De Nationale Opera presenteert

LA BOHÈME Giacomo Puccini (1858-1924)

Deze productie was te zien in april 1996

LA BOHÈME

Giacomo Puccini
Opera in quattro atti
Libretto van Giuseppe Giacosa en Luigi Illica, naar 'Scènes de la vie de bohème' van Henri Murger
Wereldpremière 1 februari 1896, Teatro Regio, Turijn

Deze productie

Reprise uit het seizoen 1992/1993
Première 8 april 1996

Het verhaal

In arren moede wonen de schrijver Rodolfo, de schilder Marcello, de musicus Schaunard en de filosoof Colline op een zolderkamer in Parijs. Op deze Kerstavond verkeren de heren weer eens in grote geldnood, en om zich te warmen aan het haardvuur willen zij eigen kunstwerken aan de vlammen offeren. Dan treedt Schaunard binnen met eten en drank, betaald van het geld dat hij met musiceren verdiende. Op zijn voorstel zullen zij Kerstavond doorbrengen in hun stamcafé, maar eerst moeten zij nog hun huisbaas afwimpelen, die de huur verlangt. Terwijl Rodolfo nog snel een kranteartikel afrondt, gaan de anderen alvast naar beneden.

Plotseling wordt er geklopt: een jonge vrouw vraagt Rodolfo om een vuurtje voor haar kaars. Op hetzelfde moment overvalt haar een hoestbui. Rodolfo schenkt haar een glas wijn in. Kort nadat ze vertrekt keert ze weer terug: zij is haar sleutel kwijt. Rodolfo vertelt wie hij is en Mimì vertelt haar naam. Als zijn kunstbroeders Rodolfo tot haast manen, zegt hij hen dat zij maar vast moeten gaan. Bij het zoeken naar de sleutel bekennen Rodolfo en Mimì elkaar hun liefde en gaan de anderen achterna.
 
Aan de rand van de kerstmarkt in het Quartier Latin nemen Rodolfo en Mimì, Schaunard, Marcello en Colline plaats op een terras, bij enkele geestverwanten die Mimì vrolijk in hun midden opnemen. Marcello voelt zich ongelukkig: zijn verbroken relatie met Musetta kwelt hem. Plotseling verschijnt een rijkgeklede Musetta samen met haar gedistingeerde vriend Alcindoro. Musetta, die om haar hang naar luxe aan de veel oudere man is blijven plakken, is Alcindoro eigenlijk al zat en richt zich nu nadrukkelijk op Marcello. Deze geeft zich uit trots niet direct gewonnen, maar als Musetta ziet dat zij toch succes boekt, stuurt zij zonder scrupules Alcindoro erop uit nieuwe schoenen voor haar te kopen. Het hele groepje sluit zich vervolgens geestdriftig aan bij de langstrekkende taptoe, en als Alcindoro met nieuwe muiltjes terugkeert, ziet hij zich gedwongen de rekening van het eten te betalen.
 
De verhouding tussen Rodolfo en Mimì slaat na verloop van tijd om in een moeizame relatie waarin heftige conflicten en vurige liefde elkaar voortdurend afwisselen. Marcello en Musetta wonen inmiddels in de herberg bij de Barrière d’Enfer. Op een kille morgen in februari klopt Mimi er aan de deur: zij wil Marcello spreken over de problemen in haar relatie met Rodolfo, die enorm jaloers is. Marcello raadt haar aan Rodolfo te verlaten.
 
Als Rodolfo zelf plotseling uit de herberg komt, waar hij eerder diezelfde morgen Marcello al opzocht, verbergt Mimì zich snel. Rodolfo bekent Marcello dat naast zijn jaloezie vooral zijn grote zorg om Mimì’s almaar slechter wordende gezondheid hun beider relatie onder zware druk zet. Mimì komt tevoorschijn, en beide geliefden besluiten, niet zonder weemoed om de vele mooie uren van samenzijn, uit elkaar te gaan als de bloemen weer ontluiken. Marcello en Musetta ruziën op de achtergrond
Maanden later, op hun zolderkamer, vertellen Rodolfo en Marcello elkaar dat ieder onlangs de vroegere geliefde van de ander heeft gezien, in zeer goeden doen. Zonder het elkaar echter te bekennen, doet dit nieuwtje beiden veel pijn. Schaunard en Colline arriveren met eten en drank, en spoedig hebben de vier kunstbroeders het grootste plezier.
 
Dan verschijnt ineens Musetta, gevolgd door een doodzieke Mimì. Rodolfo schiet op haar af, leidt haar ondersteunend de zolderkamer binnen en maakt snel een provisorisch bed op de vloer. Musetta en Marcello verlaten de zolderkamer om medicijnen en een mof, waar Mimì zozeer naar verlangt, te kopen. Colline gaat zijn winterjas verpanden, en Schaunard beseft dat hij Rodolfo en Mimì nu maar beter alleen kan laten. Mimì bekent Rodolfo haar onvoorwaardelijke liefde, en beiden halen herinneringen op aan hun eerste ontmoeting, hier op deze zolderkamer. Een nieuwe hoestbui overvalt Mimì. De anderen keren terug, met de mof, die Mimì dankbaar aanneemt. Terwijl Musetta bidt en Marcello het raam afschermt, merkt Schaunard dat Mimì zojuist is gestorven. Het gefluister hierover van de anderen doet Rodolfo beseffen wat er gebeurd is, en in grote ontreddering buigt hij zich over Mimì.

Team, Cast en Koor

Muzikale leiding 
Hartmut Haenchen
Regie 
Pierre Audi
Decor 
Michael Simon
Kostuums 
Jorge Jara
Licht 
Jean Kalman
Orkest 
Nederlands Philharmonisch Orkest
Koor 
Koor van De Nederlandse Opera
Instudering koor 
Winfried Maczewski
Kinderkoor 
Geert Groote School, Amsterdam,
o.l.v. Annechien Wijnbergh en Brian Fieldhouse
Rodolfo 
Roberto Aronica
Schaunard 
Paul Whelan
Benoit / Alcindoro 
Federico Davià
Mimì 
Ainhoa Arteta
Marcello 
Lucio Gallo
Colline 
Giovanni Furlanetto
Musetta 
Cynthia Haymon
Parpignol 
Marten Smeding
Doganiere 
Ton Kemperman
Sergente 
Rudolf Vedder
Un venditore ambulante 
Cor de Wit
 
Circusartiesten 
Mihai Gheorghiu
Seraphina Hassels
Etha Struick
Marco Toussaint
Margo Wiersma
Julian Wisdom