De Nationale Opera presenteert

GASSIR / IL COMBATTIMENTO DI TANCREDI E CLORINDA Theo Loevendie (1930) / Claudio Monteverdi (1567-1643)

Deze productie was te zien in mei 1993

GASSIR

Theo Loevendie
Opera in een bedrijf
Libretto van Theo Loevendie
Wereldpremière concertant 3 mei 1991, Tsai Performing Center, Boston, Verenigde Staten
Eerste scenische uitvoering 3 juni 1991, Amsterdam Studio’s, Amsterdam

 

IL COMBATTIMENTO DI TANCREDI E CLORINDA

Claudio Monteverdi
Uit Monteverdi's achtste boek met madrigalen 'Madrigali guerrieri et amorosi' (1638)
Tekst gebaseerd op 'La Gerusalemme Liberata' van Torquato Tasso
Wereldpremière 1624, Palazzo Dandolo (appartementen van Girolamo Mocenigo), Venetië
Uitvoeringsversie van Luciano Berio, 1966

    

Deze dubbelproductie

Reprise uit het seizoen 1990/1991
Première 30 mei 1993, Amsterdam Studio's, Amsterdam

GASSIR, DE HELD

Er was eens een vermaarde held genaamd Gassir.

Hij had al zijn vijanden verslagen, hun dorpen verwoest en dacht dat zijn roem onvergankelijk zou zijn.

Toen hij op een dag huiswaarts keerde nadat hij weer een strijd gestreden had, kwam hij een patrijs tegen die in het gras zat en zong:

 

‘Geen zwaard zo scherp

Geen man zo machtig

of ze zullen vergeten worden.

O Gassir, dappere krijger!

Je heldendaden zullen vergeten worden.

Heldendom dat voortkomt uit geweld, veroorzaakt, zoals je weet, tranen en verdriet.

De wereld zal je vergeten, zoals ze ook mij zal vergeten, maar gezang zal voortleven...

Dorpen en steden, helden en lafaards - Alles zal verdwijnen!

Alleen mijn lied zal altijd voortleven!’

 

Toen Gassir naar het gezang van de vogel had geluisterd, ging hij naar de dorpswijze en vertelde hem wat hij had gehoord.

‘De patrijs heeft gelijk,’ zei de oude man. ‘Het is met de roem van de held als met gras: voordat het jaar om is, is het verdord. Maar een lied is onvergankelijk.’

 

Daarna ging Gassir naar de smid, die als alle smeden erg behendig was, en hij vroeg hem een luit te maken.

‘Ik zal een luit voor je maken,’ zei de smid, ‘maar kan je hem ook bespelen?’

‘Dat is mijn zaak, niet de jouwe,’ antwoordde Gassir hooghartig.

 

De smid maakte een luit voor hem. Maar toen Gassir probeerde hem te bespelen, kwam er geen enkele klank uit. ‘Waarom houdt de luit zich stil?’ vroeg hij.

‘Ik zei toch dat je haar niet zou kunnen bespelen. Maar dat is jouw zaak, niet de mijne,’ lachte de smid.

Vervuld van schaamte zei Gassir tegen de smid: ‘Zeg me dan, wat moet ik doen?’

 

De smid dacht diep na en zei toen: ‘Een luit is niets dan een stuk hout. Ze kan niet zingen, want ze heeft geen hart. Jij moet haar een hart geven. Neem haar mee als je ten strijde trekt. Wanneer het hout doordrenkt raakt van je zweet en tranen, wanneer jouw zorgen haar zorgen worden en jouw roem haar roem wordt, dan zal het niet meer louter een stuk hout zijn waarvan ik een luit heb gemaakt, maar een deel van jezelf, van je leven. En dan zal ze spreken.’

 

Niet lang daarna trok Gassir ten strijde tegen een van zijn vijanden. Hij riep zijn acht zonen bijeen en zei: 'Vandaag gaan we strijden. Onze daden mogen nooit vergeten raken. De roem van onze zwaarden moet eeuwigdurend zijn. Ik, Gassir, en jullie, mijn zonen, zullen misschien sterven, maar we zullen voortleven in een lied, dat onsterfelijk zal zijn. Toen hij aldus gesproken had, bevestigde hij een bandelier aan zijn luit en trok met zijn acht zonen ten strijde. Acht dagen lang vochten ze zoals het helden betaamt. De zwaardsteken van Gassir deden de snaren van de luit trillen en het hout raakte doordrenkt van het zweet dat van zijn voorhoofd gutste. Acht dagen streden ze zoals het helden betaamt en elke dag werd een van zijn zonen in de strijd gedood.

 

Op de achtste dag, de dag van de overwinning, toen Gassir zijn achtste zoon begroef, ging de grote held op een steen zitten en voor het eerst van zijn leven huilde hij tranen van verdriet. Al zijn heldhaftigheid was tevergeefs geweest. Hij was nu alleen en van al zijn zonen beroofd en weldra zou geen mens zich hem en zijn heldendaden meer heugen.

 

Plotseling hoorde Gassir een stem, een stem die uit zijn eigen hart leek te komen. Het was de luit, niet door zijn heldendaden maar door zijn tranen tot leven gewekt.

 

De luit zong van Gassir en zijn zonen, ze zong van hun moed en hun vermetelheid, en dat lied bestaat nog steeds en zal eeuwig blijven voortbestaan.

 

(vertaling uit het Frans van het oorspronkelijke volksverhaal waarop Theo Loevendie zijn libretto inspireerde)

 

 

 

IL COMBATTIMENTO DI TANCREDI E CLORINDA

Het tweegevecht tussen Tancredi en Clorinda

 

Tweegevecht op muziek tussen Tancredi en Clorinda, beschreven door Tasso; om dit tweegevecht uit te beelden laat men hen onverwachts opkomen (nadat er een aantal Madrigalen gezongen zijn zonder gebaren) vanuit de Kamer waarin de Muziek zal worden uitgevoerd.

 

Clorinda te voet en geharnast, gevolgd door de geharnaste Tancredi op een strijdros, en vervolgens begint De Tekst (de verteller) te zingen. Hun gebaren en stappen zullen zodanig zijn dat ze uitdrukking geven aan de vertelling, niet meer en niet minder, waarbij ze nauwkeurig de tempi, de slagen en de passen in ogenschouw nemen, terwijl de musici ervoor zorgen dat de klanken prikkelend en zacht zijn; en De Tekst spreekt de woorden op het juiste moment uit, zodat er een eenheid ontstaat tussen woorden, muziek en uitbeelding; Clorinda zal spreken wanneer het haar beurt is en dan zwijgt De Tekst; zo ook Tancredi.

Team en cast

Muzikale leiding 
David Porcelijn
Regie 
Pierre Audi
Ruimtelijke indeling 
Cloe Obolensky
Kostuums 
Cloe Obolensky
Licht 
Gerry van Puymbrouck i.s.m. Jean Kalman
Gevechtschoreografie 
Ger Visser
Orkest  
ASKO ensemble
 
GASSIR
Partridge 
Claron McFadden
Gassir 
Robert Poulton
Rafi 
Roger Smeets
Safi 
Christopher Gillett / Kevin Conners
Shamsi 
Timothy Wilson
Yemni 
Lieuwe Visser
Priestess 
Claron McFadden
 
IL COMBATTIMENTO DI TANCREDI E CLORINDA
Clorinda 
Lorna Anderson
Tancredi 
Maarten Koningsberger
Testo 
Guy de Mey