De Nationale Opera presenteert

PARSIFAL Richard Wagner (1813-1883)

Deze productie was te zien in september 1993

Parsifal

Richard Wagner
Ein Bühnenweihfestspiel in drei Akten
Libretto van Richard Wagner
Wereldpremière 26 juli 1882, Festspielhaus, Bayreuth

Deze productie

Reprise uit het seizoen 1990/1991
Première 2 september 1993

Het verhaal

EERSTE BEDRIJF

In het woud roept Gurnemanz vroeg in de ochtend de schildknapen op tot het gebed. Terwijl Amfortas naar een meertje gedragen wordt om daar verkoeling voor zijn wond te vinden, nadert Kundry. Van een van haar reizen heeft zij een balsem voor de koning meegebracht. Zij overhandigt die aan Gurnemanz en gaat dan schijnbaar ongeïnteresseerd op de grond liggen uitrusten. De dankwoorden van Amfortas roepen bij haar een schampere reactie op. Haar gedrag blijkt de agressie van de schildknapen te hebben gewekt. Gurnemanz neemt haar in bescherming: zij heeft zich bij herhaling nuttig gemaakt door boodschappen over te brengen aan ridders die in verre landen voor de Graal streden; in tijden van gevaar kon men altijd een beroep op haar doen. Wel geeft hij toe dat zij wellicht een vloek met zich meedraagt. Ook maakt hij zich zorgen over het feit dat grote rampspoed altijd leek samen te vallen met haar langdurige afwezigheid. Hij vertelt de schildknapen over de bouw van de burcht, het verraad van Klingsor, het verlies van de Speer en de profetie aangaande de ‘reine dwaas’. Hij moet zijn verhaal afbreken als een gewonde zwaan, door een pijl geraakt, ter aarde stort. De schutter is een onbekende knaap (Parsifal), gewapend met pijl en boog, maar totaal onbewust van waar hij is of wat hij gedaan heeft. Hij weet zelfs niet hoe hij heet of wie zijn vader is, alleen dat hij een moeder heeft gehad. Kundry ontwaakt uit haar stilzwijgen en onthult de achtergronden van zijn gedrag: hij is de zoon van Gamuret en Herzeleide, en werd geboren nadat zijn vader in de strijd gesneuveld was. Om haar zoon hetzelfde lot te besparen, voedde Herzeleide hem op zonder enige kennis van zijn afkomst, de ridderstand of wapens. De jongen zelf weet nu te vertellen dat een ontmoeting met geharnaste mannen hem nieuwsgierig had gemaakt en dat hij hen daarom achterna was gegaan. Kundry's mededeling dat zijn moeder tijdens zijn afwezigheid gestorven is, doet hem haar aanvliegen. Als hij meteen daarna in zwijm dreigt te vallen, draagt zij meteen water aan. Daarop wendt zij zich moedeloos af om ergens in de struiken te gaan slapen. Ondertussen keert de koning terug naar de burcht en worden de klokken geluid om alle ridders rond de Graal te verzamelen. Een ingeving volgend, besluit Gurnemanz de vreemdeling mee te nemen naar de burcht.
 
De ridders verzamelen zich in de tempelruimte. Gurnemanz heeft Parsifal ergens aan de zijkant een plaats gegeven, vanwaar hij alles goed kan overzien. Amfortas weigert aanvankelijk in te gaan op het verzoek van Titurel en de ridders om de Graal te onthullen. Uiteindelijk geeft hij toe. Er ontrolt zich voor de ogen van Parsifal een ceremonieel, waarbij aan alle aanwezige ridders brood en wijn wordt uitgedeeld. Daarna wordt de Graal weer weggesloten en verlaat iedereen de tempelzaal. Gurnemanz blijft achter en richt zich teleurgesteld tot Parsifal: als hij niet begrepen heeft wat zich afspeelde, hoort hij hier ook niet thuis. Hij stuurt hem de burcht uit en volgt de andere ridders. Uit de koepel van de tempel klinkt dan echter weer de voorspelling: “Durch Mitleid wissend, der reine Tor.”
 
TWEEDE BEDRIJF
 
Vanaf zijn uitkijkpost ziet Klingsor Parsifal naderen. Hij begrijpt dat dit de ‘reine dwaas’ moet zijn, wiens komst Amfortas voorspeld is. Hij waarschuwt Kundry dat deze jongeling de gevaarlijkste tegenstander zal worden: hij wordt beschermd door het schild van de onnozelheid. Dat blijkt ook. Parsifal maakt korte metten met de wapenknechten van Klingsor, dringt in de tovertuin binnen en blijft ongevoelig voor de charmes van de bloemenmeisjes, waarin hij slechts speelkameraadjes ziet. De verschijning van Kundry, nu weer als beeldschone verleidster, roept herinneringen bij hem op, te meer omdat zij hem bij zijn naam noemt, iets wat voorheen alleen zijn moeder deed. Als Kundry de bloemenmeisjes heeft weggezonden, wakkert zij de herinnering aan zijn moeder verder aan, en uiteindelijk neemt zij de door emoties bevangen Parsifal in haar armen. Op het moment dat zij hem kust, maakt dit geheel andere gevoelens bij hem wakker. Plotseling realiseert hij zich nu wat er gebeurd is. Vertwijfeld dat hij alles niet al heeft begrepen toen hij de wonde van Amfortas zag en zich bewust van de taak die hij te volbrengen heeft, stoot hij Kundry van zich af. Als hij ongevoelig blijkt voor haar smeekbeden en dreigementen roept Kundry de hulp in van Klingsor, die de Speer naar zijn tegenstander slingert. Het wapen blijft boven diens hoofd in de lucht hangen. Parsifal grijpt de Speer en maakt er een kruisteken mee, waarop Klingsor en zijn burcht in het niet verzinken. Voordat Parsifal met de Speer op weg gaat om zijn missie te vervullen, draait hij zich nog éénmaal naar Kundry om en zegt haar dat zij weet waar zij hem kan terugvinden.
 
DERDE BEDRIJF
 
Vele jaren later. Vroeg in het voorjaar, op de ochtend van Goede Vrijdag. Gurnemanz hoort een weeklagen in het woud. Hij vindt een totaal veranderde Kundry, die nog slechts dienstbaar wil zijn aan anderen. Voor de ridders heeft dat echter geen nut meer, aldus Gurnemanz: zij zwermen niet meer uit over de wereld, maar hebben zich teruggetrokken in het Graalgebied, waar zij leven van wat de grond opbrengt. Op dat moment nadert Parsifal in zwarte wapenrusting met gesloten vizier. Gurnemanz kapittelt hem omdat hij op Goede Vrijdag wapens draagt. Als de onbekende zijn helm afzet, herkent hij in hem de ‘reine dwaas’, die hij ooit de wijde wereld heeft ingestuurd. In de lans die Parsifal vóór zich in de grond heeft geplant, herkent hij bovendien de Heilige Speer, en dan wordt hem alles duidelijk. Zijn mededeling dat Amfortas reeds lange tijd weigert de Graal te onthullen en dat dit het verval van de Graalburcht en de dood van Titurel tot gevolg heeft gehad, leidt bij Parsifal tot heftig zelfverwijt. Voordat hij naar de burcht kan gaan om Amfortas' taak over te nemen, moet hij echter eerst gereinigd en gezalfd worden. Kundry assisteert Gurnemanz bij dit ritueel en wordt vervolgens door Parsifal gedoopt. Als de ‘Karfreitagszauber’ de hele natuur in bloei heeft gezet, kondigt klokgelui het begin aan van de rouwplechtigheid voor Titurel.
 
In de tempelruimte verzamelen de ridders zich rond het lichaam van Titurel. Zij willen Amfortas dwingen de Graal te onthullen, maar deze weigert wederom en smeekt hen hem met hun zwaarden te doorboren. Dan grijpt Parsifal in. Met de Speer beroert hij Amfortas' wonde, die zich bij de aanraking sluit. Hij verklaart dat hij gekomen is als de nieuwe koning van de Graalburcht. Hij onthult daarop de Graal, die fel oplicht, en bij de aanblik daarvan zakt Kundry vredig ineen.

Team, Cast en Koor

Muzikale leiding 
Hartmut Haenchen
Regie 
Klaus Michael Grüber
Medewerking regie 
Ellen Hammer
Decor 
Gilles Aillaud
Kostuums 
Moidele Bickel
Licht 
Konrad Lindenberg
Orkest 
Nederlands Philharmonisch Orkest
Koor 
Koor van De Nederlandse Opera
Instudering koor 
Winfried Maczewski
Amfortas 
Wolfgang Schöne
Titurel 
Pieter van den Berg
Gurnemanz 
Jan-Hendrik Rootering
Parsifal 
John Keyes
Klingsor 
Günter von Kannen
Kundry 
Ruthild Engert
Gralsritter 
Hein Meens
Romain Bischoff
Knappen 
Elena Vink
Corinne Romijn
Marten Smeding
Steven Tharp
Blumenmädchen 
Ellen Schuring
Young Hee Kim
Elena Vink
Saskia Gerritsen
Corinne Romijn
Joke de Vin
Stimme aus der Höhe 
Joke de Vin