Magazine De betoverende wereld van de pas de deux
  1. Magazine
  2. De betoverende wereld van de pas de deux
  • Rosalie Overing
  • 05 Oct 2020
  • Leestijd: 6 minuten

De betoverende wereld van de pas de deux

Het innige duet tussen de elegante ballerina en de sterke mannelijke danser die haar ondersteunt: de pas de deux is in de meeste klassieke balletvoorstellingen een onmisbaar onderdeel. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de voorstelling Back to Ballet – Classic, waarin Het Nationale Ballet haar weg terug zoekt naar de kern van het klassieke ballet, plaats biedt aan niet één, maar twee van deze klassieke duetten: de Witte Zwaan pas de deux uit Het Zwanenmeer en de pas de deux uit Le Corsaire. Maar hoe zit een pas de deux ook alweer in elkaar en wat maakt de twee pas de deux uit Back to Ballet – Classic zo bijzonder?

Geschiedenis

De eerste pas de deux werd vermoedelijk begin 18e eeuw op de planken gebracht. In die tijd diende ballet nog hoofdzakelijk als ondersteuning van opera in zogenaamde ‘operaballetten’. De dansers verbeeldden hierbij bepaalde menselijke eigenschappen, zoals kracht of onderdanigheid, en gaven zo een extra dimensie aan het verhaal. De ballerina en de mannelijke danser dansten tegelijkertijd dezelfde passen, vaak met elkaars handen vast. Toen het Romantische ballet opkwam in de late 18e eeuw en het begin van de 19e eeuw en steeds meer ballerina’s op spitzen begonnen te dansen, werd de ondersteunende rol van de mannelijke danser in de pas de deux nog belangrijker. Ook nam het fysieke contact tijdens de pas de deux toe en kreeg het duet een dramatischer en romantischer karakter. Naarmate de ballettechniek zich steeds verder ontwikkelde, spitzen functioneler werden en voor de kleding van de dansers steeds elastischere materialen werden gebruikt, konden de dansers tijdens de pas de deux steeds atletischere en gewaagdere bewegingen en sprongen laten zien.

De grand pas de deux

De grand pas de deux zoals we deze vandaag de dag kennen, werd geïntroduceerd in de late 19e eeuw en kan in grote mate worden toegeschreven aan de bekende balletmeester en choreograaf Marius Petipa. De grand pas de deux vormt vaak de climax waar een scène naar toewerkt en toont de talenten van de balletdansers. In de 20e eeuw bleef het grand pas de deux haar climactische karakter behouden en werd het duet bovendien meer en meer geïntegreerd in de verhaallijn van een balletvoorstelling.

Floor Eimers en Martin ten Kortenaar in Het Zwanenmeer ©Altin Kaftira

Entree, adagio, variaties en coda

Traditioneel bestaat een grand pas de deux uit vijf onderdelen: de entree, het adagio, de mannelijke variatie, de vrouwelijke variatie en de coda. De entree markeert simpelweg de verschijning van de dansers, waarna zij zichzelf positioneren om het adagio te beginnen. Tijdens het adagio, wat ‘langzaam’ betekent, dansen de ballerina en de mannelijke ballerina samen een langere dans, die wordt gekenmerkt door gracieuze en constante bewegingen, waarbij de mannelijke danser de ballerina ondersteunt. Het adagio in een grand pas de deux gaat gepaard met veel fysiek contact en spitzenwerk. Na het adagio dansen beide balletdansers een variatie. Hierbij is het gebruikelijk dat de mannelijke danser begint, zodat de ballerina een beetje op adem kan komen na het inspannende adagio. De mannelijke variatie kenmerkt zich door veel sprongen en draaien. De vrouwelijke variatie begint rustiger en eindigt vaak met spectaculaire draaien. De coda kan worden gezien als de einddans. In de coda komen thema’s uit het adagio terug, maar ook variaties. Vaak is de coda bovendien spectaculairder, met meer lifts en indrukwekkende bewegingen als pirouettes à la seconde voor de mannen en fouettés voor de vrouwen.

Back to Ballet - Classic

De twee pas de deux die in Back to Ballet – Classic worden opgevoerd zijn beide befaamde klassiekers. Zo wordt de pas de deux uit Le Corsaire vaak gedanst als hoogtepunt van gala’s en heeft zelfs de grootste balletleek wel eens gehoord van Het Zwanenmeer. Toch hebben de duetten volgens balletmeester Rachel Beaujean, die voor Het Nationale Ballet in 2012 Petipa’s versie van Paquita in een nieuw jasje stak, niet alleen daarom een plaats in de voorstelling gekregen. Zij stelt namelijk dat wanneer je als balletgezelschap teruggaat naar de kern van het klassieke ballet, het er vooral om gaat hoe het ballet wordt uitgevoerd. “We hebben daarom het tableau van de dansers die we nu hebben als uitgangspunt genomen en hier de pas de deux bij gezocht in plaats van andersom. Op deze manier kunnen we de solisten laten schitteren. Dat wil je tonen aan het publiek.”

Maia Makhateli en Young Gyu Choi tijdens de pas de deux uit Le Corsaire ©Michel Schnater

Sprongkracht en sensualiteit in Le Corsaire

Gezien dit uitgangspunt is het niet verwonderlijk dat de pas de deux uit Le Corsaire onderdeel is van het programma van Back to Ballet – Classic. Volgens Rachel Beaujean zijn Maia Makhateli en Young Gyu Choi, de eerste solisten die het duet tijdens de voorstelling dansen, namelijk uitermate geschikt voor Le Corsaire. “Samen hebben zij internationaal met deze pas de deux op gala’s gedanst. Zij zijn op dit moment op het hoogtepunt van hun carrière en het is voor het publiek smullen om naar te kijken. Ze zijn niet meer aan het proberen, maar hebben echt iets speciaals te bieden.” Bijzonder aan de pas de deux uit Le Corsaire is bovendien de rol van de mannelijke danser. “De eerste keer dat het duet werd uitgevoerd bij Het Nationale Ballet was met Rudolf Nureyev. Hij stond er als eerste voor dat de man een evenredige rol had in de pas de deux. Dus niet alleen bij het partneren, maar ook bij het dansen zelf en het interpreteren.” Dit resulteerde in een uitdagende mannenrol, vol sprongen en sensualiteit. “De pas de deux uit Le Corsaire laat de enorme sprongkracht van de man zien, maar ook zijn sensuele en bijna dierlijke karakter in de solo en variaties. Young excelleert hierin.”

Floor Eimers en Martin ten Kortenaar in Het Zwanenmeer ©Altin Kaftira

Van schuchter zwaantje naar totale overgave

De andere pas de deux die in Back to Ballet – Classic wordt opgevoerd, is de Witte Zwaan pas de deux die Odette en Siegfried dansen in Het Zwanenmeer. Zij worden hierbij geflankeerd door de andere witte zwanen. Floor Eimers, tweede soliste bij het Nationale Ballet, heeft vaak in Het Zwanenmeer gedanst. Van de 24e zwaan achteraan tot de twee grote zwanen vooraan. En vorig jaar mocht zij de hoofdrol vertolken. “Mijn kinderdroom ging hiermee in vervulling. Het Zwanenmeer was de reden dat ik in eerste instantie op ballet ben gegaan en met deze rol was de cirkel als het ware rond.” Volgens Floor kan de Witte Zwaan pas de deux worden gezien als klassiek ballet in zijn puurste vorm, maar een makkelijk duet is het niet. Tijdens een fysiek zware acht minuten wisselen verschillende emoties elkaar af. “Je begint als een kwetsbaar en schuchter zwaantje op de grond, maar door de pas de deux heen ontwikkelt je liefde voor prins Siegfried zich verder en je eindigt heel open.” Dit slot is Floors favoriete stuk uit de Witte Zwaan pas de deux. “Odette geeft zich dan met haar armen open helemaal over aan Siegfried, die haar bij haar pols vasthoudt, en ze breekt als een... Ja, als een zwaantje. De muziek op dat moment is ook waanzinnig. Ik moet daar altijd huilen.”

In Back to Ballet – Classic is Floor niet te bewonderen in de Witte Zwaan pas de deux, maar wel als solist in Rachel Beaujeans bewerking van Paquita.