De Nationale Opera presenteert

WOZZECK Alban Berg (1885-1935)

Deze productie was te zien in april 1998

WOZZECK

Alban Berg
Oper in drei Akten (fünfzehn Szenen)
Tekst van Georg Büchner
Wereldpremière 14 december 1925, Staatsoper Unter den Linden, Berlijn

Deze productie

Reprise uit het seizoen 1993/1994
Première 6 april 1988

Het verhaal

EERSTE BEDRIJF

1.  Terwijl Wozzeck de Kapitein scheert, vermaant deze hem om zijn jachtige gedrag. Hij zegt dat Wozzeck dan wel ‘een goed mens’ is, maar dat hij geen moraal heeft: Marie heeft immers een buitenechtelijk kind van hem. Wozzeck verweert zich: zijn soort mensen is te arm om deugdzaam te zijn.
 
2.  Wozzeck en Andres zijn stokken aan het snijden. Andres zingt, maar Wozzeck heeft het gevoel dat de plek vervloekt is. Andres tracht onverstoorbaar door te zingen. Als de zon onder is gegaan, keren beiden terug naar de stad.
 
3.  Marie en haar buurvrouw Margret kijken vol bewondering naar de Tamboer-majoor, die aan het hoofd van de taptoe voorbijmarcheert. Gekrenkt door Margrets hatelijke toespelingen op haar ‘manzieke’ gedrag, keert Marie zich af en zingt een wiegeliedje voor haar ‘arme hoerenjong’. Wozzeck komt langs en probeert haar te vertellen over zijn gewaarwordingen bij de zonsondergang, maar Marie ziet alleen zijn verwarring. Wozzeck gaat haastig weer weg.
 
4.  De Dokter verwijt Wozzeck, die een paar stuivers bijverdient als proefkonijn voor diens diëtisti- sche experimenten, dat hij op straat heeft staan plassen. Wozzecks verweer - ‘natuurlijke aandrang’ - ontlokt de Dokter een boze tirade: is de mens dan niet vrij?
 
5.  De Tamboer-majoor en Marie vergapen zich beiden aan het stoere uiterlijk van de eerste. Marie zelf mag er trouwens ook wezen, zo zegt hij, en na een korte strubbeling is zij bereid de wederzijdse bewondering binnenshuis voort te zetten.
 
TWEEDE BEDRIJF
 
1. Marie kijkt in een spiegeltje naar de oorbellen die ze van de Tamboer-majoor gekregen heeft. Als Wozzeck onverwacht binnenkomt, beweert ze dat ze de oorbellen heeft gevonden. Hij slaat een zorgelijke blik op zijn kind, dat eveneens een leven vol van gezwoeg te wachten staat. Marie’s geweten begint op te spelen.
 
2.  Nadat de Kapitein de Dokter met moeite staande heeft gehouden, vertelt de Dokter geestrdif- tig over zijn laatste sterfgeval. Wozzeck komt voorbij gerend. De beide mannen houden hem tegen en tergen hem met insinuerende opmerkingen over Marie’s affaire met de Tamboer-majoor.
 
3.  Wozzeck bekijkt Marie: kon hij haar maar zien, die ‘dikke, logge’ zonde die zij begaan heeft. Hij blijft doorvragen over haar ontrouw, en als hij haar wil aanvliegen, voegt Marie hem toe: ‘Liever een mes in m’n lijf dan dat jij mij aanraakt!’ Ze gaat naar binnen, Wozzeck onthutst achterlatend.
 
4.  Handwerkers, soldaten en meisjes zijn aan het dansen, onder hen Marie en de Tamboer-majoor. Wozzeck slaat het gebeuren getergd gade. De Nar ruikt bloed.
 
5.  Wozzeck kan niet slapen: hij wordt gekweld door nachtmerrie-achtige beelden van de dansende Marie en van een blinkend mes. De dronken Tamboer-majoor komt binnengestommeld en begint Wozzeck te tarten met opschepperige verhalen over zijn ‘lekkere wijf. Als Wozzeck - fluitend - weigert op zijn provocaties in te gaan, valt hij hem woedend aan. Wozzeck delft het onderspit.
 
DERDE BEDRIJF
 
1.  Marie zoekt troost in de bijbel. Daarna vertelt ze haar zoontje het droevige verhaal over het kind dat alleen op de wereld was, en ze vraagt zich af waarom Wozzeck al twee dagen niet langs is geweest.
 
2.  Marie wil weer terug naar de stad, maar Wozzeck zegt haar te gaan zitten. Terwijl de maan rood opkomt - ‘als een bloedig mes’ - steekt Wozzeck haar dood.
 
3.  Wozzeck kijkt naar de dansende hoertjes en knechten en maakt avances naar de dronken Margret. Zij ziet dat er bloed aan zijn handen kleeft. Er komt een nieuwsgierige meute om hen heen staan, die hem indirect beschuldigt.
 
4.  Wozzeck keert terug naar de plaats van de moord en zoekt naar het mes, dat hij vindt bij het lijk van Marie. Hij wil zijn handen afwassen, maar het bloedrode schijnsel van de maan zal hem vast verraden. De Dokter en de Kapitein komen voorbij en menen een vreemd geluid te horen, alsof er iemand verdrinkt.
 
5.  Op straat spelen kinderen. Er komen nog wat andere kinderen aangerend, en een van hen vertelt het zoontje van Marie dat zijn moeder dood is. Ze rennen snel weg om te kijken; Marie’s zoontje loopt achter hen aan.

Team, Cast en Koor

Muzikale leiding 
Hartmut Haenchen / Wen-Pin Chien
Regie 
Willy Decker
Instudering regie 
Wim Trompert
Decor en kostuums 
Wolfgang Gussmann
Dramaturgie 
Klaus Bertisch
Orkest 
Nederlands Philharmonisch Orkest
Koor 
Koor van de Nederlandse Opera
Instudering koor 
Brian Fieldhouse
Kinderkoor 
'De Kickers' Muziekschool Waterland
o.l.v. Jan Maarten Koeman
Wozzeck 
Franz Grundheber
Tambourmajor 
Reiner Goldberg
Andres 
John La Pierre
Hauptmann 
Udo Holdorf
Doktor 
Michael Devlin
1. Handwerksbursche 
Marek Gasztecki
2. Handwerksbursche 
Leo Geers
Der Narr 
Scot Weir
Marie 
Marilyn Schmiege
Margret 
Hebe Dijkstra
Mariens Knabe 
Stella Brüggen / Sandra Polak
Ein Soldat 
Henk de Vries