De Nationale Opera presenteert

Alcina Georg Friedrich Händel (1685-1759)

Deze productie was te zien in oktober 2005

ALCINA

Georg Friedrich Händel
Dramma per musica in tre atti, HWV 34 
Libretto anoniem, gebaseerd op een verhaal uit Orlando Furioso van Ludovico Ariosto
Wereldpremière 16 april 1735, Covent Garden Theatre, Londen

 

DEZE PRODUCTIE

Nieuwe productie voor De Nederlandse Opera
Nieuwe versie van een originele productie van het Drottningholm Festival 2001
Première 22 oktober, Stadsschouwburg Amsterdam

Over de opera

Hoewel Alcina gerekend kan worden tot het genre van de toveropera, met alle speciale effecten en vermommingstrucs van dien, heeft Händel bij de karaktertekening van zijn personages een mate van emotionele waarachtigheid bereikt die tot dan toe ongekend was. Terwijl het tekstboek betrekkelijk conventioneel is en een zeer gecompliceerd handelingsverloop kent, wordt de toeschouwer door de ontroerende hartstocht van vooral de titelfiguur aangegrepen. De componist betoont zich hierin een voorbode van Gluck en Mozart. De tovenares Alcina laat zich bij haar zoektocht naar liefde door haar eigen magische krachten leiden, maar komt aan het slot zelf bedrogen uit. De intensiteit van haar liefde en haat maakt haar tot een van Händels meest tragische vrouwenfiguren. 

‘Deze kerel beschikt over meer verstand, meer kundigheid, meer onderscheidingsvermogen en meer muzikale uitdrukkingskracht dan wie ook.’ - Lord Hervey over Händel, 1735

Het verhaal


Op haar magische eiland heeft de tovenares Alcina al vele helden in rotsblokken, struiken of wilde dieren veranderd. Zij is echter verliefd geworden op de paladijn Ruggiero; hij heeft zijn eigen gedaante nog. Zijn verloofde Bradamante komt hem zoeken, verkleed als haar broer Ricciardo. Zij wordt vergezeld door de leraar Melisso. De twee worden begroet door Alcina’s zuster Morgana, die meteen valt voor de char-mes van de jonge ‘ridder’. Onder donder en bliksem verschijnt Alcina met Ruggiero aan haar zijde. Zij biedt de vreemdelingengastvrij onderdak en trekt zich terug. Rug-giero herkent Bradamante niet en gaat Alcina achterna. Op het eiland bevindt zich ook de knaap Oberto, op zoek naar zijn vader. Melisso denkt dat deze in een dier veranderd is. Alcina’s generaal Oronte, de jaloerse geliefde van Morgana, suggereert tegenover Ruggiero dat ook Alcina van‘Ricciardo’ houdt, waarop Ruggiero vindt dat Alcina ‘Ricciardo’ ook moet betoveren. Morgana waarschuwt ‘hem’ en verklaart ‘hem’ haar liefde. Bradamante speelt het spelletje voorlopig mee. 

II 
Melisso laat Ruggiero door middel van een toverring zien dat Alcina’s eiland slechts een dorre woestenij is. Ruggiero doet de ring om en herinnert zich zijn liefde voor Bradamante. Hij laat dit echter niet merken aan Alcina en probeert te ontsnappen. Oronte verraadt dit plan aan de tovenares, die diep gekwetst is en zich wil wreken. Eindelijk herkent Ruggiero Bradamante en samen besluiten zij Alcina te verslaan. Deze roept tevergeefs haar geesten te hulp om Ruggiero’s vertrek te verhinderen. 

III 
Als Morgana heeft ontdekt wie ‘Ricciardo’ werkelijk is, probeert ze de liefde van Oronte terug te winnen. Hij doet echter alsof hij niet meer om haar geeft, om haar te dwingen haar gevoelens uit te spreken. Alcina dreigt Ruggiero met wraak, maar verklaart dat ze hem zal vergeven als hij bij haar blijft. Samen met Melisso en Bradamante bereidt Ruggiero echter de vlucht voor. Getergd door Oberto’s opti-misme draagt Alcina hem op een leeuw te doden. Net op tijd herkent de jongen zijn vader in het dier en hij bedreigt nu de tovenares. Ruggiero laat zich niet overhalen door Alcina’s en Morgana’s smeekbeden. Hij slaat een urn stuk waarin zich de bron van Alcina’s magische vermogens bevindt. Alle betoverde helden krijgen hun vroegere gedaante terug.

Team, Cast en Koor

Muzikale leiding 
Christophe Rousset
Regie 
Pierre Audi
Decor en kostuums 
Patrick Kinmonth
Licht 
Peter van Praet
Orkest 
Les Talens Lyriques
Vocaal ensemble 
Koor van De Nederlandse Opera
Instudering vocaal ensemble 
Winfried Maczewski
Alcina 
Christine Schäfer
Ruggiero 
gezongen door Silvio Tro Santafé / Maite Beaumont,
gespeeld door Jacqueline Poppelaars / Alice Coote
Bradamante 
Marijana Mijanovic
Morgana 
Ingela Bohlin
Oberto 
Cassandre Berthon
Oronte 
Jeremy Ovenden
Melisso 
Olivier Lallouette
Astolfo 
Istvan Kisch
    di 28 jan Jurjen Vis, Het Financieele Dagblad

    In Tamerlano is zowel licht als diepte te genieten. De bloeddorstige tiran Tamerlano (Bejun Mehta) spreidt met zijn waanzinnige capriolen een verbluffende virtuositeit ten toon. De intensiteit echter komt van zijn tegenspelers Asteria (Sandrine Piau) en Bajazet (Bruce Ford). Zij zetten mensen neer van vlees en bloed. Bajazet is als enige zanger van de kleine cast niet verzorgd en opgeprikt, maar oud, smoezelig en morsig. Met zijn expressieve, emotionele stem profileert hij zich mooi tegenover Tamerlano’s gladde counter, die het meer moet hebben van volmaakte controle. In Alcina overtuigt de titelheldin (Christine Schäfer) moeiteloos, ondanks het nodeloos ingewikkelde en tegelijkertijd flinterdunne verhaal (wederzijds huwelijksbedrog). Chapeau!

    di 28 jan Hans Visser, Noordhollands Dagblad

    Zelfs een minder boeiende aria is spannend om te zien. Het vocaal ensemble uit het operakoor is daarbij een cadeautje. Waar mogelijk past Audi met de hartveroverende eenvoudige decors, mooie effecten toe. [...] De laatste acte van Tamerlano [...] is zelfs meesterlijk. Onttakeld zit de door keizer Tamerlano verslagen koning Bajazet op een stoel, zacht zingend op muziek vol waardige berusting, te sterven aan zijn ingeslikte gif. Een hoogtepunt, mede dankzij de tenor Bruce Ford.

    di 28 jan Eddie Vetter, de Telegraaf

    De intrige [in Alcina – red.] is verder welhaast onontwarbaar als een boa constrictor, zodat de verwarring van de dubbele Ruggiero in de gedaantes van de acterende regieassistente Jacqueline Poppelaars en de vanuit de orkestbak meesterlijk zingende Silvia Tro Santafé er nog wel bij kan. Ook zo is het duidelijk dat het om een pracht van een voorstelling gaat. Het alerte spel van Christophe Rousset en zijn Talens Lyriques laat weinig te wensen over, het twaalfkoppige ensemble uit het operakoor zingt opvallend fraai en ook hier is de cast van hoog niveau, met als uitblinkers de intens dramatische Marijana Mijanovic (Bradamante) en de heldere sopraan Ingela Bohlin (Morgana). [...] een kleine acht uur meesterlijke opera in verfijnde en tot de verbeelding sprekende ensceneringen.