De Nationale Opera presenteert

Il prigioniero | Hertog Blauwbaards burcht Luigi Dallapiccola (1904-1975) / Béla Bartok (1881-1945)

Deze productie was te zien in maart 2010

Il prigioniero

Luigi Dallapiccola
Un prologo e un atto 
Libretto van Luigi Dallapiccola, naar Auguste Villiers de l’Isle Adam en Charles de Coster
Wereldpremière 20 mei 1950, Teatro Comunale, Florence

 

Hertog Blauwbaards Burcht

Béla Bartok
Opera in één akte, op. 11 
Libretto van Béla Balász
Wereldpremière 5 mei 1938, Maggio Musicale Fiorentino, Florence

 

Deze productie

Nieuwe double-bill voor De Nederlandse Opera
Coproductie met Teatro alla Scala, Milaan
Première 5 maart 2010

Over de opera

Onder invloed van de Tweede Wereldoorlog schreef Dallapiccola een pessimistisch werk, waarin de hoop die de politieke gevangene blijft koesteren, de laatste van zijn kwellingen blijkt. Ten slotte krijgt hij niet, zoals hij droomde, de vrijheid terug maar wordt door de inquisitie naar de brandstapel gevoerd. Deze symmetrisch gestructureerde, op drie twaalftoonsreeksen gebaseerde opera is een zwart, dubbelzinnig werk met passages vol diepe hartstocht en van grote lyrische schoonheid. 

 

In Bartóks eenakter is Blauwbaard een gevangene van zichzelf. De vrijheid die hij eerder al bij zoveel vrouwen zocht, kan ook Judith hem niet schenken. Wel dringt zij steeds dieper tot zijn innerlijk door, om hem ten slotte eenzaam achter te laten. De symbolistische handeling wordt met expressieve muziek maar ook met impressionistische passages en elementen uit de volksmuziek door Bartók tot een groot symfonisch geheel aaneengesmeed.

Het verhaal

Il prigioniero
Spanje, tijdens de regering van Filips II. In een gevangenis bezoekt een moeder haar zoon. Zij denkt aan een nachtmerrie waarin het gezicht van de koning veranderde in dat van de Dood. De gevangene vertelt haar hoe de cipier hem 'broeder' noemde, waardoor hij hoop kreeg en weer kon bidden. Na het vertrek van de moeder komt de cipier de gevangene vertellen dat in de Nederlanden de opstand is uitgebroken. Klokke Roelandt zal weldra weer klinken in Gent om het einde van het schrikbewind van Filips en de Inquisitie in te luiden. De cipier zingt een geuzenlied. Als hij vertrekt, laat hij de celdeur openstaan.
De gevangene sluipt door donkere gangen onder de gevangenis. Onderweg komt hij tot zijn afgrijzen een broeder tegen met een martelwerktuig; hij hervindt de moed om door te gaan. Twee priesters komen voorbij en hij moet zich verbergen. De gevangene voelt frisse lucht op zijn handen en bereikt de buitendeur. Hij meent Klokke Roelandt te horen slaan.
In een grote tuin voelt de gevangene zich zielsgelukig. Uit vreugde slaat hij zijn armen om een grote ceder. Plotseling komen er uit de boom twee grote armen die hem omhelzen: de Grootinquisiteur! De gevangene beseft dat zijn ergste marteling de valse hoop is geweest.

Hertog Blauwbaards burcht
Blauwbaard brengt zijn nieuwe bruid binnen in zijn burcht. Als hij haar vraagt of ze zeker weet dat ze haar leven met hem wil delen, antwoordt Judith dat ze daar niet over twijfelt. Hij laat de deur sluiten en Judith merkt op dat de muren wenen. Opnieuw krijgt ze de kans terug te gaan, opnieuw wijst ze die af. Blauwbaard vraagt waarom ze voor hem gekozen heeft; Judith antwoordt dat ze zijn kasteel wil verwarmen en drogen. Hij is niet tevreden met dit antwoord en weigert de zeven deuren te openen die zij nu pas opmerkt. Op haar aandringen antwoordt de burcht zelf met zuchten. Als Blauwbaard haar vraagt of ze bang is, ontkent ze dit en herhaalt haar verzoek om de sleutels van de deuren, omwille van haar liefde voor hem. Nu geeft hij toe. Bij het openen van de eerste deur, die van de martelkamer, klinkt weer een zucht. Vervolgens opent Judith de deuren van de wapenkamer en de schatkamer, van de tuinen, van een terras met uitzicht over Blauwbaards landerijen. Judith wil al zijn geheimen weten. Ten slotte geeft hij haar met tegenzin de sleutel van een tranenmeer en van de laatste kamer. Daaruit komen Blauwbaards eerste drie vrouwen: zijn liefdes van het morgengloren, de middag en de avond. Judith is voor hem de mooiste: de liefde van de nacht. Alle vier de vrouwen gaan door de zevende deur en Blauwbaard blijft alleen achter.

Team, Cast en Koor

Muzikale leiding 
Adam Fischer
Regie 
Peter Stein
Decor 'Il prigioniero' 
Ferdinand Wögerbauer
Decor 'Hertog Blauwbaards burcht' 
Gianni Dessì
Kostuums 
Anna Maria Heinreich
Licht 
Japhy Weideman
Video 'Il prigioniero' 
Sergio Metalli
Koor 'Il prigoniero' 
Nederlands Concertkoor
Instudering koor 
Rob Vermeulen
 
IL PRIGIONIERO
La madre 
Paoletta Marrocu
Il prigioniero 
Lauri Vasar
Il carceriere/ Il grande inquisitore 
Donald Kaasch
Due sacerdoti 
Marcel Beekman
Nanco de Vries
 
HERTOG BLAUWBAARDS BURCHT
Hertog Blauwbaard 
Gabor Bretz
Judith 
Elena Zhidkova
Acteur 
Örs Kisfaludy

Residentie Orkest

Met zijn nieuwe artistieke profiel bewijst het Residentie Orkest meer dan ooit dat symfonische muziek ook in de 21e eeuw voor een groot en breed publiek van betekenis kan zijn. Het orkest geeft concerten in zijn thuishaven de Dr Anton Philipszaal, Den Haag. Het orkest treedt in toenemende mate op in omliggende gemeenten als Leiden, Gouda en Wassenaar, en is ook veelvuldig te horen op diverse grote podia in binnen- en buitenland. Belangrijk zijn ook de samenwerkingen met Haagse- en nationale partners als het Nationaal Toneel, Festival Classique, Paard van Troje, Gemeentemuseum en De Nederlandse Opera, Nederlandse Opera Academie en de Zaterdagmatinee.

    do 23 jan Jochem Valkenburg, NRC Handelsblad

    ‘Vrijheid, verlangen en de dood: dat zijn de thema’s van zowel Il prigioniero […] als Hertog Blauwbaards burcht […] Door regisseur Peter Stein worden deze opera’s nu […] aaneengeschakeld tot één opera-avond. Het blijkt een meesterlijke zet, niet alleen vanwege de thematische verwantschap, maar vooral ook vanwege de overkoepelende beweging naar abstractie, die Stein ook in zijn regie accentueert. Il prigioniero […] speelt tijdens de inquisitie, en Stein – wars van actualiseren – gebruikt volop historische kostuums. Ook anderszins laat hij niets aan de verbeelding over. Een visioen over koning Filips II wordt wel érg letterlijk uitgebeeld. Grote indruk maakt de slotscène, waar de muziek zwijgt, maar de brandstapel fel oplaait. […] In Blauwbaard trouwt de gelijknamige hertog met de jonge Judith, die wil weten wat er achter de zeven deuren in zijn kasteel zit. Ze vindt onder meer een bloeddoordrenkte bloementuin en verdwijnt voorgoed met Blauwbaards vorige vrouwen achter deur zeven – een moment dat bij Stein beeldschoon en hartverscheurend is. In Blauwbaard werkt hij, conform de wens van Bartók en diens librettist Balázs, slechts met gekleurd licht en een enkel rekwisiet. Het maakt de suggestie van de burcht als metafoor voor de van geheimen aan elkaar hangende ziel des te dwingender. Bovendien valt hierdoor meer nadruk op de autonome kracht van Bartóks muziek die – niets ten nadele van Dallacpiccola – toch onovertroffen is. Het Residentie Orkest speelt uitstekend onder Adam Fischer, maar echt indruk maken de zangers, voorop Lauri Vasar als gevangene en mezzosopraan Elena Zhidkova, die ondanks haar frêle gestalte met kracht een beklemmende Judith neerzet.’

    do 23 jan Roland de Beer, De Volkskrant

    ‘Goed idee: de Nederlandse Opera zet de toverklanken en griezelwoorden van Bela Bartóks opera-eenakter Hertog Blauwbaards burcht uit 1918 bij elkaar met Il prigioniero. […] De combinatie was eerder te zien in Milaan en kwam daar uit de koker van Peter Stein, de theatermaker om wie het de Nederlandse Opera bij deze aangekochte dubbelproductie vooral te doen is. Stein had het idee van een dirigentenvriend (Pierre Boulez), en inderdaad, parallellen liggen voor de hand. […] De beelden van Gianni Dessi zijn sober. Dat de vaak als ‘statisch’ beoordeelde one opera composer Bartók vleugels krijgt, zit hier in de manier waarop muziek en gestalten op elkaar inwerken. De dirigent Adam Fischer, een Hongaar voor wie een boodschap als könynyek, könynyek niet alleen over een meer van tranen gaat maar vooral over klank, zet het Residentie Orkest aan tot sublieme prestaties. Daarbij is Stein diep in de tekstuele en muzikale hormonen van – vooral - Judith gedoken. Hij krijgt er de steun bij van een meesterlijke sopraan. Het is de in Duitsland groot geworden Russin Elena Zhidkova, die, zoals het een goede Blauwbaardbruid betaamt, alle Blauwbaardbruiden die ik eerder zag achter zich houdt in uiterlijke schoonheid en in stem- en acteerkunst. Tegenover Gábor Bretz, een pilaarachtige Blauwbaard die pas meegeeft in zijn slotscène, doorloopt Zhidkova, betrokken van teen tot kruin, een compleet repertoire aan feminiene bozigheid, vleierij, pinnigheid, verleidingskunst en hysterie. […] De bariton Lauri Vasar is een prima Gekerkerde in Dallapiccola’s gelijknamige eenakter. Met een Moeder als in een RK Jezus-pietá (goed gevonden van Stein). Met sjokkende monniken (clichégestiek, niets voor Stein), en een goed Nederlands Concertkoor.’

    do 23 jan Eddie Vetter, De Telegraaf

    Wie de magie van opera wil ondergaan, moet deze week naar het Amsterdamse Muziektheater snellen. Daar presenteert de Nederlandse opera t/m 14 maart eenakters van Dallapiccola en Bartók in een productie die al in 2008 te zien was in de Milanese Scala. Het is een zeldzame synthese van muziek en beeld. […] Peter Stein is een regisseur die zich anders dan veel collega’s in dienst stelt van de partituur. In de fantastische decors van Ferdinand Wögerbauer licht hij haarscherp situaties uit. Met beelden die zich op het netvlies branden, versterkt Stein de muziek op een intens dramatische manier. […] Bij de brandstapel aan het slot baadt de hele zaal in een verzengende gloed, niet zo verblindend als destijds in Steins enscenering van ‘Moses und Aron’, maar des te indringender. Sober en raak is de regie, en één met de muziek. Dallapiccola wist met de steriele twaalftoonstechniek echt muziekdrama te creëren. Dat krijgt het volle pond van de dirigent Adam Fischer, samen met het Residentie Orkest, het Nederlands Concertkoor en sterke zangers als Lauri Vasar (gevangene) en Paoletta Marrocu (moeder). […] Hertog Blauwbaards burcht (1911) van Bartók krijgt een even fascinerende, maar totaal andere vormgeving van Giann Dessì. De zeven deuren die Judith opent, onthullen in abstract hoge poorten de kleuren die in het libretto worden gesuggereerd. De vijfde deur, waarachter Blauwbaard haar zijn rijk toont, openbaart een overweldigend panorama terwijl het Residentie Orkest schittert in een fel verlicht C-groot. Onvergetelijk! Elke beweging, elke oogopslag in Steins sobere en doeltreffende personenregie [is] betekenisvol. De twee zangers, dezelfde als in de Scala hebben gezongen, hebben zich de rollen geheel eigen gemaakt. Zelena Zhidkova is jeugdig en stralend, naïef en sensueel als Judith, gewapend met een verrassend krachtige laagte. Gábor Bretz is een menselijke en tragische Blauwbaard met een schat aan nuances in zijn imposante basstem. Al met al is dit tweeluik een hoogtepunt in de toch al zo rijke geschiedenis van de Nederlandse Opera.’