelschappen is het danserstableau nog altijd opgedeeld in verschillende rangen, en daarbinnen weer onderverdeeld in vrouwen en mannen. Ook is aan gender in het ballet een hele gendergebonden bewegingstaal gekoppeld. Vrouwen dansen op spitzen, mannen doen juist meer sprongen. Wat dat betreft wordt het interessant om te zien wat Young Creative Associate Juanjo Arqués gaat laten zien in zijn nieuwe creatie MANOEUVRE, waarin hij tot een completer en rijker beeld probeert te komen van mannelijkheid.

Jacques Imbrailo als Billy Budd (regie Richard Jones). Foto: Clärchen & Matthias Baus.
Gräfin Geschwitz (Jennifer Larmore) en Lulu (Mojca Erdmann) in Alban Bergs Lulu (regie William Kentridge). Foto: Clärchen & Matthias Baus

LGBTQ+ in opera en ballet

In het klassieke repertoire is dan wel weinig LGBTQ+-thematiek te ontdekken, maar in de loop van de twintigste eeuw was dan toch zover. In de opera duikt het eerste queer personage op in 1937, in Alban Bergs Lulu. Gräfin Geschwitz is, net als de verschillende mannelijke karakters in de opera, hopeloos aangetrokken tot de titelheldin Lulu. Het feit dat ze lesbisch is, wordt overigens niet geproblematiseerd. Ze is het gewoon, en haar obsessieve liefde is misschien zelfs een stuk oprechter dan die van de mannen in de opera.

In de opera’s van de Britse componist Benjamin Britten (1913-1976) speelt homoseksualiteit, en met name het maatschappelijke taboe daarop, een grote rol. Bijvoorbeeld in Billy Budd en Peter Grimes.

Monument voor een gestorven jongen van Rudi van Dantzig (uitvoering in 2008).
Marijn Rademaker en Timothy van Poucke in Wubkje Kuindersma's 'Two and Only' (2017). Foto: Hans Gerritsen

In het ballet maakte Rudi van Dantzig in 1965 internationaal furore met zijn Monument voor een gestorven jongen, een psychodramatisch ballet over de geestelijke verwarring van een adolescent die met zijn homoseksuele gevoelens in het reine probeert te komen. Het ballet had een zodanig grote impact dat Rudolf Nureyev, de grootste internationale balletsuperster van dat moment, Van Dantzig benaderde om het werk zelf te komen dansen bij Het Nationale Ballet.

Tegenwoordig worden er volop nieuwe opera’s en balletten gemaakt met LGBTQ+ verhalen. Bij Het Nationale Ballet creëerde choreografe Wubkje Kuindersma recentelijk Two and Only, een intiem duet voor twee mannelijke dansers. En in Annabelle Lopez Ochoa’s verhalende ballet Frida stond de biseksuele Frida Kahlo centraal, die bovendien regelmatig aan gender play deed.

Frida van Annabelle Lopez-Ochoa, met Maia Makhateli in de titelrol. Foto: Hans Gerritsen

Op operagebied worden ook steeds meer LGBTQ+ verhalen verteld in nieuwe creaties. Zo ging van componist Charles Wuorinen in 2014 de opera Brokeback Mountain, gebaseerd op de gelijknamige film, in première in het Teatro Real in Madrid. Componist Ricky Ian Gordon maakte in datzelfde jaar de opera 27, over Gertrude Stein en haar partner Alice B. Toklas. En dat zijn nog maar twee voorbeelden Voor een uitgebreidere analyse, zie dit artikel in The New Yorker .

Wat de toekomst brengt voor opera en ballet op het vlak van LGBTQ+? Wellicht een sterkere aanwezigheid van non-normatieve genderidentiteiten op het podium en in de artistieke teams. Ze zijn er namelijk wel, zowel op het vlak van opera Zie dit artikel van The New York Times als ballet Zie dit artikel van NBC News

Dit artikel is met zorg geschreven, maar het is verre van volledig. Zo hebben zowel opera als ballet van oudsher een grote 'queer following', waar in dit artikel niet op in wordt gegaan. Ook is het goed mogelijk dat er belangrijke werken of zaken over het hoofd gezien zijn. Heb je aanvullingen of wil je reageren? Doe dat hier.