De Nationale Opera presenteert

Simon Boccanegra Giuseppe Verdi (1813-1901)

Deze productie was te zien in mei 2006

SIMON BOCCANEGRA

Giuseppe Verdi
Melodramma in un prologo e tre atti
Libretto van Francesco Piave en Giuseppe Montanelli
Wereldpremière 12 maart 1857, Teatro La Fenice, Venetië

 

DEZE PRODUCTIE

Nieuwe productie
Première 3 mei 2006

Over de opera

De opera over de Doge van Genua is inhoudelijk gezien misschien wel Verdi’s meest gecompliceerde werk. De handeling vertoont grote tijdsprongen, en hoofdfiguren die van identiteit en politieke overtuiging veranderen, verloren gewaande kinderen die ineens weer opduiken en schimmige intriges hebben de toegankelijkheid van dit stuk al sinds de eerste uitvoering bemoeilijkt. 25 jaar later onderwierp Verdi de partituur samen met zijn librettist Arrigo Boito aan een grondige revisie. Als overgangswerk vormt het na de grote successen van Verdi’s middenperiode de inluiding van zijn laatste periode. Nog één keer laat Verdi zich van zijn meest politiek geëngageerde kant zien, waarbij verschillende partijen genoodzaakt zijn om zich in het belang van een gemeenschappelijk vaderland vreedzaam met elkaar te verzoenen. Hoe dicht politiek en menselijk leed naast elkaar liggen, maakt vooral de fijnzinnige, deels toonschilderende muziek navoelbaar, die aan het eind van elk bedrijf tot een imposante koorscène uitgroeit. 

‘De epoche van het ‘melodramma’ is hier zonder weerga: vóór- noch nadien kwamen componist en volk ook zelfs maar bij benadering tot een zo diepgaande en beslissende eenheid.’ - Luigi Dallapiccola

Het verhaal

Proloog
Twee burgers van Genua spreken over de politieke situatie nu de stadsstaat zonder leider zit. Een van hen, Paolo, overtuigt de plebejer Simon Boccanegra ervan dat hij de nieuwe doge moet worden: dan zal de patriciër Jacopo Fiesco hem immers eindelijk toestaan met zijn dochter Maria te trouwen. Boccanegra en Maria hebben samen al een kind. Wanneer Boccanegra als doge is gekozen, hoort hij dat Maria gestorven is.

I
25 jaar later. Met moeite heeft Boccanegra de vrede weten te bewaren, zowel binnen Genua als met de buurstaten. Hij heeft nooit geweten wat er van zijn dochtertje Maria is geworden. Het meisje werd onder de naam Amelia Grimaldi grootgebracht door haar grootvader, die zelf de schuilnaam Pater Andrea draagt. Hij weet niet dat zij zijn eigen kleinkind is en denkt dat Maria destijds werd ontvoerd. Amelia's geliefde, de patriciër Gabriele Adorno, zweert met Fiesco samen tegen Boccanegra. De doge vergeeft de samenzweerders en brengt aan Amelia Paolo's wens over om met haar te trouwen. Zij zegt dat ze van iemand anders houdt en dat ze geen Grimaldi is. Ze komen erachter dat ze vader en dochter zijn; als zij elkaar omhelzen denkt Paolo dat Boccanegra zelf een oogje op Amelia heeft. Hij besluit haar te ontvoeren.
De doge pleit in de senaat voor vrede met Venetië. Buiten eist een woedende menigte zijn dood. Het volk komt de raadzaal binnen, Fiesco en Gabriele Adorno meesleurend: Gabriele had ene Lorenzino gedood na geruchten over een op handen zijnde ontvoering van Amelia. Zij komt ijlings de zaal in en verklaart dat degene die haar wilde ontvoeren in de zaal aanwezig is. Boccanegra begrijpt het en eist van Paolo dat hij de boosdoener vervloekt. Paolo heeft geen andere keus. Fiesco en Gabriele worden opgesloten.

II
In het paleis van de doge giet Paolo vergif in Boccanegra's beker en laat Fiesco en Gabriele uit hun kerker halen. Hij verlangt van hen dat ze Boccanegra in diens slaap doodsteken. Fiesco weigert, Gabriele aarzelt totdat Paolo hem zegt dat Amelia Boccanegra's maîtresse is. Gabriele blijft alleen achter. Amelia komt binnen en antwoordt op Gabrieles beschuldiging dat haar liefde voor Boccanegra zuiver is. Boccanegra komt eraan en Gabriele verstopt zich op het balkon. Amelia vertelt haar vader dat ze van Gabriele houdt, die een van zijn vijanden is. Ze verlaat hem en hij valt in slaap.
Als Gabriele de doge wil doden, komt Amelia terug en houdt hem tegen. Boccanegra wordt wakker en vertelt Gabriele dat hij Amelia's vader is. Tijdens het weer opgelaaide oproer kiest Gabriele Boccanegra's zijde.

III
Nadat de opstand is neergeslagen, wordt Paolo ter dood veroordeeld. Hij bekent zijn misdrijven aan Fiesco, tot diens grote afschuw. Boccanegra komt binnen; het gif is gaan werken en zijn doodsstrijd is begonnen. Hij vertelt Fiesco dat Amelia zijn dochter en dus Fiesco's kleindochter is. De mannen verzoenen zich met elkaar. De doge zegent Maria en Gabriele, en roept deze tot zijn opvolger uit. Daarop sterft Boccanegra. Fiesco presenteert de nieuwe doge aan het volk.

Team, Cast en Koor

Muzikale leiding 
Ingo Metzmacher
Regie 
Peter Mussbach
Decor 
Erich Wonder
Kostuums 
Andrea Schmidt-Futterer
Licht 
Alexander Koppelmann
Koor 
Koor van De Nederlandse Opera
Instudering koor 
Thomas Eitler
Simon Boccanegra 
Andrzej Dobber
Jacopo Fiesco (Andrea) 
Roberto Scandiuzzi
Paolo Albiani 
Marco Vratogna
Pietro 
Roberto Accurso
Maria Boccanegra (Amelia Grimaldi) 
Angela Marambio
Gabriele Adorno 
Alfredo Portilla/Roberto Covatta
Un capitano dei balestrieri 
Rudi de Vries
Un' ancella di Amelia 
Klara Uleman

Rotterdams Philharmonisch Orkest

Het orkest, dat tot de wereldtop behoort, onderscheidt zich door de intensiteit van zijn concerten, de kleurrijke klank en de gedurfde manier waarop het zijn publiek benadert. Het Rotterdams Philharmonisch werd opgericht in 1918.

    di 28 jan Kasper Jansen, NRC Handelsblad

    De nieuwe chef-dirigent Ingo Metzmacher leidt het uitstekend spelende Rotterdams Philharmonisch Orkest. [...] Mooi is het door elkaar lopen van schijn en werkelijkheid, van verleden en heden, van dood en leven. De levende personages worden schimmen, de dode Maria beheerst de scène steeds realistischer. Uiteindelijk is de conclusie dat de enscenering van Mussbach naar bedoelingen en uitwerking zeker niet slecht is en soms interessant en intrigerend. [...] Muzikaal en vocaal is de voorstelling op goed niveau maar geen echte top. Metzmacher bouwt de scène in de raadzaal indrukwekkend op. [...] Verder zijn er prima prestaties van de Poolse bariton Andrzej Dobber als Simon, een aantal ‘echte’ Italianen als Roberto Scandiuzzi (Fiesco) en Marco Vratogna (Paolo) en de zeer Italiaans klinkende Mexicaanse tenor Alfredo Portilla (Gabriele).

    di 28 jan Frits van der Waa, de Volkskrant

    De Duitse regisseur Peter Mussbach [...] brengt het drama terug tot de kern. Aan de 14de eeuw, mannetjesmakerij of modieuze actualiseringen heeft hij geen boodschap; het gaat hem om wat zich in het innerlijk van de personages afspeelt, speciaal in dat van Boccanegra. De kaalheid van zijn enscenering is extreem, maar heeft zijn pendant in de muziek van Verdi, die naarmate ze intenser wordt verder uitgekleed raakt, tot er bij vlagen alleen maar eenstemmige lijnen overblijven. [...] Mussbachs benadering betaalt zich echter terug [...]. In de tweede en de derde akte komen de ledenpoppen tot leven, krijgen de scheidswandjes psychologische betekenis, en wordt duidelijk dat Boccanegra zijn teruggevonden dochter vereenzelvigt met zijn verloren geliefde. Het is scherp gezien, en bereikt een aangrijpend hoogtepunt met de gestileerde sterfscène, waarin Boccanegra Maria’s geestverschijning volgt naar gene zijde: de dood als afscheid, maar ook als troostrijke verlossing.

    di 28 jan Eddi Vetter, de Telegraaf

    De zangersbezetting is overigens sterk genoeg. Andrzej Dobber (Boccanegra) is een Verdi-bariton in de dop. Het kan allemaal wat dieper en rijker in kleur en nance, maar zangers van dit kaliber zijn schaars geworden. Naast hem is Roberto Scandiuzzi een imposante Fiesco, een echte ‘basso profondo’. Angela Marambio (Amelia) mist het engelachtige in haar stem, maar roept wel emoties op met haar intense overgave.