De Nationale Opera presenteert

Così fan tutte Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791)

Deze productie was te zien in maart 2009

Così fan tutte

Wolfgang Amadeus Mozart
Dramma giocoso in due atti, KV 588
Libretto van Lorenzo da Ponte
Wereldpremière 26 januari 1790, National-Hoftheater, Wenen

 

Deze productie

Reprise uit 2006/07
Première 5 maart 2009

Over de opera

Così fan tutte is een intiem, liefdespsychologisch kamerspel in de traditie van de Franse komedieschrijver Marivaux. Het is tevens het enige libretto van Da Ponte voor Mozart waarbij hij niet van een bestaande tekst is uitgegaan. Als men de 'onwaarschijnlijke' premisse accepteert dat de beide verliefde meisjes Fiordiligi en Dorabella niet in de gaten hebben dat het hun eigen verloofden zijn die hen, vermomd als Albaniërs, het hof maken om hun trouw op de proef te stellen, ontvouwt de hele geschiedenis zich psychologisch gezien volkomen consistent. Omdat de zusters niet in hun vertrouwde omgeving zijn, is het houvast van het alledaagse leven weggenomen, en in plaats daarvan heersen de wetten van een vakantieoord... Maar ditmaal zal het afscheid van de grote vakantie tevens het afscheid van de jeugd betekenen.

Het verhaal

I
Don Alfonso daagt de jonge officieren Guglielmo en Ferrando uit tot een weddenschap over de trouw van hun verloofdes, de zusters Fiordiligi en Dorabella. De twee mannen doen alsof ze naar het slagveld gaan maar komen weldra terug in vermomming. Guglielmo probeert Dorabella te verleiden en Ferrando Fiordiligi, aanvankelijk zonder succes. Door het innemen van gif voor te wenden raken Guglielmo en Ferrando bij de dames een gevoelige snaar. Verkleed als arts weet het kamermeisje Despina (dat ook in het complot zit) hen te 'genezen'.

II
Despina moedigt de zusters aan om op de avances van de twee vreemdelingen in te gaan. Ferrando gaat wandelen met Fiordiligi en Guglielmo met Dorabella, waarbij Dorabella haar aanbidder een aandenken geeft. Fiordiligi lijkt standvastiger maar bezwijkt uiteindelijk voor de charmes van Ferrando: Don Alfonso heeft de weddenschap gewonnen! In aanwezigheid van een 'notaris' (alweer Despina) ondertekenen de dames alvast een huwelijkscontract. Tromgeroffel kondigt de plotselinge terugkeer van de twee officieren aan; de vreemdelingen verstoppen zich snel en komen als Guglielmo en Ferrrando weer tevoorschijn. Don Alfonso laat het huwelijkscontract zien, waardoor Fiordiligi en Dorabella in grote verlegenheid worden gebracht. Maar nadat Don Alfonso heeft bekend achter het bedrog te zitten, verzoenen de beide paren zich.

Team, Cast en Koor

Muzikale leiding 
Gérard Korsten
Regie en dramaturgie 
Jossi Wieler
Sergio Morabito
Decor 
Barbara Ehnes
Kostuums 
Anja Rabes
Licht 
David Finn
Orkest 
Nederlands Kamerorkest
Continuo 
Martin Kaai,j gitaar
Koor 
Koor van De Nederlandse Opera
Instudering koor 
Martin Wright
Fiordiligi 
Virginia Tola
Dorabella 
Marina Comparato
Guglielmo 
Luca Pisaroni
Ferrando 
Norman Shankle
Despina 
Ingela Bohlin
Don Alfonso 
Garry Magee

Nederlands Kamerorkest

Het Nederlands Philharmonisch Orkest | Nederlands Kamerorkest behoort als vaste orkestpartner van De Nationale Opera tot de beste Europese operaorkesten. Marc Albrecht is sinds 2011 chef-dirigent van het NedPhO|NKO en van De Nationale Opera.

Het NedPhO|NKO presenteert zich nationaal en internationaal ook in een gevarieerde concertprogrammering. Thuiszaal is Het Koninklijk Concertgebouw. Het orkest verbindt artistieke excellentie met gastvrijheid voor een breed publiek en neemt verantwoordelijkheid voor de toekomst met omvangrijke programma’s voor educatie en talentontwikkeling. Klassieke muziek wordt zo bereikbaar voor iedereen.

 

MET STEUN VAN:

    do 23 jan Kasper Jansen, NRC Handelsblad

    ‘Deze op vele punten niet traditionele Così fan tutte speelt zich af in een jeugdherberg anno 1960 op een draaitoneel. Schrootjes, stapelbedden, kussengevechten, een Hawaii-feest en recitatieven die niet door een klavecinist worden begeleid maar door de pre-hippie gitarist Martin Kaaij. Mozarts muziek kan ook klinken via een lp op een krakkemikkige platenspeler. […] De mannenrollen worden goed gezongen door dezelfde zangers als de vorige keer: Luca Pisaroni (Guglielmo), Norman Shankle (Ferrando) en Garry Magee (Don Alfonso). […] De vrouwenrollen zijn nieuw bezet. Ingela Bohlin is een heel aardige Despina, maar kan de temperamentvollere Danielle Deniese niet doen vergeten. Marina Comparato is een goede Dorabella. De hoogtepunten van de voorstelling zijn Fiordiligi’s aria’s Come scoglio en Per pietà, uitstekend gezongen door de Argentijnse Virginia Tola.’

    do 23 jan Jordi Kooiman, Place de l’Opera

    ‘Ondanks dat Wieler en Morabito het verhaal enkele eeuwen later dan bedoeld laten afspelen, weten ze de verschillende karakters haarfijn neer te zetten. Wie de personages zijn en hoe ze daarom moeten handelen, is nauwkeurig uitgedacht en wordt ook zeer nauwkeurig uitgevoerd. […] Door het draaibare decor wordt er vlot tussen scènes geschakeld, wat het verhaal van een grote vaart voorziet. De constante daarin is Martin Kaaij, die als reiziger voortdurend op het toneel rondhangt en met zijn gitaar de recitatieven begeleidt. Hem het continuo laten vervangen, is een hele sterke zet; het past precies in de hippie-sfeer van de enscenering. […] De cast is geknipt voor dit regieconcept. Dat het hier om jongvolwassenen gaat, die voetje voor voetje de werkelijkheid achter hun idealistische voorstelling van zaken tevoorschijn zien komen, wordt heel geloofwaardig door hen neergezet. Uitblinker is zonder meer Luca Pisaroni als Guglielmo; een geweldig acteertalent.’

    do 23 jan Roland de Beer, De Volkskrant

    ‘Mozart aan de Amstel: de aanwinst van De Nederlandse Opera is ditmaal geen sopraan of maankraterkarretje, maar een 48-jarige dirigent. Hij heet Gérard Korsten, is zoon van een Zuid-Afrikaanse operatenor, was concertmeester in Salzburg, dirigeerde opera in Cagliari, Lyon, Glyndebourne en Milaan, en staat nu Così fan tutte tot een muzikaal succesnummer te maken alsof dat bij De Nederlandse Opera de gewoonste zaak van de wereld is. […] Korsten maakt veel werk van Mozarts geniale accompagnati […]. Hij doorziet omslagmomenten in aria’s als die van de voor haar liefde bezwijkende Fiordiligi, hij snapt het 18de-eeuwse o-lala van serenade-achtige tussenspelen, en weet over te schakelen van het prieeltje naar snelle actie. […] Dat prieeltje is in de oneindig subtiele regie van Jossi Wieler nog steeds een jeugdherberg op draaischijf […] De verbluffende Fiordiligi van de vorige keer, Sally Matthews, maakte plaats voor een minder verbluffend maar wel opmerkelijk talent uit Argentinië, Virginia Tola. Leuk blijft de pluizige backpacker (Martin Kaaij) die op zijn gitaar recitatiefakkoorden tokkelt.’