De Nationale Opera presenteert

Il barbiere di Siviglia Gioacchino Rossini (1792-1868)

Deze productie was te zien in november 2000

IL BARBIERE DI SIVIGLIA

Gioacchino Rossini
Melodramma buffo in due atti
Libretto van Cesare Sterbini naar Le Barbier de Séville van Pierre-Augustin Caron de Beaumarchais
Wereldpremière 20 februari 1816, Teatro Argentina, Rome

 

DEZE PRODUCTIE

Reprise uit seizoen 1986/87, 1988/89, 1991/92 en 1993/94
Première 1 november 2000

Over de opera

Tijdsdruk. Een contract dat moest worden nagekomen. En een censuur die het ene na het andere librettovoorstel afwees. Rossini moet bijkans ten einde raad hebben besloten om het Beaumarchais’ toneelstuk op muziek te zetten, al was hij niet de eerste componist die dat deed. En daarom doemden gelijk nieuwe problemen op: een deel van het Romeinse operapubliek was fel gekant tegen Rossini’s keuze voor Il barbiere di Siviglia. Maar er was dat contract. En er was die tijdsdruk.

Het lijkt een klein wonder dat de conservatieve Rossini, die de naam had het libretto als een bijkomstigheid te beschouwen, zijn oog liet vallen op een toneelstuk van Beaumarchais dat heel sterk de geest van de Franse Revolutie ademt. Maar vanzelfsprekend was hij het meest geïnteresseerd in de komische kanten van het stuk, zoals de scène waarin de duvelstoejager Figaro in opdracht van zijn vroegere meester diens geliefde Rosina, het nichtje van de grimmige Bartolo, ontvoert. Toch komt de roerigheid van de vooravond van de Franse Revolutie wel degelijk in de muziek tot uiting. In het jagende ritme van de grote ensembles wordt het grote onbehagen voelbaar dat Rossini in de nieuwe tijd bespeurde. Even-als in de klucht kennen zijn personages geen moment rust.

Rossini’s keuze voor een eigen bewerking van het bestaande Barbiere-libretto was een soort last-minute noodgreep. Dit is mede de reden dat er in de Barbiere-partituur melodieën voorkomen uit eerdere werken: Ciro in Babilonia (1812) en Elisabetta (1815). Toch mogen wij gerust aannemen dat Rossini veel langer met het idee speelde om het razend populaire toneelstuk van Beaumarchais tot een eigen opera te bewerken. Hij moet in het verhaal de mogelijkheid hebben onderkend om het genre van de opera buffa te hervormen, iets wat Rossini overigens ook in zijn opera serie voor ogen stond. Een andere reden die het Barbiere-verhaal geschikt maakte voor de contractueel vastgelegde première tijdens het Romeinse carnaval in 1816 waren de vermommingen en persoonsverwisselingen die voorkwamen in het toneelstuk van Beaumarchais, een gegeven dat Rossini kon verbinden met de in zijn tijd bijna geheel in onbruik geraakte traditie van de Italiaanse commedia dell’arte zoals die zich eeuwenlang, vooral tijdens carnavalsperioden, manifesteerde. En aan het herstellen van die traditie wilde Rossini een bijdrage leveren.

‘Niet toevallig was Rossini een van de grootste koks die ooit hebben geleefd: ook in zijn muziek betoont hij zich de meest verfijnde, tongstrelende en gastvrije mengkunstenaar die men zich maar kan voorstellen.’ - Egon Friedell

Over deze productie

Voor deze productie van de Nederlandse Opera is gebruik gemaakt, bij de begeleiding van de recitatieven in de Barbiere, van een Pleyel-fortepiano, exact hetzelfde model en uit dezelfde tijd (ca. 1840) als de vleugel die bij Rossini in huis stond. Het in Cubaanse mahonie uitgevoerde model, verfraaid met messing handgrepen, komt uit de werkplaats van de Amsterdamse restaurateur Frits Janmaat.

De regie van deze productie bij de Nederlandse Opera lag in handen van Dario Fo: ‘Mijn streven is bij het ensceneren van Il barbiere geen van deze ingrediënten achterwege te laten. Ik wil het werk situeren in een wijdse, lichte ruimte. Ik zou de indruk willen wekken dat de zee vlakbij is. […] Voor het decor had ik gedacht aan de pleinen in mediterrane streken: met gewelven, lantaarns en bogen in witte muren; een wijdse, strakblauwe lucht. En trappen, veel trappen zoals die omhoogklimmen door Napels en Cordoba. Voor de kostuums had ik gedacht aan het carnaval in Venetië en aan de schilderijen van Goya en van de Venetiaanse meesters uit de achttiende en negentiende eeuw.’

De Italiaanse bariton Roberto de Cándia zong ooit in het koor van Dario Fo’s enscenering van Il barbiere di Siviglia. Twaalf jaar later, bij de derde reprise van die productie in het Muziektheater, zal hij de rol van de Sevilliaanse kapper zingen. Roberto de Cándia wordt gezien als een Rossini specialist bij uitstek: ‘Je moet hoe dan ook, al is de muziek nog zo snel en beweeglijk, altijd legato blijven zingen. Dat kenmerkt de ware Rossini-specialist.’ – Roberto de Cándia, vertaald door Peter van der Lint.

HET VERHAAL

I
Graaf Almaviva is verliefd op Rosina, de rijke pupil van Dr. Bartolo. Vermomd als de arme student Lindoro brengt hij haar een serenade, wat de argwaan wekt van Bartolo, die haar om haar geld zelf wil huwen. Almaviva’s vroegere bediende Figaro bedenkt een plan om Almaviva toegang tot Rosina te verschaffen en het voorgenomen huwelijk tussen haar en Bartolo te verijdelen. Met Figaro’s hulp laat Almaviva zich als dronken soldaat in Bartolo’s huis inkwartieren, maar deze weet hem te laten arresteren.

II
Om Rosina toch te kunnen bezoeken, speelt Almaviva de vervanger van Rosina’s 'ziek geworden' muziekleraar Basilio. Zo beramen beide geliefden een vluchtplan. Hoewel Bartolo zo goed mogelijk wordt afgeleid door Figaro, vangt hij hierover iets op en zet beide mannen uit zijn huis. Bartolo wil nu snel met Rosina trouwen en slaagt erin haar te doen geloven dat ’Lindoro’ een leugenaar is, zodat zij niet alleen het nachtelijke vluchtplan prijsgeeft, maar ook instemt met een huwelijk met Bartolo. Als deze ’s avonds meent Figaro en Almaviva in zijn val te lokken, weten beiden Rosina te overtuigen van Almaviva’s ware liefde. Bartolo probeert hun huwelijk nog te verhinderen, maar staakt elke poging als hem Rosina’s bruidsschat wordt aangeboden.

Team, Cast en Koor

Muzikale leiding 
Yves Abel
Regie 
Dario Fo
Instudering regie 
Arturo Corso
Decor en kostuums 
Dario Fo
Orkest 
Nederlands Kamerorkest
Continuo 
Peter Lockwood, fortepiano
Helenus de Rijke, gitaar
Koor 
Koor van de Nederlandse Opera
Instudering koor 
Brian Fieldhouse
Il conte d'Almaviva 
Bruce Ford
Rosina 
Vivica Genaux
Dottore Bartolo 
Bruno Praticò
Figaro 
Roberto de Cándia
Basilio 
Giovanni Furlanetto
Berta 
Angelina Ruzzafante
Fiorello / Un Ufficiale 
Marcel Boone
Gitarist 
Helenus de Rijke
Mimespelers 
Hans Daalder
Danny Goossens
Chaja van der Heide
Joost Ideler
Esther Jager
Erik Kubiste
Roy Lavitt,
Stella van Leeuwen
Wilfred van de Peppel
Eveline Torres
Philipp Ziegler