De Nationale Opera presenteert

Die Fledermaus Johann Strauss (1825-1899)

Deze productie was te zien in november 2008

Die Fledermaus

Johan Strauss jr.
Komische Operette in drei Akten
Libretto van Carl Haffner en Richard Genée, naar 'Le réveillon' van Henri Meilhac en Ludovic Halévy
Wereldpremière 5 april 1874, Theater an der Wien, Wenen

 

Deze productie

Reprise uit 1986/87, 1990/91 en 1994/95
Première 29 november 2008

Over de opera

Alle personages in deze beroemdste van alle operettes zijn zetstukken in de intrige die iemand op touw zet om zich te wreken voor de vernedering waaraan hij ooit door een vriend is blootgesteld. Maar terwijl toch van een operette verwacht mag worden dat ze de wereld een (lach)spiegel voorhoudt, viel Die Fledermaus de Weners wat al te rauw op het dak. Al waren de walsen en polka’s van Johann Strauss zeer in trek en werden ze overal gespeeld, de ontvangst van dit werk was toch uitermate koel. De Weners vonden de confrontatie met de sprankelend verpakte maar daardoor niet minder herkenbare morbide moraal maar moeilijk te verteren. Dit werk, waarin Strauss met bijna schaamteloos plezier de ene muzikale vondst op de andere stapelt, wordt bevolkt door een bonte verscheidenheid van personages, die met onmiskenbare ironie worden gekarakteriseerd.

Het verhaal

Door een practical joke van zijn vriend Eisenstein moest Falke ooit op klaarlichte dag als vleermuis verkleed over straat lopen. Sindsdien noemt men hem 'Dr. Vleermuis'. Hij zint nog steeds op wraak. Als prins Orlofsky Falke de vrijheid geeft op een groot feest een aantal gasten uit te nodigen, besluit deze Eisenstein in een val te lokken. Eisenstein moet diezelfde avond eigenlijk beginnen met het uitzitten van een gevangenisstraf wegens belediging van een ambtenaar in functie.

I
De tenor Alfred brengt een serenade aan Rosalinde, Eisensteins echtgenote. Intussen leest het dienstmeisje Adele een brief van haar zuster Ida, die haar uitnodigt voor het feest bij Orlofsky. Alfred weet het huis binnen te sluipen, maar moet zich verstoppen als Eisenstein thuiskomt, kibbelend met zijn advocaat, Dr. Blind. Eisenstein zet zich aan een uitgebreid afscheidssouper, als hij bezoek krijgt van Falke, die hem – als Rosalinde even weg is – uitnodigt voor het feest bij Orlofsky. Daarna kan hij zich alsnog melden bij de gevangenis! Opgewekt verlaat Eisenstein in avondkleding het huis, tot verbazing van Rosalinde. Deze geeft Adele vrijaf en nodigt Alfred uit voor het souper. De gevangenisdirecteur Frank komt Eisenstein persoonlijk ophalen; Alfred laat zich door Rosalinde zover krijgen dat hij zich als Eisenstein voordoet en zich laat arresteren.

II
Op het feest treft Adele haar zuster Ida aan, die haar helemaal geen uitnodiging gestuurd heeft. Ze besluiten de grap mee te spelen en Adele doet zich voor als een actrice, 'Olga'. Falke stelt aan Orlofsky de spelers in een kleine komedie voor: 'Olga', 'Marquis Renard' (Eisenstein) en 'Chevalier Chagrin' (Frank). Eisenstein is erg onder de indruk van een mysterieuze Hongaarse gravin, niet wetende dat dit Rosalinde is, die ook door Falke werd uitgenodigd. Zij is erg verbaasd haar man aan te treffen. Wanneer hij haar het hof maakt, ontfutselt ze hem zijn horloge. Op het hoogtepunt van het feest worden Eisenstein en Frank door het slaan van de klok eraan herinnerd dat ze in de gevangenis worden verwacht.

III
De cipier Frosch heeft veel last van het zingen van Alfred, die in Eisensteins plaats zit opgesloten. Na de terugkomst van Frank, die zeer aangeschoten is, maken Adele en Ida hun opwachting bij 'Chevalier Chagrin', in de hoop dat deze 'Olga' kan helpen bij haar carrière. Als Eisenstein aanbelt, brengt Frosch de dames even onder in een cel. Frank onthult Eisenstein zijn eigen identiteit, maar weigert te geloven dat 'Marquis Renard' Eisenstein is: die had hij immers zelf in zijn huis gearresteerd! Rosalinde heeft Blind ontboden om Alfred vrij te krijgen. Als zij zelf verschijnt, weet Eisenstein de pruik en toga van de advocaat te bemachtigen. Hij probeert Rosalinde en Alfred uit te horen, maar als hij boos wordt en zijn vermomming afwerpt, laat Rosalinde hem zijn horloge zien. Falke, Orlofsky en andere gasten komen binnen. Nu staat Eisenstein voor gek en Falkes wraak is zoet.

Team, Cast en Koor

Muzikale leiding 
Friedrich Haider
Regie 
Johannes Schaaf
Decor 
Andreas Reinhardt
Kostuums 
Peter Pabst
Licht 
Franz Peter David
Choreografie 
Bambi Uden
Orkest 
Nederlands Philharmonisch Orkest
Koor 
Koor van De Nederlandse Opera
Instudering koor 
Brian Fieldhouse
Martin Wright
Gabriel von Eisenstein 
Albert Bonnema
Rosalinde 
Brigitte Hahn
Frank 
Klemens Slowioczek
Prinz Orlofsky 
Maria Riccarda Wesseling
Alfred 
Kurt Streit
Dr. Falke 
Markus Eiche
Dr. Blind 
Andreas Jäggi
Adele 
Valentina Farcas /
Nathalie Karl
Ida 
Corinne Romijn
Frosch 
Paul Haenen
Ali Bey 
Edwin Rutten
Iwan 
Creso Filho
Melanie 
Vesna Miletic
Faustine 
Janine Scheepers
Feliciti 
Maartje de Lint
Minni 
Tineke Mulder
Sidi 
Hiroko Mogaki
Hermine 
Bernadette Bouthoorn
Natalie 
Oleksandra Lenyshyn
Sabine 
Fang Fang Kong
Silvia 
Tomoko Makuuchi
Murray 
Jan Polak
Caraconi 
Richard Prada
Ramusin 
Cato Fordham
Ein Gast 
John van Halteren

Nederlands Philharmonisch Orkest

Het Nederlands Philharmonisch Orkest | Nederlands Kamerorkest behoort als vaste orkestpartner van De Nationale Opera tot de beste Europese operaorkesten. Marc Albrecht is sinds 2011 chef-dirigent van het NedPhO|NKO en van De Nationale Opera. Hij leidde onder meer spraakmakende producties van Die Frau ohne Schatten, Schatzgräber, Elektra en Die Meistersinger. Het orkest boekte ook een groot succes met de integrale uitvoering van Der Ring des Nibelungen onder leiding van Hartmut Haenchen.

Het NedPhO|NKO presenteert zich nationaal en internationaal ook in een gevarieerde concertprogrammering. Thuiszaal is Het Koninklijk Concertgebouw. Het orkest verbindt artistieke excellentie met gastvrijheid voor een breed publiek en neemt verantwoordelijkheid voor de toekomst met omvangrijke programma’s voor educatie en talentontwikkeling. Klassieke muziek wordt zo bereikbaar voor iedereen.

    do 23 jan Frits van der Waa, De Volkskrant

    ‘In het eerste gedeelte is nog sprake van een klucht, zij het een flauwe, waarin veel heen en weer wordt gelopen in een fraai opengewerkt herenhuis. Die komische scènes worden afgewisseld met lustig gezang, dat door dirigent Friedrich Haider en het Nederlands Philharmonisch Orkest met veel zwier op de been wordt gehouden. De minnaar (Kurt Streit) en de echtgenote (Brigitte Hahn) hebben fraaie stemmen, en het kamermeisje (Valentina Farcas) gilt in de gesproken gedeeltes weliswaar afschuwelijk, maar is in haar gezongen bijdragen allercharmantst. […] De muziek van Strauss is intussen kostelijk. Er passeren leuke liedjes, er is een mooi balletje, maar dat alles is erg dun uitgesmeerd.’

    do 23 jan Peter van der Lint, Trouw

    ‘De verveelde steenrijke prins Orlofsky werd hier voor het eerst godzijdank niet door een jongenssopraan gezongen, maar door een mezzosopraan in travestie zoals Strauss het bedoelde. En gelukkig bracht Maria Riccarda Wesseling met haar lenige en expressieve stem hiermee enig vocaal soelaas op deze avond. En verder was daar Paul Haenen, die van de meestal oervervelende spreekrol van cipier Frosch een klein feestje maakte. Haenen deed dat op zijn geheel eigen manier met goeie grappen en geholpen door zijn alter ego’s dominee Gremdaat, Bob Guttering en Emmy Kapoek.’

    do 23 jan Mischa Spel, NRC Handelsblad

    ‘Muzikaal slaagt deze Fledermaus er beter in buiten de gevarenzones te blijven dan theatraal. […] De zangers zijn allen goed getypecast, met Kurt Streit als aalgladde, zoetgevooisde zangleraar Alfred, Brigitte Hahn als kloeke Rosalinde en Albert Bonnema als wat belegen Eisenstein. […] Opmerkelijk is de Nederlandse mezzo Maria Riccarda Wesseling, die Prinz Orlofsky gestalte geeft met robuust geluid en griezelig geloofwaardige verveelde-rijkeluiswaanzin. Waar deze Fledermaus soms, even, vleugels krijgt, komt dat vooral door het Ned. Philharmonisch Orkest en het timinggevoel van dirigent Friedrich Haider, die met vertragingen en accenten exact weet hoe hij Strauss kan doen borrelen. De spreekrol van cipier Frosch is doorgaans een achilleshiel, maar wordt door Paul Haenen opgetild tot het leukste onderdeel van de voorstelling. Haenen wekt met zijn meligheden over Obama, ‘de crisis’ en het menselijk tekort niet alleen deze productie, maar ook de authentieke, scherpe kantjes van het operettegenre weer tot leven.’