De Nationale Opera presenteert

PIQUE DAME PJOTR ILJITSJ TSJAIKOVSKI (1840-1893)

Deze productie was te zien in december 1998

PIQUE DAME

Pjotr Iljitsj Tsjaikovski
Opera in drie bedrijven en zeven taferelen
Libretto van Modest Tsjaikovski,
naar de novelle van Alexander Poesjkin
Wereldpremière 19 december 1890, Mariinski Theater, Sint-Petersburg

DEZE PRODUCTIE

Nieuwe productie
Coproductie met l'Opéra National de Paris/Bastille, Bolshoi en het Maggio Fiorentino Festival Florence
Première 2 december 1998

Het verhaal

EERSTE BEDRIJF

Een zaal in het bekende psychiatrische ziekenhuis ‘Oboechov’ in Sint Petersburg. Op bed Hermann, een minvermogende voormalig officier. Hermann tracht te begrijpen wat hem tot psychiatrisch patiënt heeft gemaakt. Herhaaldelijk keert hij in gedachten terug naar het verleden. Levendige beelden van gebeurtenissen en de liefde omringen hem. Zijn herinneringen brengen hem terug naar de tijd, zo kort geleden nog, toen hij als jonge, arme officier de droom koesterde ooit rijk te worden. De verwezenlijking van die droom zag hij in het kaartspel, in die tijd een onder zijn welgestelde medeofficieren geliefd tijdverdrijf. Maar zijn financiële situatie stond hem niet toe grote risico’s te nemen. Daarom nam hij niet deel aan het spel maar bracht vele nachten door met uitsluitend toekijken, tot vermaak en spot van hen die wèl speelden.
 
Als op zeker moment Hermann’s gedrag verandert trachten zijn zogenaamde vrienden achter de oorzaak te komen. Langzamerhand wordt duidelijk dat Hermann bezeten is, maar door wat, door wie? Door de mooie jonge Liza, op wie hij tot over zijn oren verliefd is, maar die, tot zijn ongeluk, verloofd is met vorst Jeletski? Of door haar grootmoeder, een tachtigjarige gravin bij wie Liza in huis woont? Deze gravin, bijgenaamd ‘Schoppendame’ is bij haar leven al een legende. In haar jeugd, zo vertelt het verhaal, bracht de mooie jonge gravin bijna al haar tijd door aan de speeltafel. Op zekere dag verloor zij bij het spel al haar geld en was niet in staat haar schuld in te lossen. Graaf Saint-Germain vertelde haar, in ruil voor een liefdesnacht, het geheim van drie kaarten die, mits na elkaar uitgespeeld, fortuin zouden brengen. De gravin won met de drie kaarten al haar geld terug. Naar verluidt vertelde ze het geheim aan haar echtgenoot en aan een jonge minnaar. Op een nacht verscheen haar de geest van graaf Saint-Germain die haar vertelde dat ze zou sterven door de hand van de derde aan wie ze het geheim van de drie kaarten zou onthullen. Vanaf dat moment leefde de gravin met het noodlot.
 
Hermann zweert dat hij het hart van Liza zal veroveren en met haar hulp het geheim van de drie kaarten aan de gravin zal ontfutselen. Het eerste deel van zijn plan weet hij al spoedig te verwezenlijken: Liza wordt zijn minnares.
 
GraafTomski, en Tsjekalinski en Soerin, twee jonge mannen van adellijke komaf, spelen een belangrijke rol bij het verloop van Hermann’s geestesziekte doordat zij zijn oververhitte fantasie geen moment met rust laten. In Hermann's herinneringen richten de drie een bespottelijk feest aan waarop ze Hermann voortdurend aansporen het geheim van de drie kaarten uit te vinden.Tijdens het feest betrekken Tomski, Soerin en Tsjekalinski ook Hermann’s medepatiënten bij hun valse plagerijen.
 
TWEEDE BEDRIJF
 
Hermann’s fantasieën worden steeds tastbaarder. Hij ziet zichzelf weer in het huis van de gravin waar hij een geheim, nachtelijk rendez- vous met Liza heeft. Hij wacht op de komst van de gravin om het belangrijkste doel in zijn leven te verwezenlijken. Liza verschijnt en voor zijn ogen verandert zij in de gravin. De gravin, ontevreden met alles wat het leven haar nog te bieden heeft, brengt haar nachten door met herinneringen aan haar roemruchte verleden. Als Hermann plotseling voor haar staat komt hij haar voor als een vleesgeworden schim uit vervlogen tijden. Hermann smeekt haar hem het geheim van de drie kaarten te vertellen.
 
De gravin realiseert zich dat dit de derde man is en dat hij de dood zal betekenen. De gravin sterft en neemt het geheim van de drie kaarten mee in haar graf. In zijn vertwijfeling onthult Hermann aan Liza zijn hartstocht die hem zelfs tot het plegen van een misdrijf heeft gebracht. Hermann wordt achtervolgd door beelden van de begrafenis van de gravin. Het komt hem voor dat de gravin hem als een schim verschijnt die hem het geheim van de kaarten alsnog vertelt: de drie, de zeven en de aas.
 
Liza is voortdurend aan de zijde van de zieke Hermann en probeert zichzelf ervan te overtuigen dat hij onschuldig is aan de dood van haar grootmoeder.
 
Hermann wordt steeds zieker: de hele wereld lijkt hem een casino, zelfs de zaal in het Oboechov-ziekenhuis verandert in een speelhuis. Hermann aarzelt geen moment en besluit aan het kaartspel deel te nemen. Met de drie en de zeven wint hij en verwerft zich sprookjesachtige rijkdom. Als hij de derde kaart uitspeelt blijkt de kaart in zijn hand niet de aas te zijn maar de schoppendame. In zijn geest verandert de schoppendame in de gestorven gravin. Hermann wordt gek. Uit zijn waanzin is geen terugkeer mogelijk.

Team, Cast en Koor

Muzikale leiding 
Semyon Bychkov
Regie 
Lev Dodin
Decor 
David Borovsky
Kostuums 
Chloe Obolensky
Licht 
Jean Kalman
Choreografie 
Jurii Vassilkov
Dramaturgie 
Michael Stronin
Orkest 
Residentie Orkest
Koor 
Koor van de Nederlandse Opera
Instudering koor 
Winfried Maczewski
Kinderkoor 
Geert Grooteschool, Amsterdam
o.l.v. Brian Fieldhouse
Hermann 
Vladimir Galouzine
Graaf Tomski 
Pavlo Hunka
Vorst Jeletski 
Vassily Gerello
Tsjekalinski 
Marcel Reijans
Soerin 
Harry Peeters
Tsjaplitski 
Marten Smeding
Naroemov 
Roger Smeets
Ceremoniemeester 
Dan Chamandy
Gravin 
Helga Dernesch
Liza 
Tatiana Poluektova /
Natalia Ushakova
Polina 
Marianna Tarassova
Masja 
Janny Zomer