Magazine 'Zonder brood kan ik leven, zonder Poesjkin ben ik dood'
  1. Magazine
  2. 'Zonder brood kan ik leven, zonder Poesjkin ben ik dood'
  • Pieter Waterdrinker
  • 09 Mar 2017
  • Leestijd: 7 minuten

'Zonder brood kan ik leven, zonder Poesjkin ben ik dood'

Schrijver Pieter Waterdrinker over Alexander Poesjkins beroemde 'driestuiverroman' Jevgeni Onegin, collectieve hypocrisie en politiek ballingschap. Over Vladimir Poetin, hipster-baardjes, privéjets en Pussy Riot.

Reciteren

"Onegin, wat zit je te geeuwen!" "Ach Lenski, dat doe ik al eeuwen!" Grote literatuur is tijdloos: een cliché waarmee je als schrijver met enig fatsoen eigenlijk geen stuk kan beginnen. Toch doe ik het, met als onmiddellijke toevoeging: en de tijd, dat ongrijpbare fenomeen, weet grote literatuur steeds weer te vinden. 

Als er één werk is waarvoor dit geldt, dan is het wel Alexander Poesjkins meesterlijke ‘roman in verzen’ Jevgeni Onegin uit 1833, die Tsjaikovski ruim vijfenzestig jaar later inspireerde tot zijn gelijknamige beroemde opera. En vele kunstenaars daarna, zoals de choreograaf John Cranko die in 1965 voor het Stuttgarter Ballet de eerste opzet maakte voor het ballet Onegin, dat twee jaar later zijn definitieve versie kreeg. Wederom, zij het niet die van de opera, met muziek van Tsjaikovski. Een poëem dat nog altijd even fris en dartel is, modern en zwierig, geestig en slim, waarbij het menselijke tekort en het tekort van dit (dikwijls veel te korte) bestaan op zacht-ironische wijze geniaal wordt weergegeven en opgeroepen. Het werk, waaraan Poesjkin bijna zeven jaar schreef, is nog altijd verplichte kost voor miljoenen kindertjes op de Russische scholen.

Mijn in Sint-Petersburg (destijds Leningrad) geboren vrouw Julia kent er nog steeds hele strofen van uit het hoofd, die ze soms zomaar -  wandelend door het bos, onder het koken - begint te reciteren. Ze is niet de enige: in de kwarteeuw dat ik in Rusland woon heb ik ambtenaren ontmoet, dames van lichte zeden, fabrieksarbeiders en zwervers die hun zinnen plots lardeerden met een paar frasen uit Poesjkins magnum opus. Zoals een lerares mij tijdens de crisisjaren ’90 in Moermansk boven de Poolcirkel eens toevertrouwde: “Zonder brood kan ik desnoods leven, zonder Poesjkin ben ik dood.” 

De meeste gezaghebbende criticus uit die tijd betitelde het als een 'encyclopedie van het Russische leven.' 

Jevgeni Onegin werd onmiddellijk onthaald als een meesterwerk, met zijn eigenzinnige stilistische brille en levendig taalgebruik. De roman bleek de overgang in de Russische letteren van de poëzie naar het proza, waardoor Poesjkin feitelijk de wegbereider is van latere genieën als Gogol, Tolstoj, Tsjechov, Toergenjew en Dostojevksi. De meeste gezaghebbende criticus uit die tijd, Vissarion Belinski, betitelde het als ‘een encyclopedie van het Russische leven.’

Een wonder, want feitelijk is het een verhaaltje van niets; de intrige van een driestuiverroman. Jevgeni Onegin, een fat, een losbol uit Sint-Petersburg, vestigt zich op het landgoed van zijn gestorven oom. Hij knoopt vriendschap aan met de romantische dichter Vladimir Lenski, die verliefd is op de lichtzinnige Olga. Onegin maakt kennis met haar zuster, de stille, dromerige, boeken lezende Tatjana die onmiddellijk als een blok voor hem valt. Maar de adellijke ‘liefdesinvalide’ Onegin, die affaires heeft bij de vleet, wijst haar af. Als Onegin Lenski tijdens een bal door te flirten met zijn verloofde Olga beledigt, leidt dat tot een duel, waarbij de laatste het leven laat. Na drie jaar ziet Onegin Tatjana terug, inmiddels getrouwd met een vadsige generaal, maar stralend als gastvrouw. Ditmaal zijn de rollen omgekeerd: het is nu de bliksemschicht die Onegin treft, doch het is te laat. Hoewel Tatjana nog altijd op hem verliefd is, blijft ze haar man trouw. Hun beider levens zijn voorgoed ongelukkig. Einde verhaal. 

Oost of West?

De discussie of Rusland een westers of een oosters land is, dan wel behoort tot een categorie sui generis woedt al eeuwen. En is na de Maidan-révolte in Kiev, gevolgd door de annexatie van de Krim door Rusland en de nieuwe Koude Oorlog die daarna lijkt te zijn uitgebroken, nog steeds angstig actueel.

Telkens als Poetin de Russische ‘derde weg’ met patriottistisch pathos in de gouden zalen van het Kremlin debiteert oogt hij applaus van zijn elite: oligarchen, politici, mensen uit de wetenschap en de kunsten. Maar in wezen is de bijval volstrekt schizofreen. Terwijl het Westen in de Russische staatsmedia de afgelopen jaren steeds vaker werd afgeschilderd als de vijand, kocht de Russische elite in datzelfde Westen massaal hun buitenhuizen en villa’s; hun vrouwen en maîtresses vliegen met hun privéjets driftig tussen Moskou, Rome, Miami, Londen en Parijs heen en weer, terwijl hun kinderen studeren aan de duurste Zwitserse en Britse kostscholen en universiteiten.

Als politieke balling, die het had aangedurfd de autocratische macht van de tsaar in zijn geschriften te tarten, vormde Poesjkin in zijn eentje feitelijk de Pussy Riot van zijn tijd.

O, hoe zou Alexander Poesjkin, dat grillige literaire wonderkind, die onbetwiste Mozart van de Europese letteren, van deze collectieve hypocrisie hebben gesmuld! En deze met zijn alziende spottende blik genadeloos aan de kaak hebben gesteld. Het was ook door zijn kritiek op de machthebbers van toen dat hij, als briljante jongeling van even twintig, door de tsaar werd verbannen naar Kisjinov, de hoofdstad van Moldavië waar hij aan zijn Jevgeni Onegin-epos begon. Volgens Poesjkin, zoals hij liet blijken in zijn ondergondse hekelgedicht Ode aan de Vrijheid uit 1818 en in tal van brieven en epigrammen, waren de dagen van de Romanovs geteld als de tsaren zich boven de wet bleven stellen. Een voorspelling die pas een eeuw later uitkwam, toen tsaar Nicolaas II in 1917 aftrad en de bolsjewiek Vladimir Oeljanov, alias Lenin, met een coupe aan de macht kwam. Om een ander terreurregime te vestigen - de Sovjet-Unie - dat de levens van tientallen miljoenen mensen zou vergen. Volgens critici stelt Poetin zich, in het tweede decennium van zijn macht, opnieuw op als tsaar.

Onlangs dronk ik in een café in Sint-Peterburg een wijntje, met aan de wand een afbeelding van Poesjkin als hipster, inclusief baardje. Als politieke balling, die het had aangedurfd de autocratische macht van de tsaar in zijn geschriften te tarten, vormde Poesjkin in zijn eentje feitelijk de Pussy Riot van zijn tijd. Met de bijbehorende cultstatus. Net als de beruchte meidengroep, die hun met gekleurde bivakmutsen uitgevoerde act in de Christus de Verlosser-kathedraal in Moskou tegen de repressie van Poetin in 2012 moesten bekopen met een paar maanden strafkamp, was Poesjkin onbetwist een rebel.

De tsarentijd, de decennia onder de communisten, het huidige Rusland: het lijkt steeds weer neer te komen op oude wijn in nieuwe zakken. Net als veel Russen nu worden de helden in Jevgeni Onegin heen en weer geslingerd, om niet te zeggen soms ronduit innerlijk verscheurd door enerzijds de aantrekkingskracht van het Westen, met zijn individualistische hang naar vrijheid en rationaliteit, en anderzijds de eeuwige Russische lokroep, waarbij irrationaliteit, soms regelrechte gekte en collectivisme de boventoon voeren.

Life imitates art

Zelden, overigens, was er in de wereldliteratuur een schrijnender voorbeeld van het adagium 'Life imitates art' als met Poesjkin en zijn beroemdste dichtwerk. Het duel waarbij Lenski om het leven komt zou de voorbode zijn van Poesjkins eigen vroege dood in 1837, op zevendertigjarige leeftijd. Hij was inmiddels teruggekeerd uit zijn ballingschap, gevierd en gelauwerd als schrijver en zes jaar eerder in het huwelijk getreden met de negentienjarige onbetwiste Russische schoonheid Natalja, die hem vier kinderen schonk.

In het Rusland van Vladimir Poetin is het niet bon ton om voor je homoseksuele geaardheid uit te komen; zelfs over de herenliefde-voorkeur van Tsjaikovski wordt nog altijd bij voorkeur gefluisterd. Ook toen de Nederlandse gezant van koning Willem I, Jacob baron van Heeckeren van Enghuysen, in 1833 met de twintig jaar jongere, aan lager al geraakte Franse aristocraat Georges d ‘Anthes zijn intrede deed in de Petersburgse beau monde, werd er gefluisterd. Ze zouden een homoseksuele liefdesrelatie hebben. Om de geruchten te ontzenuwen, begon de knappe d‘ Anthes, officieel de geadopteerde zoon van de ambassadeur, het in het openbaar aan te leggen met Poesjkins door iedereen begeerde vrouw.

Uiteindelijk restte er voor de dichter als vermeende ‘hoorndrager’ (bedrogen echtgenoot) niets ander dan het duel. Lenski werd meteen gedood. Zijn schepper, die bij het treffen met zijn rivaal in de januarisneeuw in zijn buik dodelijk werd verwond, stierf twee dagen later. Zijn leven was geëindigd als kunst; kunst die eeuwig is, weerbarstig als graniet. De kunst van Alexander Poesjkin.    

 

Pieter Waterdrinker (Haarlem 1961) is romancier en woont al bijna een kwarteeuw in Rusland. Hij is de auteur van meer dan tien boeken. Zijn jongste roman Poubelle (Nijgh & Van Ditmar) is een bestseller.

Dit artikel werd eerder gepubliceerd in Odeon 105.