De Nationale Opera presenteert

Altre Stelle

Deze productie was te zien in mei 2010

Altre Stelle

Anna Caterina Antonacci
Wereldpremière 7 december 2008, Grand Théâtre de Luxembourg

 

DEZE PRODUCTIE

Première 12 mei 2010
Nieuwe productie voor Amsterdam
Gastvoorstellingen gepresenteerd door Het Muziektheater Amsterdam i.s.m. De Nederlandse Opera
Uitvoerend producent Instant Pluriel
Coproductie met Grand Théâtre de Luxembourg, Opéra de Dijon, Théâtre de Nimes, Grand Théâtre de Provence, Palazetto Bru Zane - Centre de musique romantique française, Instant Pluriel
I.s.m. Théâtre de Caen en Opéra de Lille

Achtergrond

De componisten van de romantiek waren gefascineerd door de heldinnen uit de mythologie, die zij in tal van opera’s, liederen, dramatische scènes tot nieuwe heldinnen transformeerden. Hun tragische lot, dat zo vaak met de dood eindigde, inspireerde ook regisseuse Juliette Deschamps en een operaheldin uit onze eigen tijd: Anna Caterina Antonacci. Er moest een nieuwe vorm in het leven worden geroepen, die noch recital, noch concert wil zijn. Een verbeelding van wezenlijke momenten, waarin verschillende vrouwen aan de rand van hun bestaan worden getoond, die hen in hun extreme emoties met elkaar verenigt en hen toch ook hun individualiteit laat behouden. Het zijn minnaressen en tovenaressen, die zich zowel sentimenteel als wreed betonen en zich soms ook als moordenares ontpoppen. Want dat was iets wat publiek en kunstenaars van rond 1800 al evenzeer fascineerde als vandaag de dag: de lyriek van het destructieve.

Team, Cast en Koor

Muzikale leiding 
François-Xavier Roth
Regie 
Juliette Deschamps
Decor 
Nelson Wilmotte
Kostuums 
Macha Makeïeff
Licht 
Joël Hourbeigt
Orkest 
Les Siècles
Sopraan 
Anna Caterina Antonacci
Kinderen 
Léonore Bonnin,
Ivan Dhédin

Het verhaal


Twee kleine jongens zitten in een donkere en verlaten paleiszaal stilletjes te spelen. Er wordt gewacht op een held, een man. Een gevoel van intens verdriet is nagenoeg tastbaar. Vanuit de verte nadert een vrouw. Zorgzaam loopt zij op de kinderen af en begint een wiegeliedje te zingen over de arme Ophelia die bij het plukken van wilde bloemen in het water viel en verdronk. Als de kinderen slapen, wordt ze overmand door verdriet. Waarom zoekt de man zijn lot altijd elders? En waarom wil de vrouw telkens weer zijn motieven doorgronden, waardoor haar gelaat net zo getekend raakt als het zijne als hij uiteindelijk terugkeert? Deze vragen stelt de vrouw zich in elk van haar gedaantes. En het is de liefde die haar wil en emotie beweegt. De liefde die de zon en andere sterren drijft.

II
In het donkere paleis dringt een lichtstraal naar binnen. Het is een straal van hoop, die de kinderen een kans lijkt te bieden op ontsnapping aan hun noodlot. Dan verschijnt echter de door verdriet tot waanzin gedreven vrouw in de deuropening en maakt vluchten onmogelijk. Verscheurd door de liefde die zij voelt voor haar kinderen en de wraakgevoelens jegens de geliefde die zij verloor aan een ander, zint zij op wraak. De kinderen weten op veilige afstand te blijven. Plotseling steekt er een storm op die alles bedekt met een dikke laag sneeuw. Vertwijfeld zoekt de vrouw haar kinderen, maar vindt alleen hun kleren die zij in een met krijt getekende cirkel legt als voor een altaar. De waanzin maakt de vrouw tot een gebroken wezen en hoe onomkeerbaar lijkt het lot als zij zich vol smart voorbereidt op de dood? Ze breekt een glas en snijdt zich in de arm. Alle hoop het lot te kunnen veranderen is verloren. Langzaam zakt de stervende vrouw ter aarde, buiten sneeuwt het zachtjes. Het paleis is leeg en stilletjes komen de kinderen weer tevoorschijn. Zij pakken een boek waaruit de vrouw hen eerder had voorgelezen. Op het moment dat zij het aanraken, horen zij een engelachtige stem van boven en klinkt het liedje over Ophelia.

    do 23 jan Bela Luttmer, De Volkskrant

    ‘Anna Caterina Antonacci verandert in haar nieuwe voorstelling van moeder in moordenares en van geliefde in wreekster, maar voor alles blijft ze wie ze is: een veelbejubelde stersopraan. Rond haar beeldschone verschijning heeft ze met regisseur Juliette Deschamps een voorstelling gemaakt die net zo makkelijk weghapt als een videoclip en er even gelikt uitziet. Altre stelle heet de productie, verwijzend naar het slot van Dantes Divina Commedia […] Het is een mooi suggestieve titel die diepzinnigheid suggereert. Met operapassages uit La mort d’Ophélie en Les Troyens (Berlioz), Armide (Gluck) en Medée (Cherubini) wordt die indruk versterkt. Na de productie Era la notte, uit 2007, willen Antonacci en Deschamps hun succesformule voortzetten. Opnieuw hebben ze een collage gemaakt, nu van aria’s, instrumentale passages en gesproken teksten van de Arabische dichteres Andrée Chedid, rond een niet nader gedefinieerde tragische heldin. In een strak zwart decor voltrekt zich een wonderbaarlijke transformatie. Antonacci stapt, de regenjas nog aan, het podium op en leest haar twee kinderen voor. Een scène of drie en evenveel fraaie robes later blijkt dat ze diezelfde kinderen net zo gemakkelijk om zeep helpt. De muzikale opbouw is daarbij heel wat logischer dan het hyperesthetische plaatje suggereert. […] In de bak toveren François-Xavier Roth en zijn orkest Les Siècles met de fijnste kleurschakeringen. Toch wil de voorstelling maar niet spannend worden. De personenregie strompelt voort en, erger nog, de zangstem van Antonacci heeft even weinig expressie als het decor. […] Gelukkig zijn er een droom van een hobosolo en de solo die de fluitist van Les siècles speelt in Glucks Dans van de zalige geesten.’

    do 23 jan Anthony Fiumara, Trouw

    ‘Je zou verwachten dat zo’n gedramatiseerd recital een verheviging van die wanhoops-, wraak- en zelfmoordaria’s van de heldinnen uit opera’s van Gluck, Cherubini, Rameau en Berlioz te weeg zou brengen. Maar ‘Altre Stelle’ was eigenlijk gewoon saai. Aan de muziek lag het niet, hoewel je je kon afvragen of zoveel verscheurdheid achter elkaar niet te nivellerend werkte. Het jonge Franse orkest Les Siècles onder leiding van François-Xavier Roth speelde in ieder geval nogal bleekjes op de oude instrumenten […] Die braafheid hielp Antonacci niet haar personages vlammend over het voetlicht te brengen. Terwijl ze normaal gesproken echt opwindend en warmbloedig kan zingen. Het aangrijpendst was ze woensdag in het halfvolle Amsterdamse Muziektheater in de Didon-aria ‘Je vais mourir’ uit ‘Les Troyens’ van Berlioz, en in ‘Cruelle mère des amours’ van Rameau (uit Hippolyte et Aricie’).’

    do 23 jan Erik Voermans, Het Parool

    ‘Anna Caterina Antonacci […] beweegt zo gracieus over het podium dat je misschien alleen al daarom een kaartje zou moeten kopen. Altre Stelle is haar tweede solovoorstelling, waarmee ze langs de operahuizen en -huisjes van Europa toert. […] Anna Caterina Antonacci is een zangeres in de menopauze. In een interview dat Het Parool eind april, na een voorstelling van Altre Stelle in Frankrijk, met haar mocht afnemen, zei ze het zelf zo: ‘Mijn stem is op dit moment een wild dier en het is elke avond weer de vraag of ik het kan temmen.’ Die stem is trouwens bijzonder. Er zit een unieke purperenmetaalachtige glans op met een groot dramatisch potentieel. Maar woensdagavond, bij de premièrevoorstelling van Altre Stelle, kwam dat in hooguit twee aria’s werkelijk tot uiting, beide uit Glucks Armide. En dat was te weinig. Was ze fantastisch bij stem geweest, dan had het niemand kunnen schelen dat de enscenering per saldo weinig toevoegde en nogal naïef en knullig oogde. Wel goed was het orkest in de bak, Les Siècles onder leiding van François-Xavier Roth, dat bij wijze van ouverture opende met het Andante uit Etienne Méhuls Tweede symfonie. Schitterende Franse barokmuziek, die je zelden of nooit hoort.’