De Nationale Opera presenteert

A Dog’s Heart Alexander Raskatov (1953-)

Deze productie was te zien in juni 2010

A Dog’s Heart

Alexander Raskatov
Opera in twee akten en een epiloog 
Libretto van Cesare Mazzonis naar Michail Boelgakov
Wereldpremière 7 juni 2010, Het Muziektheater, Amsterdam
Productie in samenwerking met Complicite, Londen
Voorstellingen in het kader van het Holland Festival

Over de opera

Gezien zijn belangstelling voor vocale muziek was het slechts een kwestie van afwachten wanneer de Russische avantgardist Alexander Raskatov met zijn eerste opera op de proppen zou komen. Met de keuze van de satirische novelle Hondenhart(1925) van zijn landgenoot Michail Boelgakov lijkt hij direct voort te bouwen op werken als Sjostakovitsj’ De neus en Schnittkes Life with an Idiot. Op fantasievolle wijze en met een emotioneel geladen muzikale taal geeft hij de absurde geschiedenis vorm over de implantatie van een menselijke pijnappelklier in de hersens van een hond, hetgeen leidt tot een volledige vermenselijking van het dier. Een utopie die wel op een catastrofe moet uitdraaien, omdat het gemuteerde dier zich tot een wrede misdadiger ontwikkelt, door wie alle betrokkenen het vrezen leren. Het geheel krijgt tevens het karakter van een politieke allegorie op de postrevolutionaire Russische machtsstructuren.

Het verhaal

I
De chirurg Filip Filipovitsj Preobrasjenski experimenteert met orgaantransplantaties die tot doel hebben zijn patiënten te verjongen. Hij plant bij de straathond Sjarik een menselijke hypofyse in, die van een drankzuchtige crimineel. Het dier ondergaat een metamorfose tot een mensachtig wezen, Sjarikov genaamd. Zijn eerste woorden zijn zeer grof.

II
Het experiment is het gesprek van de dag geworden. Sjarikov wil niets anders dan een gewoon mens te zijn. Als hij echter een vrouw probeert te verkrachten, vindt men dat de schurk moet sterven. De wetenschapper ziet zichzelf in een nachtmerrie ter verantwoording geroepen voor een tribunaal van academici. Sjarikov rent achter katten aan – symbool voor intellectuelen, leden van de oppositie, in tegenstelling tot de academici uit Preobrasjenski's droom, die aanhangers van het (Sovjet-)regime waren. Hoewel Sjarikov een baan krijgt en een normaal mens lijkt, moet hij zijn verloofde toch de waarheid vertellen. Hij voelt zich erg terneergeslagen en gaat weg. Na de entree van de Grote Baas wordt de situatie steeds onhoudbaarder. Preobrasjenski besluit zijn schepping te vernietigen. Als Sjarikov het appartement van de chirurg komt opeisen, wordt hij gegrepen en voor de tweede keer geopereerd.

Epiloog
Sjarik is weer een hond geworden. Zijn laatste menselijke woorden waren: 'Vloeken is verboden!' Het licht gaat langzaam uit en overal verschijnen clones van Sjarikov.

Team, Cast en Koor

Muzikale leiding 
Martyn Brabbins
Regie / Choreografie 
Simon McBurney
Decor 
Michael Levine
Kostuums 
Christina Cunningham
Licht 
Paul Anderson
Video 
Finn Ross
Poppen 
Blind Summit Theatre
(Mark Down, Nick Barnes)
Beweging 
Toby Sedgwick
Orkest 
Radio Kamer Filharmonie
Koor 
VocaalLAB Nederland
Artistieke leiding VocaalLAB Nederland 
Romain Bischoff
Instudering koor 
Henry Kelder
Filip Filipovitsj 
Sergei Leiferkus
Bormental 
Ville Rusanen
Sjarikov 
Alexander Kravets
Darja / Onaangename stem Sjarik 
Elena Vassilieva
Zina 
Nancy Allen Lundy
Sjvonder 
Vasily Efimov
Vjasemskaja / Aangename stem Sjarik 
Ivo Posti
Grote Baas 
Jan Alofs
Verloofde van Sjarikov 
Sophie Desmars
Eerste patiënt / Provocateur 
Brian Galliford
Tweede patiënt 
Annett Andriesen
Proletariërs 
Marieke Steenhoek,
Ivo Posti,
Vasily Efimov,
Tiemo Wang
Fjodor / Krantenjongen 
Alexander Egorov
Eerste dronken man / Rechercheur 
Marijn Zwitserlood
Tweede dronken man 
Job Hubatka
Eerste oude dame 
Caroline Cartens
Tweede oude dame 
Ekaterina Levental
Derde oude dame 
Gesa Hoppe
Poppenspeler Sjarikov 
Mark Down
    do 23 jan Kasper Jansen, NRC Handelsblad

    ‘In A Dog’s Heart, het met ovationeel publiek succes onthaalde muziektheatrale hoogtepunt van het Holland Festival, waarschuwt Raskatov voor een beestachtige, immorele samenleving. Aan het slot wordt het huis van Filippovitsj bevolkt door de klonen van de ongemanierde hondmenssoort Sjarikov, die als een meute proleten de wereld gaat veroveren. A Dog’s Heart begint in een sneeuwstorm. Raskatov sluit aan bij het slot van Boris Godoenov, waar het Russische volk doelloos ronddwaalt in het Woud van Kromy. De zielige hond Sjarik wordt door Filippovitsj meegenomen en bij wijze van experiment tot de mens Sjarikov omgebouwd. Sjarikov spreekt (‘Lik me reet’), gedraagt zich als een wanstaltig beest, terroriseert het professorale huishouden en werkt zich in de maatschappij op tot gemeentelijke chef-kattenmepper. Het is een fenomenale rol – zingend en acterend – van Alexander Kravets. De hele cast van 21 zangers is voortreffelijk. Zoals de beroemde bariton Sergej Leiferkus (Filippovitsj), de onwaarschijnlijk hoog zingende Nancy Allen Lundy als de dienster Zina en de sopraan Sophie Desmars, de verloofde van Sjarikov, die een complete coloratuurscène zingt. Raskatov onderstreept de teksten met een verbazingwekkend expressieve collage van stijlcitaten. De Radio Kamer Filharmonie speelt met veel extra musici op tuba, balalaika’s, saxofoons, elektrische gitaren. Mimespelers maken van de hond Sjarik een aandoenlijk levend wezen. De Britse regisseur Simon McBurney weet overdrijving en karikatuur in toom te houden. Hij levert in een ingenieus decor met filmbeelden in Russische jarentwintigstijl een overtuigende en humoristische voorstelling af. Het treurige, net als destijds bij Life with an Idiot, is dat A Dog’s Heart wel in Amsterdam wordt vertoond, maar niet in Moskou.’

    do 23 jan Erik Voermans, Het Parool

    ‘A dog’s heart van de Russische emigré Alexander Raskatov duurt (inclusief een pauze) drie uur, maar de voorstelling vliegt voorbij. Bij eigentijdse opera’s […] ligt dat niet voor hand. A dog’s heart een meesterwerk noemen, zou wellicht wat al te enthousiast zijn, maar feit is dat de toehoorder tussen acht en elf plaatsneemt in een muzikale rollercoaster en dat hij na afloop licht duizelig het theater verlaat, met een glimlach op de lippen. Dat komt zeker ook door de sprankelende enscenering van Simon McBurney. Nog nooit zo vaak bij een opera hardop moeten grinniken als gisteren bij A dog’s heart […] Dat is knap, want A dog’s heart, gebaseerd op de novelle Hondehart van Mikhail Boelgakov, is in feite een grimmige satire op leven, bureaucratie en dreiging in de Sovjet-Unie. Maar je moet een Russische componist zijn om daar het absurdisme van in te zien. En om daar een even onderhoudende als krankzinnige opera van te maken in de lijn van Sjostakovitsj’ De neus en Schnittke’s Life with an idiot – twee componisten die Raskatov tot voorbeeld dienden. In A dog’s heart wordt een magere straathond door dokter Filipp Filippovitsj (een prachtrol van Sergei Leiferkus) omgebouwd tot een onuitstaanbaar mens, maar als die de maatschappij dreigt te ontwrichten, wordt hij aan het slot weer in een hond omgesmeed. […] Raskatov zet er razendsnel gemonteerde, stilistisch kaleidoscopische muziek onder, die in het bestek van seconden soms heen en weer vliegt tussen een Mahler- of Verdi-citaat, minimalisme, koralen met rafelrandjes, Moesorgski, Sjostakovitsj, Stravinsky en Messiaen. Maar Raskatov heeft beslist een eigen toon. Onder leiding van Martyn Brabbins weet de Radio Kamer Filharmonie die toon voortdurend in het hart te treffen. Indrukwekkend is ook de cast zonder zwakke plekken, met een prominente rol voor vier poppenspelers, die samen de graatmagere hond bedienen. Dat beest beweegt steengoed. Gaat dat zien.’

    do 23 jan Shirley Apthorp, Financial Times

    ‘Mikhail Bulgakov’s monstrous 1925 satire was banned in Stalinist Russia, and first published in 1987. It forms the basis of A Dog’s Heart, Russian composer Alexander Raskatov’s first opera, given its world premiere in Amsterdam on Monday. The Netherlands Opera has lavished care on this new work, winning the collaboration of Complicite, Blind Summit Theatre’s puppetry team, video designer Finn Ross and director Simon McBurney to make a total sensory extravaganza. Bulgakov’s futuristic vision of dubious traffic in human organs is disturbingly close to home nowadays. Yet McBurney and his team resist the temptation to update the action, instead serving us a hallucinatory cocktail of silent-movie melodrama. Soviet workers strike revolutionary poses, grotesque acts take place as shadow-plays or behind closed doors, flags are waved and red books brandished. Raskatov’s score is rooted firmly in Russian tradition. Often heavily literal, the music follows the action with vulgar glee. Sometimes it feels as if Raskatov has taken the policeman scene in Shostakovich’s Lady Macbeth of Mtsensk and stretched it; at other times, Mussorgsky’s ghost dances with Schnittke and Prokofiev. Russian folk instruments pepper the orchestra, military brass blasts out when required, flatulent contrabassoon grunts punctuate flaccid descending trombone glissandi. The music is engrossing and darkly funny in equal measures. There is so much wit and polish in Burney’s staging and so much musical excellence in the performance that it is hard to single out specific elements for praise. Blind Summit’s puppetry is dazzling, Martyn Brabbins keeps his forces well together, Sergei Leiferkus is slimily compelling as the unscrupulous Professor Philippovich, Elena Vassilieva produces an extraordinary range of canine sounds as the dog Sharik’s unpleasant voice. Burney draws detailed, confident performances from a uniformly solid cast. Things do not work out well for Philippovich. Sjarikov, dog-turned-man, has an unfortunate penchant for chasing cats and causing chaos. When the professor and his assistant perform the reverse operation, the results are not as hoped. It is easy to create a monster, but ultimately impossible to eradicate the bestial in humanity. When narrative is a dirty word for so much contemporary opera, A Dog’s Heart feels like a guilty pleasure. It is all the more fun for that.’