De Nationale Opera presenteert

I puritani Vincenzo Bellini (1801-1835)

Deze productie was te zien in februari 2009

I puritani

Vincenzo Bellini
Melodramma serio in tre parti
Libretto van Carlo Pepoli
Wereldpremière 25 januari 1835, Théâtre des Italiens, Parijs

 

Deze productie

Nieuwe productie
Première 4 februari 2009
Coproductie met Grand Théâtre de Genève en Greek National Opera, Athene
 

Over de opera

Bellini’s laatste opera wordt gekenmerkt door bijzonder kleurrijke tegenstellingen, die variëren van de meest virtuoze vocale acrobatiek tot uiterst melancholieke melos. Het stuk sluit aan bij de destijds heersende Walter-Scott-mode. Emotioneel bepaalde en bij de waanzin van de hoofdfiguur Elvira horende coloraturen contrasteren met een welhaast militante onwankelbaarheid, die past bij de puriteinse ernst. Tegen de historische achtergrond van de tegen het katholicisme strijdende puriteinen ontwikkelt zich een driehoeksverhouding, waarbij Elvira wegens de vermeende ontrouw van haar geliefde Arturo waanzinnig wordt, maar uiteindelijk door toedoen van diens rivaal Riccardo kan worden gered. Elvira’s geestelijke verwarring voltrekt zich niet psychologisch rechtlijnig maar veeleer sprongsgewijs, overeenkomstig de toenmalige politieke ontwikkelingen. Met deze partituur, Bellini’s meest geraffineerde, laat de componist zich kennen als een voorloper van Verdi.

Het verhaal

I
Engeland, tijdens de burgeroorlog tussen de (puriteinse) aanhangers van Cromwell en die van het huis Stuart. De militairen in Plymouth zijn vol strijdlust, overtuigd dat God aan hun kant staat. In het kasteel wordt het huwelijk tussen Elvira (dochter van Gualtiero Valton, gouverneur van het fort) en Arturo Talbo (sympathisant van de Stuarts) voorbereid, tot verdriet van kolonel Riccardo Forth, die zelf op haar verliefd is. Elvira vreest dat ze met Riccardo moet trouwen, maar haar oom, Giorgio, stelt haar gerust: dankzij zijn bemiddeling stemde Elvira's vader in met haar keuze voor Arturo. De bruidegom maakt weldra zijn opwachting. Valton kan niet blijven: hij moet een gearresteerde spionne naar Londen brengen voor haar proces. Als Arturo onder vier ogen met de onbekende dame spreekt, vertelt deze dat ze koningin Henriette Maria (Enrichetta di Francia) is, de weduwe van de onthoofde Stuart Karel I. Zij vreest dat ze ten dode is opgeschreven, maar Arturo belooft haar te redden. Elvira plaatst haar bruidssluier op Enrichetta's hoofd om te zien hoe die staat. Ze trekt zich even terug en Arturo bedenkt dat Enrichetta de sluier moet gebruiken om met zijn hulp te ontsnappen. De jaloerse Riccardo daagt Arturo uit tot een duel, dat wordt onderbroken door Enrichetta. Als Riccardo ziet dat zij het is en niet Elvira, spoort hij beiden aan snel het fort te verlaten. De anderen zijn verbijsterd als de bruidegom verdwenen blijkt te zijn; Elvira verliest haar verstand.

II
Arturo is bij verstek ter dood veroordeeld en er is een opsporingsbevel voor hem uitgegaan. Elvira is nog steeds waanzinnig en denkt zijn stem te horen. Ze troost Giorgio en Riccardo, die hun tranen niet kunnen bedwingen als ze zien hoe zij eraan toe is. Giorgio overtuigt Riccardo ervan dat Arturo als het enigszins kan gespaard moet worden, aangezien zijn dood die van Elvira zou betekenen. Maar mocht hij met de troepen van de Stuarts het fort aanvallen, dan moet hij sterven.

III
Tijdens een storm is Arturo aan zijn achtervolgers ontsnapt. Vlak bij Elvira's vertrekken hoort hij haar een lied zingen dat ze van hem had geleerd. Hij zingt door wanneer zij stopt met zingen. Intussen wordt er naar hem gezocht. Elvira komt op zijn stem af en herkent Arturo, waardoor zij plotseling haar verstand terugkrijgt. Ze bezingen hun liefde. Arturo legt uit waarom hij er met Enrichetta vandoor was gegaan. Als Elvira schrikt van tromgeroffel, wordt haar geest weer verduisterd; ze roept om hulp en Arturo wordt gearresteerd. Riccardo veroordeelt hem nogmaals ter dood. Maar voordat Arturo wordt geëxecuteerd, meldt een heraut namens Cromwell dat de Stuarts verslagen zijn en dat er een algehele amnestie is afgekondigd.

Team, Cast en Koor

Muzikale leiding 
Giuliano Carella
Regie 
Francisco Negrin
Decor 
Es Devlin
Kostuums 
Louis Désiré
Licht 
Bruno Poet
Koor 
Koor van De Nederlandse Opera
Instudering koor 
Martin Wright
Orkest 
Nederlands Philharmonisch Orkest
Lord Gualtiero Valton 
Daniel Borowski
Sir Giorgio 
Riccardo Zanellato
Lord Arturo Talbo 
John Osborn /
Shalva Mukeria
Sir Riccardo Forth 
Scott Hendricks
Sir Bruno Roberton 
Gregorio Gonzalez
Enrichetta di Francia 
Fredrika Brillembourg
Elvira 
Mariola Cantarero

Nederlands Philharmonisch Orkest

Het Nederlands Philharmonisch Orkest | Nederlands Kamerorkest behoort als vaste orkestpartner van De Nationale Opera tot de beste Europese operaorkesten. Marc Albrecht is sinds 2011 chef-dirigent van het NedPhO|NKO en van De Nationale Opera. Hij leidde onder meer spraakmakende producties van Die Frau ohne Schatten, Schatzgräber, Elektra en Die Meistersinger. Het orkest boekte ook een groot succes met de integrale uitvoering van Der Ring des Nibelungen onder leiding van Hartmut Haenchen.

Het NedPhO|NKO presenteert zich nationaal en internationaal ook in een gevarieerde concertprogrammering. Thuiszaal is Het Koninklijk Concertgebouw. Het orkest verbindt artistieke excellentie met gastvrijheid voor een breed publiek en neemt verantwoordelijkheid voor de toekomst met omvangrijke programma’s voor educatie en talentontwikkeling. Klassieke muziek wordt zo bereikbaar voor iedereen.

    do 23 jan Erik Voermans, Het Parool

    ‘Kort en goed: Negrin maakt van I puritani wat er scenisch van I puritani te maken valt. Zelfs het postmoderne ironische accent in de vorm van een klassieke sterfscène ontbreekt niet. […] Voor de rol van Arturo is een bijzondere zanger nodig, en in de persoon van schitterende Amerikaanse tenor John Osborn is die aanwezig. Wat een genot om deze man te horen zingen. De Spaanse sopraan Mariola Cantarero moet hard werken om van haar rol een succes te maken. Haar wat schelle, dunne klank is niet altijd een lust voor het oor. De overige rollen zijn min of meer bevredigend bezet. Het Nederlands Philharmonisch Orkest speelt onder dirigent Giuliano Carella als een geoliede machine.’

    do 23 jan Kasper Jansen, NRC Handelsblad

    ‘Francisco Negrin doet […] dezelfde ingreep als de Roemeense regisseur Andrej Serban in 1984: Riccardo doodt tóch Arturo. De opgewekte tekst en de treurige visuele handeling staan dan haaks op elkaar. Negrin lost dat beter op dan Serban destijds: de vermeende goede afloop is gewoon het zoveelste waanidee van Elvira. De enscenering is Italiaans van karakter met traditionele kostumering en een modern ‘roestvrijstalen’ decor dat spectaculair werkt. De opera ziet eruit als een stripverhaal dankzij een bijna eindeloze opeenvolging van nieuwe decordelen, alsof ze vanaf de Amstel het Amsterdamse Muziektheater worden binnengeschoven. Ze zijn voorzien van braillenoppen, omdat iedereen verblind is. […] De Amerikaanse tenor John Osborn (Arturo) was bij de première lange tijd de beste zanger. […] Cantarero was op haar best en aandoenlijkst in de tweede acte, waarin ze als een psychiatrisch geval wordt ontleed in een medische collegezaal. […] De Amerikaanse mezzosopraan Fredrika Brillembourg was prachtig in de kleine rol van Enrichetta.’

    do 23 jan Jordi Kooiman, Place de l’Opera

    ‘De Amerikaanse tenor [John Osborn] was simpelweg indrukwekkend. Ondanks de letterlijk hoge eisen die de rol van Arturo aan een tenor stelt, klonk hij soepel, makkelijk, vast en zeker. En meer nog, hij verklankte de woorden en gevoelens van het eenvoudige libretto zeer precies. In het ensemble ‘Credeasi misera’ kreeg zijn intense liefde voor Elvira de beste expressie. Liggend op zijn zij en wankelend over het podium wist Osborn op formidabele wijze de zware melodieën te trotseren. Zelfs de hoge f – jazeker, die zat in zijn strot – klonk alsof hij erop neerkeek. Toen Osborn na afloop applaus en gejuich kwam oogsten op het toneel, was hij zichtbaar uitgelaten; blijkbaar dik tevreden met hoe de première was verlopen. En terecht. Het Muziektheater mocht getuige zijn van één van de grotere tenoren van deze tijd. Osborn zong tegen de achtergrond van een intrigerend en toepasselijk decor, gemaakt door Es Devlin onder regie van Francisco Negrin: benauwende, met braille gedecoreerde grijze muren die voortdurend het gevoel gaven van beknotting. Tezamen met de sobere kostuums, waaronder veel toga’s, zette Negrin zo treffend de strikte, van frisse lucht verstoken puriteinse atmosfeer neer. Het acteer- en zangspel van het zoals altijd sterke koor van De Nederlandse Opera werkte die sfeer verder uit. Het Nederlands Philharmonisch Orkest begeleidde daarbij op bekoorlijke wijze.’