De Nationale Opera presenteert

PELLÉAS ET MÉLISANDE Claude Debussy (1862-1918)

Deze productie was te zien in mei 1996

Pelléas et Melisande

Claude Debussy
Drame lyrique en cinq actes
Libretto van Maurice Maeterlinck
Wereldpremière 30 april 1902, Opéra-Comique, Parijs

Deze productie

Reprise uit het seizoen 1992/1993
Première 6 mei 1996

Het verhaal

Prins Golaud, eerste zoon van Geneviève en de kleinzoon van koning Arkel van Allemonde, is verdwaald. Bij een bron treft hij de jonge en onbekende Mélisande wenend aan, die zeer emotioneel en afwijzend reageert op zijn vragen. Zij vertelt hem niet wie zij is, alleen zegt ze dat haar gouden kroon in de bron is gevallen. Golaud wil de kroon voor haar uit het water halen, maar zij staat dit niet toe. Heftig verzet zij zich tegen zijn voorstel om met hem mee te gaan. Uiteindelijk stemt ze toch toe. Golaud durft zijn grootvader Arkel niet van zijn nieuwe mysterieuze geliefde op de hoogte te stellen en wacht zes maanden met het bericht. In een brief aan zijn jongere halfbroer Pelléas vraagt hij deze om hun grootvader gunstig te stemmen. Alleen wanneer een fakkel brandt, weet Golaud dat de grootvader hem heeft vergeven en zal hij terugkeren met zijn bruid. Arkel geeft opdracht aan Pelléas om vanaf nu elke avond de fakkel te ontsteken. Pelléas vraagt eveneens toestemming om naar een vriend te reizen die op sterven ligt. Arkel en Geneviève wijzen dit plan af omdat ook zijn eigen vader ziek is

Golaud en Mélisande hebben hun intrek genomen in het slot en nog dezelfde avond wandelt Geneviève met Mélisande door de sombere tuin. Ook Pelléas voegt zich bij dit gezelschap. Op de verre zee zien ze, ondanks een opstekende storm, het schip vertrekken waarmee Golaud en Mélisande arriveerden. Ze wandelen terug om Yniold, de zoon van Golaud uit diens eerste huwelijk, te ontmoeten. Mélisande is getroffen door de mededeling van Pelléas dat hij de volgende dag zal vertrekken.
 
Pelléas stelt zijn vertrek echter uit en hij ontmoet Mélisande bij een fontein, die de bron der blinden wordt genoemd. Mélisande zit aan de rand van het water. Pelléas probeert meer over haar te weten te komen, maar ze ontwijkt zijn vragen door met haar trouwring te spelen. Plots valt de ring in het water, op het moment dat de klok twaalf uur slaat. Ze vraagt zich bezorgd af hoe ze het verlies van haar ring tegenover Golaud moet verantwoorden. Pelléas raadt haar aan ‘de waarheid’ te vertellen. Toen de klok die middag twaalf uur sloeg, is Golaud met zijn paard gestruikeld en gewond geraakt. Mélisande waakt aan zijn ziekbed en kan haar gevoelens van ongeluk niet verbergen. Zij wil met hem vluchten. Dan merkt Golaud dat haar ring ontbreekt. Op de vraag naar de oorzaak van het verlies antwoordt Mélisande met een leugen. Ze vertelt dat ze hem in een grot bij zee is verloren. Golaud eist dat ze samen met Pelléas nog dezelfde nacht de ring gaat zoeken. Pelléas en Mélisande lopen vervolgens naar de grot. Uit angst voor de duisternis en drie slapende zwervers in de grot keren ze terug.
 
Pelléas komt definitief afscheid nemen van Mélisande. Golaud betrapt beiden, en is zeer ontstemd over zo’n intiem vaarwel. Hij neemt Pelléas mee naar donkere en doodse gewelven waar hij hem een diepe put laat zien.
 
Het wantrouwen van Golaud neemt toe en hij ondervraagt zijn zoontje Yniold over de verhouding tussen Pelléas en Mélisande. Wanneer die vertelt dat ze elkaar een keer hebben gekust, ontsteekt hij in woede. Gezeten op de schouders van zijn vader moet Yniold door het raam van Mélisandes kamer haar samenzijn met Pelléas bespieden. Grootvader Arkel voorvoelt onheil en draagt Pelléas op te vertrekken. Hij probeert de nog altijd ongelukkige Mélisande gerust te stellen. Golaud is echter zeer ontstemd over het gedrag van zijn echtgenote.
 
Pelléas en Mélisande ontmoeten elkaar nog een laatste keer bij de fontein. Ze bekennen eindelijk de gevoelens die ze al lange tijd voor elkaar koesteren. Dan verschijnt Golaud, die Pelléas dodelijk verwond. In zijn achtervolging van de wegvluchtende Mélisande verwondt hij ook haar licht. Zij wordt ernstig ziek, maar de arts verzekert Golaud dat haar ziekte niets met de lichte verwondingen, maar met iets anders te maken heeft. Golaud vraagt daarop aan Mélisande of haar liefde voor Pelléas schuldig was. Zij antwoordt ontwijkend en sterft.

Team, Cast en Koor

Muzikale leiding 
Mark Elder
Regie 
Peter Sellars
Instudering regie 
Fred Frumberg
Decor 
George Tsypin
Kostuums 
Dunya Ramicova
Licht 
James F. Ingalls
Orkest 
Rotterdams Philharmonisch Orkest
Koor 
Koor van De Nederlandse Opera
Instudering koor 
Winfried Maczewski
Pelléas 
Philip Langridge
Golaud 
Willard White
Arkel 
Robert Lloyd
Yniold 
Gaële Le Roi
Un médecin 
Charles van Tassel
Mélisande 
Monica Groop
Geneviève 
Felicity Palmer / Elzbieta Ardam
Un berger 
Leo Geers
La père de Pelléas 
Willem Gomes