De Nationale Opera presenteert

L'ITALIANA IN ALGERI Gioacchino Rossini (1792-1868)

Deze productie was te zien in maart 2000

l'Italiana in Algeri

Gioacchino Rossini
Dramma giocoso in due atti
Libretto van Angelo Anelli
Wereldpremière 22 mei 1813, Teatro San Benedetti, Venetië

Deze productie

Reprise uit het seizoen 1994/1995
Coproductie met het Rossini Operafestival, Pesaro
Première 4 maart 2000

Het verhaal

Mustafà, de bei van Algiers, is een beetje uit­ge­keken op Elvira, de favoriete vrouw uit zijn harem. Hij heeft genoeg van haar klagen en verwijten. Alleen moet hij nog verzinnen hoe hij zich op een beschaafde manier van haar kan ontdoen: haar zo maar wegsturen zou gezichtsverlies bete­ke­nen. Mustafà besluit haar uit te huwe­lij­ken aan zijn favoriete Italiaanse slaaf Lindoro en geeft zijn piratenkapitein Haly opdracht om voor hemzelf naar een pittige Italiaanse schone op zoek te gaan. Lindoro, die eigenlijk niets liever wil dan terug­keren naar zijn vaderland en naar zijn ach­ter­gebleven geliefde Isabella, blijkt niet onge­voe­lig voor de mooie Elvira, en samen zullen ze, op gezag van Mustafà, naar Italië vertrekken.

Haly en zijn piraten worden op hun wenken bediend. In plaats dat zij op zoek moeten gaan naar een Italiaans schip, lijdt er een schipbreuk voor de Algerijnse kust. Op dat schip bevinden zich Isabella en haar begeleider Taddeo, op weg om Lindoro te bevrijden. Ze worden door Haly meegevoerd. 
Mustafà ontvangt hen te midden van de eunu­chen en wordt meteen verliefd op Isabella. Zij weet hem op haar beurt om haar vinger te win­den, met als enige doel alles van hem gedaan te krij­gen. Dan verschijnen Lindoro, Elvira en haar be­diende Zulma om afscheid te nemen van Musta­fà. Isabella en Lindoro herkennen elkaar direct en zijn met stomheid geslagen. Als Mustafà Isabella uitlegt dat Elvira zijn favoriete vrouw was en dat ze nu voor Lindoro bestemd is om plaats te maken voor haar, vindt Isabella het wel­letjes. Elvira moet volgens haar naar Mustafà terugkeren en zij zal zelf Lindoro als slaaf meenemen. Mustafà raakt van slag door haar voort­varende optreden, en verwarring overvalt de aan­wezigen.
 
Isabella en Lindoro hebben de gelegenheid elkaar even alleen te spreken. Zij verwijt hem zijn on­trouw, maar Lindoro overtuigt haar ervan dat hij Elvira alleen naar Italië zou hebben begeleid om weer bij Isabella te kunnen zijn. Ze maken een af­spraak om een vlucht te beramen. Taddeo, die zich heeft voorgedaan als de oom van Isabella, wordt ondertussen door de eunuchen tot Kaimakan, een soort luitenant, benoemd.
 
Isabella wacht tijdens haar toilet de komst van Mustafà af en wordt door haar drie liefhebbers bespied: Mustafà, Lindoro en Taddeo, die meer dan alleen haar begeleider wil zijn. Dan ontvangt ze de drie heren om koffie te drinken. Mustafà heeft Taddeo gevraagd samen met Lindoro te ver­trekken zodra hij één keer heeft geniesd, zodat hij met Isabella alleen achterblijft. Maar Taddeo reageert niet op het teken, omdat ook hij, net als Lindoro, bij Isabella wil blijven. Wederom ontstaat er algehele verwarring en nu begint Mustafà lang­zaam maar zeker te voelen dat hij door Isabella in de maling wordt genomen. Haly heeft deze ge­slepen Italiaanse dame wel door, maar kan niets tegen de blinde verliefdheid van zijn meester doen. Lindoro en Isabella hebben intussen het vluchtplan bedacht. Door Mustafà te benoemen tot Pappataci – een verzonnen titel die in Italië zogenaamd veel aanzien heeft – halen ze hem over tot niets anders dan slapen, eten en drinken. Isa­bella weet alle Italiaanse slaven voor de voor­ge­nomen vlucht te mobiliseren. Als een koor van Pappataci bezingen ze de verheven Mustafà. Deze moet nu zweren zich aan de regels van de Pappataci te houden: eten, drinken en vooral zwijgen. Isabella stelt hem op de proef. Ze flirt met Lindoro, en als Mustafà tussenbeide wil komen herinneren ze hem aan zijn gelofte. Om zich een goede Pappataci te tonen houdt Mustafà zich precies aan de regels. Zelfs als er een Euro­pees schip in de haven arriveert en Lin­doro, Isa­bella en Taddeo met de slaven vluchten, houdt Mustafà zich strikt aan de Pappataci-eed. Pas wanneer Elvira, Zulma en Haly hem waar­schu­­wen dat zijn mooie Italiaanse hem is ont­glipt, reali­seert hij zich – te laat – wat er is ge­beurd. Even is hij kwaad, maar dan vraagt hij Elvira om vergif­fe­nis voor zijn dwalingen.

Team, Cast en Koor

Muzikale leiding 
Julian Reynolds
Regie 
Dario Fo
Instudering regie 
Dario Fo, Arturo Corso
Decor en kostuums 
Dario Fo
Licht 
Sergio Rossi
Orkest 
Nederlands Kamerorkest
Koor 
Herenkoor van De Nederlandse Opera
Instudering koor 
Brian Fieldhouse
Mustafa 
Peter Rose
Elvira 
Annamarie dell’Oste
Zulma 
Silvia Tro Santafé
Haly 
Umberto Chiummo
Lindoro 
Juan José Lopera
Isabella 
Monica Bacelli
Taddeo 
Roberto de Cándia