Dans mee - Napoli Suite

Choreograaf

August Bournonville is een Deense balletmeester en choreograaf uit de 19e eeuw.

Bournonville werd geboren in Kopenhagen. Hij trainde bij zijn vader Antoine Bournonville en studeerde bij de Italiaanse choreograaf Vincenzo Galeotti aan het Koninklijk Deens Ballet in Kopenhagen. Nadat hij in Parijs onder de Franse danser Auguste Vestris studeerde, werd Bournonville solodanser bij het Koninklijk Ballet in Kopenhagen. Van 1830 tot 1848 was hij choreograaf voor het Royal Danish Ballet, waarvoor hij meer dan 50 balletten creëerde, bewonderd om hun uitbundigheid, lichtheid en schoonheid. Hij creëerde een stijl die, hoewel beïnvloed door het ballet van Parijs, helemaal van hem is. Het werk van Bournonville werd pas na de Tweede Wereldoorlog buiten Denemarken bekend. Sinds 1950 heeft The Royal Ballet verschillende keren zijn balletten in het buitenland uitgevoerd. De bekendste balletten van Bournonville zijn La Sylphide (1836), Napoli (1842), Le Conservatoire (1849), The Kermesse in Brugge (1851) en A Folk Tale (1854). Een gedeelte van Napoli is onderdeel van In The Future.

De Bournonville stijl

Bournonville startte een unieke stijl in ballet, beter bekend als de Bournonville School. Specifiek aan zijn stijl is dat de armen voornamelijk in de preparatie positie blijven, dus laag gehouden worden (bras bas). Dit is heel pittig voor de dansers, omdat ze in deze positie geen gebruik kunnen maken van de beweging van hun armen. Hierdoor voelt de danser zich beperkt in de beweging; de armen kunnen niet organisch mee bewegen. Ook kenmerkend voor de Bournonville stijl is het vele gebruik maken van de schouders in “epaulement”, waarbij het bovenlichaam licht gedraaid is. De ogen volgen de bewegingen van de benen.

Durf jij de uitdaging aan?

Probeer tijdens de klassieke balletles eens een oefening over de diagonaal te doen (bijvoorbeeld een sprongcombinatie), waarbij je je armen in een preparatie positie houdt. Zo ervaar je zelf hoe lastig het is om je armen stil te houden en alleen je bovenlichaam licht te bewegen. Je wordt je heel bewust van je kijkrichting en van de richting waarnaar je bovenlichaam wijst.