De Nationale Opera presenteert

ORFEO ED EURIDICE Christoph Willibald Gluck (1714–1787)

Deze productie was te zien in oktober 1993

Orfeo ed Euridice

Christoph Willibald Gluck
Azione teatrale per musica in tre atti
Libretto van Raniero de’ Calzabigi
Wereldpremière 5 oktober 1762, Burgtheater, Wenen

Deze productie

Rreprise uit het seizoen 1989/1990
Première 4 oktober 1993

Het verhaal

EERSTE BEDRIJF

Eerste tafereel
 
Samen met een schare herders en nimfen, die Euridice’s graf versieren, rouwt Orpheus om de dood van zijn geliefde. Al gauw vraagt hij het koor zich terug te trekken, waarna hij alleen zijn klaagzang voortzet. Hij vervloekt de wrede góden van de onderwereld, die hem zijn jonge bruid ontnomen hebben, en bezweert hen dat hij haar persoonlijk zal komen terugeisen.
 
Tweede tafereel
 
Amor verschijnt en vertelt dat Jupiter zozeer met Orpheus’ lot begaan is dat hij hem toestemming verleent in het dodenrijk af te dalen om Euridice terug te halen. Voorwaarde is echter dat hij haar niet aankijkt zolang zij beiden niet op aarde zijn weergekeerd en, bovendien, dat hij dit gebod voor haar verzwijgt. Orpheus beseft de ernst van deze beproeving ten volle, die voor Euridice - ze zal hem immers blindelings moeten gehoorzamen - mischien nog wel zwaarder is dan voor hem, maar is vastbesloten haar te ondergaan.
 
TWEEDE BEDRIJF
 
Eerste tafereel
 
Een koor van Furiën en geesten probeert Orpheus, een sterveling, de toegang tot de onderwereld te ontzeggen. Nadat zijn smeken keer op keer met een onverbiddelijk ‘Nee!’ is beantwoord, laat de helse schare zich dan toch door Orpheus’ lierspel vermurwen, en de poorten van de Hades gaan open.
 
Tweede tafereel
 
Orpheus is inmiddels op de Elyseïsche velden beland. Hij bezingt hun schoonheid, maar zolang hij zijn geliefde niet gevonden heeft, kan hij zelfs hier niet gelukkig zijn. Ongeduldig wacht hij haar komst af, en zodra de gelukzalige zielen haar naar hem toe hebben gebracht, voert hij haar haastig weg.
 
DERDE BEDRIJF
 
Eerste tafereel
 
Terwijl hij haar hand vasthoudt, loopt Orpheus voor Euridice uit door een duister labyrint. Zij is blij verrast hem weer te zien, maar haar vreugde wordt overschaduwd door zijn afwerende houding, die zij als liefdeloosheid interpreteert. Omdat hij dit wonderlijke gedrag bovendien weigert te verklaren en haar enkel tot zwijgen maant, raakt zij aan een steeds grotere wanhoop en woede ten prooi. Orpheus doet zijn uiterste best zijn gelofte aan de góden gestand te doen, maar uiteindelijk kan hij haar verwijten niet langer aanhoren en kijkt naar haar om. Euridice valt levenloos voor hem neer. Door verdriet en wroeging overmand, besluit hij de hand aan zichzelf te slaan.
 
Tweede tafereel
 
Net op tijd verschijnt Amor ten tonele, die verklaart dat Orpheus nu wel genoeg voor de Liefde heeft geleden: Euridice wordt opnieuw uit de dood gewekt en het gelukkige paar kan naar de aarde terugkeren.
 
Laatste tafereel
 
In een schitterende tempel, die aan Amor is gewijd, zingen Orpheus, Euridice, het koor en Amor zelf een loflied op de Liefde.

Team, Cast en Koor

Muzikale leiding 
Hartmut Haenchen
Regie en visueel concept 
Peter te Nuyl
Decor en kostuums 
Miriam Grote Gansey
Licht 
Steve Kemp,
geadapteerd door Henk van der Geest
Dramaturgie 
Ben Hurkmans
Orkest 
Nederlands Kamerorkest
Koor 
Koor van De Nederlandse Opera
Instudering koor 
Winfried Maczewski
Orfeo 
Brian Asawa
Euridice 
Christiane Oelze
Amore 
Samuel Burkey