Magazine Aan de vooravond van diversiteit en inclusie in de opera
  1. Magazine
  2. Aan de vooravond van diversiteit en inclusie in de opera
  • Naomi Teekens
  • 23 Oct 2020
  • Leestijd: 7 minuten

Aan de vooravond van diversiteit en inclusie in de opera

In verhouding tot andere kunstvormen lijkt opera de laatste decennia soms weinig reflectief ten opzichte van het eurocentrisch karakter van zijn repertoire. Om meer aansluiting te vinden bij de recente ontwikkelingen rond diversiteit en de diverse bevolkingslagen in de samenleving, zal in de toekomst veel meer voorbij dit westerse perspectief moeten worden gedacht. Hoe verhoudt De Nationale Opera, als één van de toonaangevende operahuizen in wereld, zich tot de nieuwe dynamiek in onze huidige samenleving?

Alhoewel het in vraag stellen van de heersende tradities en werkvormen als beangstigend kan worden ervaren, ziet directeur Sophie de Lint dit niet zo. Sterker nog, zij ziet de huidige ontwikkelingen juist als een ongekende kans om niet alleen te reflecteren op de kunstvorm zelf, maar om ook open te staan voor een verrijkende herontdekking van opera.

 

Diversiteit als avontuur vol kansen

Voor De Lint is de huidige roep om verandering meer dan welkom. Ze ziet deze wens vanuit de maatschappij als een openbaring om de relevantie van het eurocentrische karakter van de kunstvorm te bevragen: “De huidige ontwikkelingen brengen nieuwe inzichten teweeg en plaatsen opera als kunstvorm in een ander perspectief. Als internationale culturele instelling streven we al decennia naar diversiteit op het toneel, maar inmiddels zijn we ook tot het inzicht gekomen dat dit maar een deel van de puzzel is.” Diversiteit is niet alleen iets visueels. Het volstaat niet om een paar zangers van kleur op het toneel te presenteren, want inclusie gaat veel verder dan dat en vraagt nadrukkelijk om een integratie op ieder niveau: “Twee seizoenen geleden presenteerden we bij De Nationale Opera Porgy and Bess met een volledige cast van mensen van kleur, maar met zowel een dirigent als een artistiek team dat volledig bestond uit mensen van witte afkomst. Hoewel dit slechts twee jaar geleden is, is dit vandaag de dag vanuit onze Nederlandse context ondenkbaar. Het is fascinerend hoe snel zulke veranderingen ontstaan want ze brengen de opera in een ander perspectief.”

Otello in een hedendaagse vorm kan alleen maar in een team van kleur.

Volgens De Lint bevindt De Nationale Opera zich dan ook in een sleutelpositie binnen de internationale operawereld. De actieve beweging rond diversiteit is in Nederland erg vooruitstrevend en de situatie verschilt sterk van die van andere Europese landen. Voor De Lint is dit een uitdaging: “Deze situatie verleent De Nationale Opera een eigen identiteit, die sterk wordt getekend door het nadrukkelijk streven naar een grotere diversiteit en meer inclusie. Dit is zowel spannend als tegelijkertijd complex, want het plaatst De Nationale Opera in een spanningsveld met afwijkende opvattingen binnen het internationale werkveld.” Zo zou De Nationale Opera in de komende seizoenen Otello van Verdi gaan opvoeren, maar de recente ontwikkelingen toonden aan dat dit in de huidige Nederlandse context niet meer mogelijk was. Althans, niet op de manier zoals ze in eerste instantie voor ogen hadden: “We hadden een fantastische Otello, een geweldig artistiek team en onze toekomstige chef -dirigent als muzikaal leider, maar ze zijn allemaal wit. In andere Europese landen is dit misschien nog wel mogelijk, maar voor ons voelde dit niet meer goed met de huidige veranderingen in onze maatschappij. Otello in een hedendaagse vorm kan alleen maar in een team van kleur. Er moet ruimte zijn voor een zwart perspectief.”

Om zowel een blijvende verandering teweeg te brengen binnen de cultuur en mentaliteit van De Nationale Opera én uiteindelijk de gehele operawereld wil De Lint zich richten op een langzaam en breed resonerend veranderingsproces. Want een diverse en inclusieve ontwikkeling dient het kloppende hart van de opera te zijn in plaats van een vluchtige en oppervlakkige maatregel die misschien voor even aandacht genereert, maar weinig structurele verandering teweegbrengt. Diversiteit gaat verder dan divers programmeren alleen en stelt ook eisen aan de organisatie en aan de wijze waarop we open staan voor de omgeving.

Verandering is de kiem voor verrijking

Voor De Lint kan innovatie zowel worden gevonden in de ontwikkeling van nieuw repertoire met nieuwe verhalen alsook in de herinterpretatie van de rijke meesterwerken uit de bestaande westerse canon, want opera is geen vaststaand gegeven. Opera heeft op dat vlak een stevige traditie van kritische scenische interpretatie. Het is belangrijk om die traditie ook vanuit het perspectief van diversiteit goed voor ogen te houden. Volgens De Lint zou het eeuwenoude klassieke operarepertoire, in een aanhoudende dialoog tussen verscheidene culturen, benaderd kunnen worden vanuit nieuwe en openbarende invalshoeken met aandacht voor ras, gender en etniciteit. Maar ook nieuwe composities kunnen zich op hun beurt tot canonieke werken ontvouwen. Zo kan er niet alleen een beter evenwicht ontstaan tussen de operacanon en nieuwe stemmen, maar hieruit kan een voortdurende wisselwerking ontstaan waardoor diversiteit en inclusie langzaamaan deel gaan uitmaken van de kern. Dit zal dus niet alleen kunnen leiden tot een verbreding, maar vooral tot een verrijking van de kunstvorm.

Vernieuwing van de kunstvorm ligt volgens De Lint onder andere in de aard van de verhalen die er op het toneel worden verteld. De verhalen moeten uiteindelijk hun betekenis en hun weerklank vinden in de huidige tijd. Het klassieke repertoire dat tot op de dag van vandaag wordt opgevoerd, bevat vaak elementen en onderwerpen waarbij we ons nu niet meer comfortabel voelen. Dit zijn voornamelijk de problematische misvattingen, die onderwerpen als exotisme, misogynie en racisme blootleggen. Over het algemeen botsen deze ideeën met onze huidige normen en waarden en door sommigen onder ons worden ze zelfs als kwetsend ervaren: “We kunnen het verlangen naar zulke fantasieën niet meer zonder meer presenteren op het Nederlandse toneel. We moeten deze verhalen daarom met de nodige zelfkritiek leren bekijken en benaderen vanuit nieuwe invalshoeken. Dit seizoen zouden we eigenlijk Aida ten tonele brengen; een verhaal dat getekend wordt door de verheerlijking van exotisme, maar men kan bij de presentatie van het werk daarvan afstand nemen en zich toespitsen op de menselijke verhoudingen en emoties die verborgen liggen in het verhaal. Die zijn heel relevant. We stappen dus eigenlijk af van de historische, koloniale component van de opera en kiezen een ander perspectief waarin we ons focussen op die relaties. Uiteindelijk was het ook voor Verdi in eerste instantie het algemeen menselijke dat centraal stond en niet de exotische aankleding.”

We willen diversiteit een vooraanstaande plaats toekennen

Om zowel een blijvende verandering teweeg te brengen binnen de cultuur en mentaliteit van De Nationale Opera én uiteindelijk de gehele operawereld wil De Lint zich richten op een langzaam en breed resonerend veranderingsproces. Want een diverse en inclusieve ontwikkeling dient het kloppende hart van de opera te zijn in plaats van een vluchtige en oppervlakkige maatregel die misschien voor even aandacht genereert, maar weinig structurele verandering teweegbrengt. Diversiteit gaat verder dan divers programmeren alleen en stelt ook eisen aan de organisatie en aan de wijze waarop we open staan voor de omgeving.

Voor De Lint kan innovatie zowel worden gevonden in de ontwikkeling van nieuw repertoire met nieuwe verhalen alsook in de herinterpretatie van de rijke meesterwerken uit de bestaande westerse canon, want opera is geen vaststaand gegeven. Opera heeft op dat vlak een stevige traditie van kritische scenische interpretatie. Het is belangrijk om die traditie ook vanuit het perspectief van diversiteit goed voor ogen te houden. Volgens De Lint zou het eeuwenoude klassieke operarepertoire, in een aanhoudende dialoog tussen verscheidene culturen, benaderd kunnen worden vanuit nieuwe en openbarende invalshoeken met aandacht voor ras, gender en etniciteit. Maar ook nieuwe composities kunnen zich op hun beurt tot canonieke werken ontvouwen. Zo kan er niet alleen een beter evenwicht ontstaan tussen de operacanon en nieuwe stemmen, maar hieruit kan een voortdurende wisselwerking ontstaan waardoor diversiteit en inclusie langzaamaan deel gaan uitmaken van de kern. Dit zal dus niet alleen kunnen leiden tot een verbreding, maar vooral tot een verrijking van de kunstvorm.

Het begin voor een nieuwe wereld van het muziektheater

De discussie rondom diversiteit blijft een delicaat onderwerp. Om een duurzame wisselwerking tot stand te kunnen brengen, moeten we volgens De Lint volledig open staan voor elkaars wereld en perspectief om zo elkaar te kunnen vinden in een ontmoeting van wederzijdse interesse en respect: “Onze FAUST [working title] zie ik ook als zo’n ontmoeting. Niet alleen hadden we diversiteit op het toneel, maar diversiteit was ook te vinden in iedere vezel van de productie: in de samenstelling van het team, van de componisten, het muzikaal materiaal, maar ook in de werkvorm werd er met een nieuw, inclusiever model gewerkt. Met FAUST leken alle puzzelstukjes op hun plek te vallen. Ik zie deze productie als het verrijkende begin voor een nieuwe wereld van het muziektheater.” De Lint ziet het vooral als een inspirerend avontuur: “Het is nog een lange weg en we staan pas aan het begin. Maar het gegeven dat we vandaag de dag meer dan bereid zijn om deze fundamentele dialoog aan te gaan, is al een essentiële stap in de goede richting. En we willen diversiteit daarin een vooraanstaande plaats toekennen”