De Nationale Opera presenteert

DIE MEISTERSINGER VON NÜRNBERG Richard Wagner (1813-1883)

Deze productie was te zien in januari 2000

Die Meistersinger von Nürnberg

Richard Wagner
Oper in drei Aufzügen
Libretto van Richard Wagner
Wereldpremière 21 juni 1868, Königliches Hof- und Nationaltheater, München

Deze productie

Reprise uit het seizoen 1994/1995
Première 29 januari 2000

Het verhaal

De jonge ridder Walther von Stolzing wil als burger in Neurenberg leven. Hij is daar verliefd geworden op Eva, de dochter van Veit Pogner. Als hij vraagt of zij al verloofd is, hoort hij dat zij de bruid zal worden van de winnaar van een mees-terzangwedstrijd. Walther wil ook aan die wed-strijd deelnemen. David, leerling van schoen-maker/dichter Hans Sachs, legt Walther de regels van het meesterzingen uit. Nog dezelfde middag kan Walther proefzingen. De stadsgriffier Bec-k-mes-ser is hier niet gelukkig mee. Met Walther heeft hij een nieuwe rivaal bij het dingen naar Eva’s hand. Doordat Beckmesser als ‘Merker’ Walther’s proeflied moet beoordelen, weet hij de andere meesters ervan te overtuigen dat Walther, wiens lied op allen een vreemde indruk maakt, gefaald heeft. Alleen Sachs herkent Walthers kunstenaarschap.

David vertelt Magdalene, Eva’s voedster en zijn geliefde, dat Walther is afgewezen. Als Eva met haar vader thuiskomt, verneemt ook zij dit bericht. Zij vraagt Sachs om advies. Vleiend stelt Eva Sachs voor zelf ook aan de wedstrijd deel te nemen om haar als bruid te winnen. Sachs weet dat hij te oud voor haar is en dat zij oprecht van Walther houdt. Eva keert huiswaarts en hoort dat Beckmesser haar nog deze avond een serenade wil brengen. Zij vraagt Magdalene bij het raam te gaan zitten. Als Walther arriveert, nog altijd kwaad over zijn afwijzing, valt Eva hem in de armen. Samen besluiten zij te vluchten. Sachs hoort dit en neemt zich voor dat te verhinderen.
 
Als Beckmesser zijn serenade wil zingen, begint Sachs vóór zijn huis aan diens nieuwe schoenen te werken. Met moeite staat Beck-messer Sachs toe als ‘Merker’ zijn serenade te jureren. Maar als hij zijn lied zingt, wordt dit spoedig overstemt door Sachs hamerslagen op de leest, welke de fouten in het lied aangeven. Beckmesser zingt steeds luider, wat niet alleen David wekt, die meent dat Beckmesser Magdalene een serenade brengt, maar ook andere buren, die op het lawaai afkomen. Al snel ontstaat een algehele vechtpartij. Op dat moment proberen Walther en Eva te vluchten, maar Sachs voorkomt dit, stuurt Eva naar huis en leidt Walther en David zijn huis binnen. 
 
Walther vertelt Sachs dat hij gedroomd heeft, waar-op Sachs hem aanmoedigt de droom als thema te gebruiken voor een lied voor de zang-wedstrijd. Hij zal het voor Walther opschrijven.
 
Wanneer beiden zich gaan verkleden, sluipt Beckmesser binnen, nog steeds gehavend door Davids afranseling. Als hij het blad papier met Walthers lied ziet, denkt hij dat het van Sachs zelf is, die hiermee aan de wedstrijd wil deelnemen. Sachs ontkent Beckmessers beschuldigingen van rivaliteit en laat hem het blad. Verzekerd van het winnen van de prijs spoedt Beckmesser zich naar huis. Eva komt langs om te zeggen dat haar schoen knelt. Sachs ziet er niets verkeerds aan. Als ook Walther verschijnt, zingt deze voor Eva zijn lied en maakt er een derde strofe bij. Eva is zeer onder de indruk van alles wat Sachs voor haarzelf en Walther heeft gedaan en zegt Sachs dat, zou Walther niet in haar leven gekomen zijn, zij hem als bruidegom had verkozen. Maar Sachs wil niet graag in de schoenen van Koning Marke uit de legende van ‘Tristan en Isolde’ staan. David en Magdalene komen nu binnen, en Sachs benoemt zijn leerling tot gezel. In een roerend kwintet bezingen allen het ontstaan van Walthers prijslied. Nadat de handwerksgilden en de mees-terzangers hun entree op de feestweide heb-ben gemaakt, wordt Beckmesser als eerste zanger in de wedstrijd aangewezen. Hij zingt het moeizaam ingestudeerde lied van Walther, maar verhaspelt de woorden zo erg, dat iedereen in lachen uit-barst. Beckmesser wijst Sachs als de dichter van deze woorden aan, maar Sachs stelt dat zijn gedicht een goede zanger behoeft die het op de juiste melodie voordraagt. Als hij om zo’n zanger vraagt, treedt Walther naar voren en zingt het lied. Iedereen is zeer onder de indruk en Walther wordt direct als winnaar van de wedstrijd aan-gewezen. Maar als Pogner hem de Koning David-ketting aanreikt, wijst hij deze trots af. Sachs houdt hem dan voor dat de kunst van de meesterzangers in tijden van nationale tegenspoed een symbool is van de oprechte en ware Duitse geest. Alle aanwezigen eren Sachs en de Duitse kunst.

Team, Cast en Koor

Muzikale leiding 
Hartmut Haenchen
Regie 
Harry Kupfer
Instudering regie 
Monique Wagemakers
Decor 
Wilfried Werz
Kostuums 
Eleonore Kleiber
Choreografie 
Roland Giertz
Orkest 
Nederlands Philharmonisch Orkest
Koor 
Koor van De Nederlandse Opera
Hans Sachs 
Wolfgang Brendel
Veit Pogner 
Edmund Zelotes Toliver
Kunz Vogelgesang 
Arnold Bezuyen
Konrad Nachtigall 
Michael Nelle
Sixtus Beckmesser 
Dale Duesing
Fritz Kothner 
David Wilson-Johnson
Balthasar Zorn 
Alex Grigorev
Ulrich Eisslinger 
Brian Galliford
Augustin Moser 
René Claassen
Hermann Ortel 
Romain Bischoff
Hans Schwarz 
Richard Robson
Hans Foltz 
Friedemann Röhlig
Walther von Stolzing 
Gösta Winbergh / Robert Dean Smith
David 
Kurt Streit
Eva 
Charlotte Margiono
Magdalene 
Andrea Bönig
Nachtwächter 
Jan Alofs
Lehrbuben 
Inez Hafkamp
Maartje de Lint
Mary de Reus
Corinne Romijn
Ruud Fiselier
Robin Green
John van Halteren
Robert Kops
Terence Mierau
Frank Nieuwenkamp
André Post
Luke Price