Leonard Bernstein

Muzikale alleskunner

Leonard Bernstein

Leonard Bernstein was een man die werkelijk alles kon met muziek. Hij was een van de grootste dirigenten van de 20ste eeuw, een uitstekende pianist, een gewaardeerde componist en bovenal een vakkundige leraar. Het Nationale Ballet voert 100 jaar na zijn geboorte in The New Classics (september 2018), een choreografie van Alexei Ratmansky uit op zijn vioolconcert ‘Serenade after Plato’s Symposium’.

  • Leonard Bernstein: 25 augustus 1918 (New York) – 14 oktober 1990 (New York)
  • Belangrijkste werken: West Side Story, On the Town, On the Waterfront, Serenade after Plato’s Symposium, Trouble in Tahiti, Candide, 3 symfonieën
  • Stroming: romantiek, modernisme, invloeden uit de jazz
  • Gezin: getrouwd met Felicia Montealegre, drie kinderen

Bernstein en de opera
Bernstein schreef muziek in vrijwel elk genre en in diverse stijlen. Hij schreef ook drie opera’s, waarvan Candide (1956) de bekendste is. Deze opera -vaak een operette genoemd vanwege het ontzettend luchtige karakter- is gebaseerd op de roman Candide van Voltaire, maar Bernstein voegde er veel naar zijn eigen fantasie aan toe. De muziek doet, in navolging van Gershwins Porgy and Bess, erg jazzy aan maar is met behulp van klassieke technieken en idiomen geschreven. Er komt ook veel volksmuziek in voor, zoals walsen, tango’s en volksliedjes.

Trouble in Tahiti (1952) is een korte eenakter die vaak met andere korte eenakters op één avond gespeeld wordt. De laatste van de drie, A Quiet Place (1983), is een vervolg op Trouble in Tahiti. Aanvankelijk was dat ook een eenakter, maar er kwam zoveel kritiek op dat Bernstein de opera reviseerde, Trouble in Tahiti in de tweede akte toevoegde en er een opera in drie aktes van maakte.

Bernstein en het ballet
Bernstein schreef ook drie balletten. Een ervan, The Dybbuk (1974) weerspiegelt Bernsteins eigen Joodse achtergrond. Het verhaal gaat over de geest van een gestorven jongeman die het meisje beheerst waarmee hij voorbestemd was te trouwen. Allerlei Joodse rituelen, wetten en regels komen voorbij in het verhaal. Al Bernsteins balletten waren geschreven op choreografieën van Jerome Robbins met wie hij ook de musical West Side Story maakte.

Jeugd en kennismaking met muziek
Louis Bernstein werd op 25 augustus 1918 geboren in New York. Hij was de zoon van Oekraïense joden die naar Amerika waren geëmigreerd. Hij werd Louis gedoopt omdat zijn grootmoeder dat wilde, maar zijn ouders noemden hem altijd Leonard. Op zijn 15e veranderde Bernstein officieel zijn voornaam in Leonard. Hij kwam op zeer jonge leeftijd in aanraking met muziek en wilde dolgraag piano leren spelen. Zijn ouders konden de piano van een nicht overnemen en zo leerde de jonge Bernstein piano spelen. Samen met zijn zusje speelde hij hele opera’s en symfonieën van Beethoven op de piano.

In 1935 ging Bernstein muziek studeren aan Harvard University. Tijdens zijn studie leerde hij de beroemde dirigent Dimitri Mitropoulos kennen. Deze stimuleerde hem om te gaan dirigeren en was op muzikaal gebied een groot voorbeeld voor Bernstein. Een andere beroemdheid die veel zou betekenen voor Bernsteins artistieke ontwikkeling was de componist Aaron Copland. Bernstein had nooit officieel les van hem maar toch noemde hij hem ‘zijn enige echte compositieleraar’.

Bernstein als dirigent
Na zijn studietijd ging Bernstein directie studeren aan Tanglewood bij Serge Koussevitzky. Hij begon als assistent van Arthur Rodzinsky bij de New York Philharmonic Orchestra. Zijn echte doorbraak kwam toen hij mocht invallen voor Bruno Walter, die op het laatste moment door griep geveld werd. Het concert was een enorm succes. Doordat het uitgezonden werd door de BBC Radio bezorgde het Bernstein onmiddellijk veel roem. Hij werd bij diverse orkesten als gastdirigent gevraagd.

In 1947 kwam Bernstein voor het eerst naar Nederland. Hij dirigeerde daar het Residentie Orkest in Den Haag, waar hij onder meer zijn eigen werk On the Town dirigeerde, en kwam het jaar daarop terug voor een reprise. In 1978, 1985 en 1987 trad hij op met het Koninklijk Concertgebouw Orkest waarmee hij ook twee keer op tournee ging. In 1958 volgde Bernstein Mitropoulos op als dirigent van het New York Philharmonic Orchestra, waar zijn carrière gelanceerd werd. Hij bleef ervoor staan tot 1969. Tot aan zijn dood heeft hij bij ongelooflijk veel orkesten over de hele wereld gedirigeerd.

Bernstein tijdens een repetitie met klarinettist Benny Goodman

Bernstein als componist
Dankzij het concert waar hij inviel voor Bruno Walter, kreeg Bernstein ook bekendheid als componist. Waar hij kwam te dirigeren nam hij ook zijn eigen werken mee. Tot zijn debuut als  dirigent had hij vooral kamermuziek geschreven, zijn eerste ballet Fancy Free, en zijn Jeremiah Symphony. Deze laatste werken bracht hij zelf in première. Hoewel zijn werken vaak gespeeld worden -in Amerika is hij na Copland de meest gespeelde Amerikaanse componist - beperkt de populariteit en bekendheid van Bernsteins werken zich over het algemeen tot de musicalwerken West Side Story en On the Town. Bernstein was dan ook vrij teleurgesteld dat hij de muziekwereld niet wist te veroveren met zijn ‘serieuzere’ werken zoals zijn symfonieën.

Bernstein als virtuoos
Hoewel Bernstein een voortreffelijke pianist was heeft hij nooit een solocarrière geambieerd. Hij trad veel vaker op als dirigent dan als pianist. Een aantal uitvoeringen zijn wel heel beroemd geworden. Bernstein had een klein repertoire waarbij hij in het concert soleerde en vanaf de piano het orkest dirigeerde. Op die manier heeft hij onder andere Rhapsody in Blue en het Pianoconcert in F van Gershwin, en het Pianoconcert in G van Ravel vaak uitgevoerd. Bernstein was tevens een uitstekend improvisator die geregeld tijdens zijn ‘lectures’ voor de televisie achter de piano ging zitten om bepaalde technieken of stijlen voor te spelen.

Bernstein als docent
Muziekonderwijs was voor Bernstein een van zijn belangrijkste bezigheden. Hij bracht de serie Young People’s Concerts, het familieconcertprogramma van de New York Philharmonic Orchestra, extra onder de aandacht door ze op televisie uit te laten zenden. Vanaf zijn vaste aanstelling bij dat orkest in 1958 tot aan zijn dood heeft Bernstein de serie gedirigeerd en gepresenteerd. Bernstein was sowieso beroemd om de manier waarop hij complexe muzikale onderwerpen op een eenvoudige manier kon uitleggen. Zijn leven lang heeft hij overal waar hij kwam lezingen en colleges gegeven.

Ook heeft hij een aantal opnames gemaakt waarbij hij (vaak vanachter de piano) vertelt over het stuk waar hij op dat moment met een orkest mee bezig was. De meest beroemde daarvan zijn de films waarin hij de muziek van zijn grote voorbeeld Mahler behandelt. Bernstein was een groot voorvechter van Mahlers muziek. Hij nam Mahlers gehele oeuvre meerdere keren op plaat en cd op. Zijn opvattingen en uitvoeringen van de muziek zijn legendarisch. Bernstein werd zelfs begraven met een partituur van Mahlers Vijfde Symfonie over zijn hart gelegd.

Dood en nalatenschap
Bernsteins laatste jaren waren ontzettend succesvol. Hij kreeg overal prijzen en erefuncties aangeboden, nam ongelooflijk veel muziek op en richtte overal festivals en muziekscholen op. Hij had vijf boeken over muziek geschreven en talloze televisie- en radio-uitzendingen over muziek gepresenteerd. In 1990 ontving hij de Praemium Imperiale van de Japan Arts Association voor zijn levenswerk in de muziek. Met de $100.000 die daarbij hoorde richtte hij de Bernstein Education Through the Arts (BETA) Fund op. Daarmee kon hij een educatieprogramma oprichten met kunst en artistieke ontwikkeling als basis voor het leren.

Bernstein heeft zich zijn hele leven uitgesproken over diverse maatschappelijke thema’s. Hij was een openlijk tegenstander van de Vietnamoorlog, streed tegen racisme, voor civiele rechten, en was betrokken bij diverse maatschappelijke organisaties, waaronder de Black Panter Party. In 1989, tijdens de vieringen van de val van de Berlijnse muur, dirigeerde Bernstein een even symbolische als legendarische uitvoering van Beethovens Negende Symfonie, waarbij hij in de tekst het woord ‘freude’(vreugde) liet vervangen door ‘freiheit’ (vrijheid).

Op 19 augustus 1990 dirigeerde Bernstein zijn laatste concert met de Four Sea Interludes from Peter Grimes van Britten, en de Zevende Symfonie van Beethoven. Hij leed toen al aan longkanker en kon het concert maar ternauwernood afmaken. Twee maanden later, op 9 oktober, kondigde hij aan dat hij zou stoppen met dirigeren. Vijf dagen later stierf hij na een hartaanval veroorzaakt door de kanker. Hij werd begraven op de Greenwood Cemetery, naast zijn vrouw.

BINNENKORT BIJ HET NATIONALE BALLET

2018-2019 – The New Classics (Serenade after Plato’s Symposium)

EERDER TE ZIEN BIJ DE NATIONALE OPERA

2017-2018 – Trouble in Tahiti

Tip! Bekijk video's van Bernstein opera's op YouTube