Magazine Juanjo Arqués verkent mannelijkheid anno nu
  1. Magazine
  2. Juanjo Arqués verkent mannelijkheid anno nu
  • Astrid van Leeuwen
  • 12 Oct 2020
  • Leestijd: 7 minuten

Juanjo Arqués verkent mannelijkheid anno nu

Hij had er net anderhalve week van repetities opzitten, toen alle theaters in ons land in maart dicht moesten. “Dat was uiteraard heel teleurstellend. Je bent net lekker op gang en dan opeens stopt alles.” Maar Spanjaard Juanjo Arqués is niet iemand om bij de pakken neer te zitten. “De lockdown heeft mij extra tijd gegeven om mijn ideeën voor MANOEUVRE nog verder uit te werken.” Ruim een half jaar later dan gepland, gaat de choreografie alsnog in première, met als – ongewijzigd – thema de veranderende kijk op mannelijkheid in onze samenleving. “Het is niet langer ‘not done’ om als man je gevoelens te uiten.”

Zes dagen voordat MANOEUVRE in Amsterdam in première gaat, heeft hij nog een wereldpremière: bij het Ballet am Rhein in Düsseldorf ziet zijn nieuwe creatie Spectrum het licht, een choreografie gemaakt met inachtneming van strikte coronamaatregelen. “De dansers van het gezelschap zijn opgedeeld in zes groepen en bij elke voorstelling mag maar één van die groepen op het toneel staan. Daarnaast moest ik gedurende het hele creatieproces een mondmasker dragen en moesten de dansers in mijn choreografie in eerste instantie op zes meter afstand van elkaar blijven. Later is dat teruggebracht tot drie meter. Dat was erg wennen, dat er dus absoluut geen sprake van fysiek contact tussen de dansers mag zijn. Maar tegelijkertijd was het ook een geweldige uitdaging: het stimuleerde mij om mijn bewegingstaal opnieuw te onderzoeken en nieuwe wegen in te slaan, zoals bijvoorbeeld in hoe je omgaat met groepen op het toneel.”

MANOEUVRE © Hans Gerritsen

‘Mannen huilen niet’

Juanjo Arqués (43) heeft, toen de lockdown in ons land van kracht werd, hooguit twee, drie weken stil gezeten, zegt hij. “Daarna dienden zich al snel nieuwe kansen aan.” Zo is hij met modeontwerpster Iris van Herpen een online-project gestart, waarin dans en mode samenkomen. “De video daarvan komt binnenkort uit.” Daarnaast studeerde hij onder meer Hans van Manens Solo in bij het Stuttgarter Ballett – “Het ideale ‘coronaballet’ omdat de drie dansers een voor een op het toneel staan” –, gaf hij les tijdens de online-editie van de jaarlijkse Summer School van de Nationale Balletacademie en maakte hij een choreografie voor de Spaanse sterballerina Lucia Lacarra.

Er is veel meer waardering voor mannen die zich sensitief durven op te stellen

Bovendien gaf de lockdown-periode hem, zegt hij, de kans om zijn gedachten over MANOEUVRE, zijn creatie voor Het Nationale Ballet, verder aan te scherpen. Gedachten die gaan over mannelijkheid en dan vooral over hoe de kijk op dat begrip de laatste jaren in onze westerse maatschappij aan het veranderen is. “Traditioneel gezien wordt mannelijkheid veelal geassocieerd met zaken als sterk zijn, krachtig optreden, leiderschap tonen, maar dat beeld is duidelijk aan het verschuiven. Waar jongens vroeger nog regelmatig dingen te horen kregen als ‘mannen huilen niet’, is er nu veel meer ruimte voor hun gevoelsleven en ook veel meer waardering voor mannen die zich sensitief durven op te stellen, die hun emoties durven te uiten. Dat zorgt voor meer diversiteit in onze samenleving en, daarmee, in mijn ogen ook voor meer balans.”

MANOEUVRE © Hans Gerritsen

Spaanse machocultuur

Daarbij trekt Arqués overigens bewust geen vergelijkingen tussen mannen en vrouwen. Onderwerpen als gelijke rechten voor man en vrouw en de emancipatoire invloed van het feminisme komen in MANOEUVRE dan ook niet aan bod. “Ik wilde mij dit keer volledig richten op de man. Daarom heb ik ook gekozen voor een cast van zeven mannelijke dansers.”

Onderdeel van de voorbereidingen en research voor zijn nieuwe choreografie was het teruggaan naar zijn eigen jeugd en onderzoeken van de waarden waarmee hij opgroeide. “Ik ben een heel emotioneel en gepassioneerd iemand. Waarschijnlijk ben ik daar als kind, binnen de Spaanse machocultuur, wel in geremd geweest, maar ik had het grote voordeel dat ik danste. In de danswereld heerst toch meer openheid, er is meer ruimte voor persoonlijke expressie.”

Er is uiteindelijk maar één deel waarin de dansers elkaar aanraken

Ook met zijn dansers heeft hij hierover gesprekken gevoerd. “Daarbij heb ik gemerkt dat de sfeer met alleen mannen in de repetitiestudio totaal anders is. Er heerst als het ware meer een collectief gevoel, een soort teamspirit, en dat heeft ook zijn invloed gehad op de choreografie.” Zoals ook corona een impact heeft gehad: “Hoewel er voor dansers een uitzondering is gemaakt – zij hoeven zich niet aan de anderhalve-meter-regel te houden – merkte je dat sommigen er bij het hervatten van de repetities toch moeite mee hadden om hun collega’s aan te raken. Later nam die angst wel af, maar ik vond het mooi om die aanvankelijke onderlinge afstand toch te behouden in de choreografie. Er is uiteindelijk maar één deel waarin de dansers elkaar aanraken.”

Studio: MANOEUVRE ©Altin Kaftira

Muziek waar álles in zit

Arqués zette zijn nieuwe choreografie op John Adams’ Shaker Loops, een compositie voor strijkorkest waar hij al jarenlang van houdt. “Het is een stuk dat door veel choreografen vóór mij is gebruikt, onder wie Hans van Manen en – voor een creatie voor Het Nationale Ballet waar ik zelf ook in gedanst heb – Nicolo Fonte. Maar ik heb altijd geweten dat ik er op een dag mijn eigen interpretatie aan zou willen geven. En dit was het juiste moment. Het is muziek waar álles in zit, muziek die je alle ruimte geeft om het begrip mannelijkheid te onderzoeken: enerzijds enorm krachtig, confronterend, maar anderzijds ook met delen die zachter, lyrischer, natuurlijker zijn.”

Dat contrast heeft hij dan ook volop in de choreografie gebruikt. “In sommige scènes verwijs ik naar beelden en symbolen die doorgaans met mannelijkheid geassocieerd worden. Het leger, legerformaties, vlaggen, salueren, scherpe lijnen, strakke bewegingen, voetbal, gespierdheid, maar ook emotionele onderdrukking: wat betekent het wanneer je je gevoelens niet kunt uiten, wanneer je als het ware het zwijgen wordt opgelegd. Gaandeweg wordt de sfeer echter opener, komt er steeds meer ruimte voor sensitiviteit, meer vrijheid.”

Studio: MANOEUVRE © Jozef Varga

S-vorm

Het decorontwerp van Tatyana van Walsum en het lichtontwerp van Bert Dalhuysen spelen bij dat laatste een belangrijke rol. “Tatyana heeft een groot decorstuk ontworpen in de vorm van een S, een constructie met hangende gordijnen die een ronde, gebogen ‘loop’ dwars over het toneel creëren die verwijst naar vrouwelijkheid in contrast met mannelijkheid. Afhankelijk van de belichting kun je door die gordijnen heen kijken, waardoor het toneelbeeld dus al dan niet in tweeën gedeeld is. Je zou de ene kant van het toneel kunnen beschouwen als de donkere kant, een situatie waarin gevoelens onderdrukt worden, en de andere kant als de meer open, meer vrije kant. Maar decor en belichting scheppen ook de mogelijkheid om kleinere, intieme ruimtes te creëren.”

De kostuums van Van Walsum, in grijze natureltinten, sluiten aan bij Arqués’ idee om in zijn choreografie afwisselend op het individu en het collectief in te zoomen. “De kostuums passen qua kleur en snit bij elkaar, maar tegelijkertijd heeft iedereen zijn eigen prototype. Omdat uiteindelijk toch ook ieder individu anders omgaat met het verbergen dan wel tonen van emoties.”

Studio: MANOEUVRE © Jozef Varga

Eigen verhaal

Een verhaal vertelt MANOEUVRE niet, aldus Arqués. “Het is een abstract werk, vertrekkend vanuit één concept, één idee. De beelden die wij laten zien, zijn een weerslag van de manier waarop wij een verandering in de maatschappij ervaren, waarbij mannen steeds meer van zichzelf laten zien, maar het is uiteindelijk aan elke toeschouwer om daar zijn eigen verhaal van te maken.”

De titel MANOEUVRE koos hij allereerst omdat er het woord ‘man’ in voorkomt en in tweede instantie vooral ook vanwege de klank en betekenis. “Manoeuvre staat voor verandering, voor hoe je iets in een nieuwe richting kunt bewegen, een ontwikkeling kunt sturen. Daarnaast vind ik het een woord dat weliswaar zacht en vrouwelijk klinkt, maar dat tegelijkertijd ook beslist een mannelijk element in zich draagt.”