De Nationale Opera presenteert

NOACH Guus Janssen (1951)

Deze productie was te zien in januari 1999

NOACH

Guus Janssen
Een opera naast Genesis in vijf akten
Libretto van Friso Haverkamp
Wereldpremière 17 juni 1994, Stadsschouwburg, Amsterdam

Deze productie

Reprise uit het seizoen 1993/1994
Première 12 januari 1999, Stadsschouwburg Amsterdam

Het verhaal

Akte I SCHIFTING

( 2 scènes )

Noach ‘kiest’ uit de menigte dieren die zich rond de ark verdringt en voert de ‘uitverkorenen’ benedendeks naar hun kooien. Noach’s Vrouw, (nog) ‘als enige afwezig’, weigert zich in te schepen: haar plaats en keuze is het even ‘zo blind geofferd’ aan ‘een betere wereld’.

Akte II ZWARTING

( 6 scènes )

De ark voor anker, dicht onder de kust. Noach speelt met de eerste regen bij wijze van vin-geroefening en inleiding op wat zal volgen: velden, bossen, dieren (dreigen te) verdrinken. Als velen in doodsangst trachten zijns on-danks de ark te bereiken, ‘verwaait’ Noach, het Geraamte Vogeltje aan zijn zijde, ‘de overlopers’ als ‘een storm in een glas water’.

Noach’s Vrouw, nauwelijks minder onbuigzaam na Noach’s vertoon van een ‘drijvend Verdun’, laat deze dodendans niet onweersproken: een krijsende nacht van vleermuizen zwermt uit haar keel op Noach neer.

Akte III VERWENSING

( 4 scènes )

Noach, bladerend door een ‘archief van vernietiging’ en het soortelijk gewicht van de schepping overwegend, wordt getroffen door het ‘lichtend voorbeeld’ van een (Nederlandse) geestverwant, die zich er na 13 jaar ploeteren op mocht beroemen de dodo te hebben uitgeroeid. Een krullenjongen, zeker in het licht van Noach’s ambities, maar het naleven waard.

Als deze navolging-in-gedachten leidt tot een wildgroei van ongewild leven en een ‘aanfluiting van het laatste oordeel’, schijnt Noach ten prooi aan twijfel: het Geraamte Vogeltje kopschuw, als

de dood, als Noach’s Vrouw in verzet of afwezig, de zondvloed van zijn ankers geslagen...

Akte IV WENING

( 4 scènes )

Geen schipbreuk, nog niet, maar een ‘tegenark’: wenend op de rug van een bultrug schuimend door een zondvloed van tranen, waagt Noach’s Vrouw een aanval op Noach’s ‘afrekening’.

Als een ‘Jonas in de walvis’ houdt zij de dieren in de ark een spiegel voor, toont hun de ware zegeningen van een valse profeet en (historische) ‘voorstudie’ van Noach.

Noach kan een muiterij niet voorkomen: de dieren breken uit en zetten hem, ‘het verlopen gouden kalf’, als ‘fabeldier’, gevangen. De rollen gedraaid, schijnt Noach aan de verliezende hand.

Akte V STRANDING

( 6 scènes )

Gekooid in een uitzichtloze situatie en de ark aangevallen door een ‘leger vis’ onder aanvoering van Noach’s Vrouw, zet Noach de zee ‘rechtop’, als bevroren in de vorm van een windgolf. De bultrug ‘strandt’, drooggevallen aan de voet van een muur hoog water, zieltogend onder eigen gewicht en ademnood.

In deze ‘wadstelling’ biedt Noach Noach’s Vrouw een laatste kans aan boord te gaan, een convenant: hij plaatst een regenboog, een lichtbrug tussen ark en bultrug, kop en voet van de windgolf verbindend.

De gebeurtenissen raken in een stroomversnelling.

Het Geraamte Vogeltje dient zich aan bij Noach’s Vrouw (‘de dood deserteert’?), zij wijst de ‘vredesduif’ terug, met een olijftak als antwoord aan Noach.

De dieren aan dek van de ark ‘lezen’ de vangst van het Geraamte Vogeltje: ‘Ararat’, en vallen ‘langs het licht omlaag’ Noach’s Vrouw in de armen, Noach met lege handen achterlatend in gevangenschap hoog op de windgolf.

Het laatste woord is aan het Geraamte Vogeltje: als een deus ex machina verenigt het ark en tegen-ark in een helse kortsluiting, de regenboog omzettend in een vonkenboog.

Ark en bultrug vliegen in brand, Noach verschijnt aan dek, de wind(golf) stort in, en ‘alles was als wrakhout’, in ‘een zee van vernietiging’, ‘tot nog slechts 2’: Noach, Noach’s Vrouw, ‘drenkelingen voor het leven’.

In de verte danst een uitgelaten landschap, juichend, buiten zinnen: ‘de zondvloed na ons’... ‘de dood laat het leven’ ...Maar voor hoe lang, of hoe voorbarig, als (weer) tussen Noach en Noach’s Vrouw onaangedaan het Geraamte Vogeltje ‘opduikt’: tot ‘welk einde is besloten’

Team, Cast en Koor

Muzikale leiding 
Lucas Vis
Regie 
Pierre Audi
Instudering regie 
Pierre Audi, Saskia Boddeke
Scenisch concept 
Karel Appel
Kostuumontwerp 
Karel Appel, Jorge Jara
Licht 
Jean Kalman
Choreografie 
Min Tanaka
Orkest 
Nieuw Artis Orkest m.m.v. Het Lotus String Quartet
Noach 
Lieuwe Visser
Noach's vrouw 
Claron McFadden
Verteller 
Huib Rooymans
Solodansers 
Benito Marcelino
Hisako Horikawa
De Elementen 
Het Tuva Ensemble:
Vladimir Mongush
Boris Mongush
Otkun Dostai
Kara-Kat Soian