De Nationale Opera presenteert

A MIDSUMMER NIGHT'S DREAM Benjamin Britten (1913-1976)

Deze productie was te zien in april 1993

A midsummer night’s dream

Benjamin Britten (1913-1976)
Opera in three acts
Libretto van Benjamin Britten en Peter Pears naar de gelijknamige komedie van William Shakespeare
Wereldpremière 11 June 1960 at the Jubilee Hall, Aldeburgh, Verenigde Koninkrijk

Deze productie

Nieuwe productie
Reisproductie
Première 4 april 1993, AT&T Danstheater, Den Haag

Het verhaal

EERSTE BEDRIJF

Midden in een bos bij Athene zijn de onderdanen van de elfenkoningin, Titania, aan het zingen en plezier maken.
 
Ze worden onderbroken door Puck, een plaaggeest, tevens bediende van Oberon, de elfenkoning. Deze is gebrouilleerd met zijn gemalin Titania, omdat zij weigert een van haar bedienden, een mooie Indiase jongen, aan hem af te staan. Hun verwijdering heeft het normale ritme van de natuur en het verloop van de seizoenen verstoord, met rampzalige gevolgen voor het klimaat op aarde. Beiden weigeren echter de ander tegemoet te komen en ze gaan onverzoend weer uit elkaar.
Oberon is vastbesloten Titania het leven zuur te maken net zo lang tot ze toegeeft. Hij stuurt Puck op pad om een kruid te zoeken waarvan het sap als het op de oogleden van een slapend iemand wordt gedruppeld, zorgt dat deze stapelverliefd wordt op het eerste levende wezen dat hij of zij ziet na het wakker worden. Puck vliegt ervandoor, op zoek naar het kruid, en Oberon trekt zich terug in afwachting van Pucks terugkomst.
 
De geliefden Lysander en Hermia onmoeten elkaar. Ze zijn Athene ontvlucht om te ontsnappen aan de Atheense wet, die Hermia’s vader aangrijpt om haar te dwingen tot een huwelijk met Demetrius, van wie ze niet houdt. Na plechtige geloften van eeuwige liefde, verdwijnt het paar uit het gezicht.
 
Oberon komt terug. Zijn gedachten worden verstoord door het verschijnen van Demetrius, die heeft gehoord dat Hermia er met Lysander vandoor is. Dit is hem verteld door Helena, zijn vroegere geliefde, die hij in de steek gelaten heeft voor Hermia. Helena, die nog steeds verliefd is op
Demetrius, is hem in tranen achterna gekomen. Hij blijft staan om haar ervan te verzekeren dat hij niet meer van haar houdt en zet dan zijn achtervolging voort, op de voet gevolgd door het diepbedroefde meisje. Oberon zweert dat de rollen omgekeerd zullen zijn eer een van beiden het bos verlaten heeft.
 
Puck verschijnt met het gevraagde kruid en Oberon besluit onmiddellijk naar Titania’s favoriete slaapplaats te gaan.
 
Hij geeft een takje van het kruid aan Puck, die het sap daarvan op de oogleden moet druppelen van de harteloze jongeling die zijn meester zojuist op de open plek heeft gezien.
 
Er komt een groep handwerkslieden op. Ze treffen de voorbereidingen voor het toneelstuk dat ze willen opvoeren op het bruiloftsfeest van Theseus, de hertog van Athene.
 
Hun leidsman. Spoel de wever, wil behalve Pyramus, de hoofdrol, ook nog alle andere rollen spelen. Dat wordt hem echter op tactvolle wijze uit het hoofd gepraat door de regisseur, Pieter Dissel de timmerman. Wind, een blaasbalg- maker, twijfelt of hij geschikt is om de rol van Thisbe, de heldin, te spelen, maar wordt er eveneens toe overgehaald de rol op zich te nemen. Hij oefent zijn falsetstem, terwijl Dissel aan Schaaf de schrijnwerker de rol van Leeuw toebedeelt, ondanks de pogingen van Spoel om ook deze rol in de wacht te slepen. Ten slotte gaan ze allemaal naar huis en beloven elkaar die avond, als ze hun rollen geleerd hebben, weer te ontmoeten voor de repetitie.
 
Lysander en Hermia zijn verdwaald in het bos. Uitgeput besluiten ze tot de volgende ochtend te gaan rusten. Lysander wil het lommerrijke bed met Hermia delen, maar deze weet hem daarvan te weerhouden en de jongeling gaat een paar meter verder op liggen. Daar wordt hij aangetroffen door Puck, die hem voor Demetrius aanziet, het toversap op zijn oogleden druppelt en ervandoor gaat. Op dit moment komt
Demetrius even terug, nog steeds op de hielen gezeten door de volhardende Helena. Hij gaat echter meteen weer verder en laat het arme meisje ontroostbaar achter, niet in staat hem verder te volgen. Ze stoot op de slapende Lysander en wekt hem. Bij de eerste oogopslag blijkt de kracht van het toverkruid, en verbijsterd hoort Helena Lysanders liefdesverklaringen aan. Ze herinnert ze hem eraan dat Hermia zijn geliefde is, maar hij wil er niet van horen en verdwijnt in haar kielzog het diepe, donkere woud in.
 
Hermia schrikt wakker uit een nachtmerrie en roept haar geliefde om gesust te worden, maar ze ziet dat hij weg is en loopt blindelings het bos in om hem te zoeken.
Titania komt op met haar gevolg van elfen en trekt zich terug in haar prieeltje om te gaan rusten. Zodra ze slaapt, verschijnt Oberon, die het sap van het toverkruid op haar oogleden druppelt.
 
TWEEDE BEDRIJF
 
Titania ligt te slapen in haar prieeltje, uit het zicht van de handwerkslieden, die teruggekomen zijn om hun toneelstuk te repeteren. Na enig geharrewar wordt besloten dat Gochel de ketellapper voor Muur moet spelen. In die muur zit een spleet, waardoor Pyramus en Thisbe met elkaar praten. Schreuf de kleermaker zal voor het mannetje in de maan spelen, voor het geval er die avond geen maan mocht zijn. De repetitie begint. Na zijn eerste entree trekt Spoel zich terug achter een struik in afwachting van zijn volgende claus. Puck, die hem daar aantreft in de nabijheid van Titania, zet hem een ezelskop op. Als Dissel de betreffende claus zegt, komt de betoverde Spoel tevoorschijn, en zijn kameraden slaan geschrokken op de vlucht.
 
Alleen achtergebleven, begint hij te zingen om de moed erin te houden. Hierdoor wordt Titania gewekt, die onmiddellijk dolverliefd op hem wordt. Ze trekt hem zachtjes naast zich op haar rustbed en geeft haar elfen opdracht hem op zijn wenken te bedienen. Ten slotte vallen Titania en haar ezel in slaap. Dan komt Oberon terug en even later Puck, die zijn meester vrolijk Titania met haar behaarde minnaar laat zien. Nu verschijnt Demetrius, die nog steeds achter Hermia aan zit. Oberon herkent hem als de man op wiens oogleden Puck het toversap had moeten druppelen, maar Puck bekent met geveinsde spijt dat hij zich heeft vergist.
 
Ze luisteren allebei naar de hartstochtelijke ontboezemingen van Demetrius aan Hermia. Uiteindelijk weet de laatste te ontkomen en ze gaat ervandoor. Ontmoedigd staakt de jongeling de achtervolging en legt zich te ruste. Oberon, verbolgen over Pucks vergissing, laat Puck op zoek gaan naar Helena, terwijl hij zelf de oogleden van Demetrius met het sap bedruppelt. Puck komt terug om te zeggen dat Helena en Lysander in aantocht zijn. Het paar komt op en Lysander maakt Helena nog steeds vurig het hof. Demetrius wordt wakker. Zijn blik valt op Helena, hij wordt hevig verliefd op haar en begint haar hartstochtelijk toe te spreken. Het arme meisje weet niet wat haar overkomt. De enige verklaring die ze kan bedenken, is dat de andere drie nu onder één hoedje spelen om haar voor de gek te houden. De beide mannen vertrekken, op zoek naar een geschikte plek voor een duel, terwijl de twee meisjes elkaar bijna aanvliegen. Helena vlucht weg, op de hielen gezeten door Hermia. Oberon stuurt Puck weg om de jongelingen te misleiden en te zorgen dat ze het idee van een duel laten varen. Dan kan hij de schade weer ongedaan maken door Lysanders oogleden te bedruppelen, zodat hij bij het ontwaken als eerste Hermia zal zien. Dit doet hij door de vier geliefden één voor één terug te lokken naar dezelfde plek, waar ze, vermoeid als ze zijn door de gebeurtenissen van die nacht, ieder in een diepe slaap vallen, zich geen van allen bewust van de aanwezigheid van de andere drie. Er komen elfen op die zingen terwijl Puck eindelijk het toversap op Lysanders oogleden druppelt.
 
DERDE BEDRIJF
 
Eerste toneel
 
Titania ligt in haar prieeltje te slapen met de betoverde Spoel. Nu Oberon zich de Indiase jongen die hij zo begeerde heeft toegeëigend, heft hij de betovering op die op zijn koningin rust. Ze wordt wakker en beziet vol afschuw het voorwerp van haar voorbije verliefdheid. Zij verzoent zich met Oberon en Puck bevrijdt Spoel van zijn ezelskop. Het elfenpaar begeeft zich zingend en dansend naar het paleis om de bruiloft van hertog Theseus te zegenen, gevolgd door de elfen.
 
De vier geliefden ontwaken; de ervaringen van de afgelopen nacht lijken slechts een vage droom. Ze besluiten terug te gaan naar Athene.
 
Als Spoel wakker wordt, vreest hij dat de gebeurtenissen van die nacht waar zijn, maar omdat hij Spoel is, maakt hij een plan om er zijn voordeel mee te doen. Hij wil Pieter Dissel een ballade laten maken die 'De weversdroom' moet heten en die hij op het bruiloftsfeest hoopt voor te dragen. Nu komen de andere handwerkslieden en informeren terneergeslagen of er al een spoor van Spoel is; zonder hun hoofdrolspeler kunnen ze immers hun toneelstuk niet opvoeren. Als ze hem heelhuids terugzien, zijn ze dolblij.
Tweede toneel
 
Het hertogelijk paleis, waar Theseus en Hippolyta met leden van hun hofhouding zijn. De geliefden komen om hun vlucht en terugkeer te verklaren, smeken om vergiffenis en bescherming van de hertog en krijgen zijn toestemming om te trouwen met diegene naar wie hun hart uitgaat. Theseus en Hippolyta krijgen een lijst van festiviteiten waaruit ze kunnen kiezen hoe de avond van hun bruiloft gevuld zal worden.
 
Ze kiezen 'Pyramus en Thisbe', het toneelstuk van de handwerkslieden. Dit wordt met succes opgevoerd, ondanks enkele spottende opmerkingen van de toeschouwers.
De spelers besluiten het stuk met een boerendans.
 
Oberon en Titania komen met hun gevolg het paleis binnen om de plek en de bruidsparen te zegenen. En volgens goed Elizabethaans gebruik wendt Puck zich tot de zaal en smeekt het publiek de voorstelling van die avond niet te streng te beoordelen.

Team, Cast en Koor

Muzikale leiding 
Julian Reynolds
Regie 
Brigitte Fassbaender
Decor en kostuums 
Tobias Hoheisel
Licht 
Chris Ellis
Orkest 
Nederlands Kamerorkest
Koor 
Vocaal ensemble
Instudering vocaal ensemble 
Brian Fieldhouse
Oberon 
Michael Chance
Tytania 
Linda Kitchen
Puck 
Alexander Oliver
Theseus 
Jaco Huijpen
Hippolyta 
Rachel Ann Morgan
Lysander 
Christopher Gillett
Demetrius 
Gerald Finley
Hermia 
Verona James
Helena 
Annegeer Stumphius
Bottom 
Franz Hawlata
Quince 
Jan Alofs
Flute 
Adrian Thompson
Snug 
Henk van Heijnsbergen
Snout 
Hein Meens
Starveling 
Lieuwe Visser
Cobweb 
Paul Diependaal / Alexander Taylor
Peaseblossom 
Signe Tollefsen / Titia van Heyst
Mustardseed 
Hans Twint / Wouter Sligter
Moth 
Mees Bakker / Merlijn de Jong

Voorstellingen

4 april 1993 - AT&T Danstheater, Den Haag 
7 april - Stadsschouwburg, Eindhoven
9 en 11 april - Stadsschouwburg, Amsterdam
14 april - Stadsschouwburg, Groningen
17 april - Twentse Schouwburg, Enschede
20 april - Casinotheater, Den Bosch
22 april - De Rotterdamse Schouwburg