De Nationale Opera presenteert

L’elisir d’amore Gaetano Donizetti (1797-1848)

Deze productie was te zien in november 2009

L’elisir d’amore

Gaetano Donizetti
Melodramma in due atti 
Libretto van Felice Romani
Wereldpremière 12 mei 1832, Teatro della Canobbiana, Milaan

 

Deze productie

Reprise uit 2001/02
Première 29 oktober 2009

Over de opera

Met een mengeling van scherts en sentiment vertellen de auteurs de geschiedenis van de naïeve Nemorino, die de hulp van een liefdeselixer nodig lijkt te hebben om de rijke boerin Adina voor zich te winnen – een mooie kans voor de kwakzalver Dulcamara om een partijtje goedkope bordeaux kwijt te raken. Met een schier eindeloze reeks muzikale meesterstukken weet Gaetano Donizetti een genuanceerd beeld van een plattelandsgemeenschap te schetsen. Dat de liefdesperikelen ook zonder toverdrank wel waren opgelost, is voor de wonderdokter geen probleem: het gelukkige paar aan het eind is een overtuigender bewijs van zijn kunsten dan welke reclamecampagne ook.

Het verhaal

De arme boerenjongen Nemorino is verliefd op de mooie, rijke grondeigenares Adina, die doet alsof ze niets van hem wil weten. Adina leest voor uit de legende van Tristan en Isolde, en spot met het verhaal van de liefdesdrank. Behalve Nemorino heeft ook sergeant Belcore een oogje op Adina. Zij raadt Nemorino aan niet zoveel tijd aan haar te besteden, maar liever zijn doodzieke suikeroom te bezoeken.
De rondtrekkende kwakzalver Dulcamara verschijnt in het dorp. Nemorino denkt nog steeds aan de liefdesdrank: natuurlijk kan Dulcamara hem aan zo’n wondermiddel helpen, dat hem onweerstaanbaar zal maken! In werkelijkheid verkoopt hij hem een fles wijn. Overtuigd van de werking daarvan neemt Nemorino een onverschillige houding tegenover Adina aan. Zij is zo beledigd dat ze Belcore haar jawoord geeft. 
Alles is gereed voor de bruiloft, maar Adina vraagt uitstel: zij wil toch Nemorino. Deze heeft bij Dulcamara nog een fles ’liefdeselixer’ gekocht, die hij heeft moeten financieren door zich als soldaat in te schrijven. Alle meisjes van het dorp flirten plotseling met hem: hij schrijft dit toe aan de wonderdrank, maar de reden is het feit dat zijn rijke oom gestorven is en hem alles heeft nagelaten. Nemorino en Adina weten dit echter nog niet. Als Adina hoort welk offer Nemorino voor haar heeft gebracht, is ze ontroerd en koopt hem vrij. Ze vallen elkaar in de armen. Belcore besluit dat er nog genoeg andere meisjes zijn om het hof te maken. Nu pas horen Nemorino en Adina dat de jonge boer een rijk man is geworden. Dulcamara roemt de werkzaamheid van zijn toverdrank.

Team, Cast en Koor

Muzikale leiding 
Daniele Callegari /
Riccardo Frizza
Regie 
Guy Joosten
Decor 
Johannes Leiacker
Kostuums 
Jorge Jara
Licht 
Davy Cunningham
Choreografie 
Andrew George
Orkest 
Nederlands Kamerorkest
Koor 
Koor van De Nederlandse Opera
Instudering koor 
Martin Wright
Adina 
Valentina Farcas
Nemorino 
Dmitry Korchak
Belcore 
Tommi Hakala
Il dottor Dulcamara 
Lucio Gallo /
Renato Girolami
Giannetta 
Hendrickje van Kerckhove /
Renate Arends

Nederlands Kamerorkest

Het Nederlands Philharmonisch Orkest | Nederlands Kamerorkest behoort als vaste orkestpartner van De Nationale Opera tot de beste Europese operaorkesten. Marc Albrecht is sinds 2011 chef-dirigent van het NedPhO|NKO en van De Nationale Opera.

Het NedPhO|NKO presenteert zich nationaal en internationaal ook in een gevarieerde concertprogrammering. Thuiszaal is Het Koninklijk Concertgebouw. Het orkest verbindt artistieke excellentie met gastvrijheid voor een breed publiek en neemt verantwoordelijkheid voor de toekomst met omvangrijke programma’s voor educatie en talentontwikkeling. Klassieke muziek wordt zo bereikbaar voor iedereen.

 

    do 23 jan Mischa Spel, NRC Handelsblad

    ‘Komische opera is geen gemakkelijk genre. Zeker L’elisir d’amore is zo vederlicht dat het Joostens keuze voor een enscenering die de lichtheid opblaast tot suikerspinproporties, geheel rechtvaardigt. […] De enscenering van Joosten oogt nog precies zo camp als destijds, maar de militaire gasmaskers lijkt meer de Zeitgeist van 2002 dan van vandaag uit te ademen. […] De Russische tenor Dmitry Korchak is ideaal getypecast als Nemorino en spint in zijn aria Una furtiva lagrima lange, lyrische belcantolijnen. Een zoeter, Italiaanser timbre (en uitspraak) is denkbaar, maar een tenor als deze blijft schaars. En Korchaks timbre past mooi bij sopraan Valentina Farcas, die Adina’s lichtheid fundeert op aardse tonen. Callegari leidt het kleurrijk spelend Nederlands Kamerorkest detailrijk en strak en zonder effectbejag. Maar de meest memorabele aanwinst van deze herneming is een enorme zwarte bodybuilder. Hij laat zijn borstspieren in liefdesextase drillen als puddinkjes en is daarmee meteen een der onvergetelijkste operafiguranten ooit, net onder poes Jaap in Tosca.

    do 23 jan Erik Voermans, Het Parool

    ‘Misschien bleven de antidecibels uit omdat Guy Joosten er helemaal niet was. Wel had hij tijd en moeite geïnvesteerd in de aanscherping van zijn regieconcept, waardoor het gebodene vergeleken met december 2001 duidelijk effectiever is. De superster van de eerste uitvoeringen, bariton Bryn Terfel als de kwakzalver Dulcamara, was er dit keer niet bij. […] Maar zijn vervanger Lucio Gallo deed het in dat belachelijke glitterkostuum, met die idiote bakkebaarden en die potsierlijke vetkuif, bijna net zo goed. De rest van de cast, geheel vernieuwd ten opzichte van 2001, functioneerde ook heel behoorlijk, met een erg mooie rol van de Roemeense sopraan Valentina Farcas als Adina, die uiteindelijk toch niet met de macho-sergeant Belcore trouwt (prima gezongen en lekker karikaturaal geacteerd door de Finse bariton Tommi Hakala), maar met de lieve boerenjongen Nemorino. Nemorino werd gezongen door de Russische tenor Dmitry Korchak, die wat moeite had met zuiver intoneren, maar wel een gloedvolle interpretatie gaf van de beroemde en door alle grote tenoren op aarde gekweelde aria Una furtiva lagrima. […] Door de oppervlakkigheid uit te vergroten en de scènes te plaatsen in een decor dat je in de afgrijselijkste commerciële tv-programma’s tegenkomt, geeft Joosten het stuk een verfrissende komische draai. Dirigent Daniele Callegari leidde het Nederlands Kamerorkest en het weer voortreffelijk zingende en acterende Koor van DNO met zekere hand langs alle klippen en muien. De grootste lach was trouwens voor de niet-zingende bodybuilder die zijn borstspieren in de maap van de muziek op en neer laat wippen.’

    do 23 jan Peter van der Lint, Trouw

    ‘de scherpte was helaas wel grotendeels verdwenen. Alsof het liefdeselixer van kwakzalver Dulcamara, waarmee de simpele Nemorino de liefde van Adina probeert te winnen, ver over de houdbaarheidsdatum heen was. […] In 2001 werd Gabriele Ferro nog uitgejouwd voor zijn interpretatie. Collega Daniele Callegari bracht het er met het Nederlands Kamerorkest wel wat beter van af, maar niet heel veel beter. […] Op de bühne was het qua vocale stijlgevoeligheid ook al niet best gesteld. Met de acteerkwaliteiten zat het goed, maar je hoopt toch dat zangers ook met hun stem iets kunnen suggereren. […] Valentina Farcas (Adina) kwam in de grote ensembles amper voorbij rij 9; een veel te kleine stem, die zelfs superhoog onhoorbaar was. Dimitri Kortsjak kwam als haar geliefde steeds beter op dreef, maar ook hier miste je de warmte van de Italiaanse zon. Lucio Gallo (Dulcamara) gaf iedereen het nakijken. In december zingt hij bij DNO de rol van sheriff Rance in ‘La fanciulla del West’. Een Dulcamara die ook Rance zingt? Da’s in elk geval een vocale zeldzaamheid.’