De Nationale Opera presenteert

Jevgeni Onjegin Pjotr Iljitsj Tsjaikovski (1840-1893)

Deze productie was te zien in maart 2001

JEVGENI ONJEGIN

Pjotr Iljitsj Tsjaikovski
Opera in drie bedrijven
Libretto van Konstantin Sjilovski en Pjotr Iljitsj Tsjaikovski
Wereldpremière, 23 april 1881, Bolsjoi Theater, Moskou

 

DEZE PRODUCTIE

Reprise uit seizoen 1996/97
Première 7 maart 2001

Over de opera

Heel bewust bestempelde Tsjaikovski zijn werk als ‘lyrische scènes’. Met minder formele strengheid dan in het origineel smeedde hij een aantal episodes uit Poesjkins gelijknamige versroman aaneen, waardoor hij emotionele conflicten en maatschappelijke gevoeligheden in het toenmalige Rusland aan een kritische beschouwing kon onderwerpen. Behalve aan de titelfiguur is een centrale rol toebedeeld aan het meisje Tatjana, dat de bonvivant Onjegin onvoorwaardelijk haar liefde bekent, maar door hem wordt afgewezen. Jaren later zijn de verhoudingen omgekeerd: nu moet Onjegin zijn gevoelens voor Tatjana bekennen. Voor de intussen getrouwde vrouw is er echter geen weg terug en zij wijst hem af. Tsjaikovski’s homoseksualiteit spiegelt zich in de verhouding tussen Onjegin en de dichter Ljenski. Hun vriendschap gaat ten onder aan een jaloezie die Ljenski met de dood moet bekopen. Dit bijzondere werk onderscheidt zich door fijnzinnige poëzie en is van een grote menselijkheid, terwijl ook de voor de Russische opera zo kenmerkende koorscènes niet ontbreken.

HET VERHAAL

I
Op haar landgoed haalt Madame Larina met de oude kinderjuffrouw Filipjevna herinneringen op, terwijl haar dochters Tatjana en Olga een duet zingen. Lijfeigenen vieren het binnenhalen van de oogst. Larina maakt zich zorgen over de dromerige, overgevoelige Tatjana, die te veel romantische boeken leest. De dichter Ljenski, die verliefd is op Olga, komt op bezoek, samen met een vriend en buurman, Jevgeni Onjegin. Tatjana valt als een blok voor de nieuwkomer.
's Avonds kan Tatjana niet slapen. Ze hoort Filipjevna uit over haar ervaringen in de liefde. Alleen achtergebleven schrijft ze een brief aan Onjegin, waarin ze haar gevoelens uit.
Terwijl bessenpluksters een vrolijk lied zingen, komt Onjegin Tatjana opzoeken; hij leest haar de les over haar onbezonnen daad en omschrijft zichzelf als ongeschikt voor een serieuze verbintenis.

II                 
Tijdens een bal in het huis van de familie Larin flirt Onjegin zo ongegeneerd met Olga, dat Ljenski de vriendschap opzegt en hem uitdaagt voor een duel, tot ontzetting van alle aanwezigen.
Bij het aanbreken van de dag waarop het duel zal plaatsvinden laat Onjegin op zich wachten. De dichter voorvoelt dat hij het niet zal overleven, en neemt met een droevig lied afscheid van de wereld en van Olga. Na de aankomst van Onjegin betreuren de twee vijanden het verlies van hun vriendschap. Het duel begint en het eerste schot treft Ljenski dodelijk.

III
Op een bal in Sint-Petersburg ontmoet Onjegin een beeldschone vrouw, in wie hij even later Tatjana herkent. Zij is inmiddels de echtgenote van vorst Gremin, die verklaart dolgelukkig te zijn met zijn veel jongere vrouw. Nu is het Onjegin die beseft dat hij verliefd is. Hij bezoekt Tatjana in Gremins huis om haar dit te vertellen. Hoewel Tatjana nog steeds voor hem voelt, is ze echter niet bereid haar man voor Onjegin te verlaten.

Team, Cast en Koor

Muzikale leiding 
Hartmut Haenchen
Regie 
Johannes Schaaf
Instudering regie 
Bert Bijnen
Johannes Schaaf
Decor en kostuums 
Peter Pabst
Licht 
Gérard Cleven
Choreografie 
Bambi Uden
Dramaturgie 
Klaus Bertisch
Orkest 
Nederlands Philharmonisch Orkest
Koor 
Koor van De Nederlandse Opera
Instudering koor 
Winfried Maczewski
Madame Larina 
Hanna Schaer
Tatjana 
Elena Prokina
Olga 
Elena Zhidkova
Filipjevna 
Annett Andriessen
Vladimir Ljenski 
Piotr Beczala
Jevgeni Onjegin 
Albert Schagidullin
Vorst Gremin  
Peter Rose
Monsieur Triquet  
Waldemar Kmentt
Zaretski / Petrovitsj  
Jan Polak
Zapevalo 
Alex Grigorev / André Post
Guillot 
Raouf Basta