De Nationale Opera presenteert

DIE GLÜCKLICHE HAND / NEITHER Arnold Schönberg (1874-1951) / Morton Feldman (1926-1987)

Deze productie was te zien in januari 1991

DIE GLÜCKLICHE HAND

Arnold Schönberg
Drama mit Musik, opus 18
Tekst van Arnold Schönberg
Wereldpremière 14 oktober 1924 Volksoper, Wenen

NEITHER

Morton Feldman
An opera in one act
Tekst van Samuel Beckett
Wereldpremière 13 mei 1977, Teatro dell’Opera, Rome

 

Nieuwe dubbelproductie
Première 12 januari 1991

   

DIE GLÜCKLICHE HAND

PROLOOG

De Man en zijn Last De Man ligt verpletterd onder een last van vlees

1e TAFEREEL

De Man en het Koor Stemmen beschrijven de onvermijdelijke en rusteloze levenscyclus van de Man. ‘Steeds weer hunkeren naar het onbereikbare; jij die een hogere wereld in je draagt, verlangt naar de dingen van deze aarde’.

2e TAFEREEL

De Man en de Vrouw De Vrouw verschijnt. Haar interesse voor de Man varieert tussen liefde en onverschilligheid. De Man verklaart met passie zijn verlangen naar haar en geeft toe aan haar tijdelijke avances.

3e TAFEREEL

De Man, de Vrouw en de Heer Intussen is de Heer opgekomen. Hij legt beslag op de Vrouw. Zij reageert passioneel op zijn avances. De Man draait zich om en treft haar aan in de armen van de Heer. Een schuldgevoel jegens de Man doet haar haar minnaar even vergeten. Ze kust de hand van de Man als om vergiffenis te vragen. De Man staart naar zijn hand alsof een vreemde kracht hem heeft aangeraakt. ‘Nu ben je voor altijd van mij’, roept hij uit tegen de Vrouw, die intussen reeds met de Heer verdwenen is.

4e TAFEREEL

De Man en de Arbeiders De Man bevindt zich nu in een fabriek of mijnschacht waar Arbeiders zwoegen zonder veel resultaat. 'Dat kan veel eenvoudiger', is het oordeel van de Man; hij raapt een steen op van de grond en maakt er met een enkele beweging een prachtig juweel van terwijl hij het aambeeld waarop hij het vervaardigde vernietigt. Hij laat het juweel achter bij de verbouwereerde Arbeiders die niet begrijpen wat ze hebben gezien.

5e TAFEREEL

De Man en zijn Hand Een storm van kleuren beschrijft de innerlijke strijd van de Man, die heen en weer geslingerd wordt tussen zijn creatieve daad en zijn jaloersheid.

6e TAFEREEL

Opnieuw de Man, de Vrouw en de Heer De minnaars komen opnieuw te voorschijn. De Heer wordt even met de Man geconfronteerd, maar verdwijnt weer. De Man smeekt de vrouw bij hem te blijven. Ook zij verdwijnt.

7e TAFEREEL

Opnieuw de Man, zijn Last en het Koor Wanneer de Man tracht de Vrouw aan te raken, ervaart hij opnieuw de Last die hem terneerdrukt. De Vrouw kijkt op hem neer. Het Koor herhaalt zijn waarschuwend commentaar. ‘Kun je dan nooit rust vinden? Alsmaar probeer je te grijpen wat je enkel ontglippen kan. Wat je zoekt is in jezelf. Jij arme dwaas’.

NEITHER

heen en weer in schaduw van inwendige naar uitwendige schaduw

van ondoordringbaar zelf naar ondoordringbaar niet-zelf via beide niet

als tussen twee verlichte wijkplaatsen waarvan de deuren zodra je ze bent genaderd langzaam dichtgaan, zodra je je ervan hebt afgewend langzaam weer opengaan

hierheen gewenkt, daarheen gewenkt en weggestuurd

blind voor de weg, gespitst op het ene schijnsel of het andere

ongehoorde voetstappen alleen geluid

tot uiteindelijk voor altijd stilstand, zelf en ander voor altijd buiten bereik

dan geen geluid

dan licht zachtjes ontduisterend over het ongeziene beide niet

onzegbaar thuis

Samuel Beckett

 

In 'Die glückliche Hand' beschrijft Arnold Schönberg hoe hij ‘trachtte te musiceren met de middelen van het theater’. Hij koppelde zijn compacte partituur aan een ingewikkeld scenario waarin scenografie, belichting, beweging en acteerintenties nauwkeurig zijn vastgelegd. Hij drong er nog jaren nadat het stuk geschreven werd op aan dat het gezien diende te worden als een transcendentie van expressionisme, symbolisme en psychologisch theater. Feit is dat het werk al deze facetten van Schönbergs kunst omvat. Het is een zelfportret van een kunstenaar die gekweld wordt door de polariteiten in zijn bestaan - het klassieke conflict tussen het materiële en het spirituele.

Evenzo maakt Morton Feldman van 'Neither' op basis van de tekst van Samuel Beckett, een werk voor het theater waarin een Vrouw in dialoog is met haar schaduw, een bewogen meditatie over het ‘zelf’ en het ‘niet-zelf’.

Met 'Die glückliche Hand' en 'Neither' doorbreken Schönberg, Beckett en Feldman door een diepgaande persoonlijke introspectie de fragiele relatie tussen muziek, tekst en theatrale ruimte. Dit is de uitdaging van de avond.

Pierre Audi

 

Team, Cast en Koor

Muzikale leiding 
Oliver Knussen / Richard Bernas
Regie 
Pierre Audi
Scenisch concept 
Jannis Kounellis
Kostuums 
Jorge Jara
Licht 
Jean Kalman
Orkest 
Residentie Orkest
Instudering koor 
Winfried Maczewski
 
DIE GLÜCKLICHE HAND
Der Mann 
Henk Smit
Eine Frau 
Eleanor Bron
Ein Herr 
Paul Freeman
Sechs Frauen 
Joanna Albrzykowska
Marianne Boonen
Julia Bronkhorst
Manon Heijne
Monica Peters
Gerry de Vries
Sechs Männer 
Harry van Berne
Romain Bischoff
Marc Drost
Julian Hartman
Jon Thorsteinsson
Jan Polak
 
NEITHER
Soprano 
Reri Grist / Lisa Saffer