De Nationale Opera presenteert

La fanciulla del West Giacomo Puccini (1858-1928)

Deze productie was te zien in december 2009

La fanciulla del west

Giacomo Puccini
Opera in tre atti 
Libretto van Guelfo Civinini en Carlo Zangarini, naar David Belasco
Wereldpremière 10 december 1910, Metropolitan Opera House, New York

 

Deze productie

Nieuwe productie
Première 2 december 2009

Over de opera

Puccini, die altijd een zwak had voor de nieuwste technische snufjes, werd ook zeer gefascineerd door de ‘nieuwe wereld’ en alle vernieuwingsmogelijkheden die deze hem zou kunnen bieden. Het lag dan ook voor de hand dat hij ooit een opera op Amerikaans grondgebied zou situeren. Alle vernieuwingsdrang ten spijt wordt in de eerste ‘wildwest-opera’ niettemin de aloude driehoeksverhouding ten tonele gevoerd van één vrouw tussen twee mannen: de één een charismatische misdadiger en de ander een corrupte hoeder van de wet. In een reeks genrescènes schetst de componist een contrastrijk beeld vol uiterlijke hardheid en emotionele diepgang, waarbij de zangstijl overwegend declamatorisch is. Met de redding van de gangster door een vrouw die zich weliswaar in een mannenwereld staande houdt maar vooralsnog ongekust is, en hun gezamenlijke weg naar de vrijheid besluit de opera welhaast als een onvervalste Hollywoodfilm: het happy end betekent de definitieve vlucht in de illusie.

Het verhaal

I
Californië, ten tijde van de goudkoorts. Gouddelvers verzamelen zich in de Polka Saloon van Minnie. Ashby, een agent van de onderneming Wells Fargo, vertelt aan sheriff Jack Rance dat hij de bandiet Ramerrez op het spoor is. Rance en Sonora maken ruzie omdat ze allebei verliefd zijn op Minnie. Zij roept hen tot de orde en begint met de Bijbelles, die ze de gouddelvers regelmatig geeft. Ashby krijgt een brief van Nina Micheltorena, een ex-minnares van Ramerrez: zij weet waar deze zich ophoudt.

II
Minnie heeft Johnson uitgenodigd in haar hut te komen eten. Als hij daarna wil vertrekken, dwingt een sneeuwstorm hem te blijven slapen. Rance, Ashby en anderen kloppen aan: ze hebben ontdekt dat Johnson in werkelijkheid Ramerrez is. Minnie verstopt hem en stuurt zijn achtervolgers weg. Ze is woedend omdat de bedrieger haar gekust heeft. Johnson gaat weg maar keert al snel terug, gewond door een schot. Vlak voordat Rance het huis komt doorzoeken, weet Minnie Johnson op de zolder te verbergen. Net als de sheriff wil gaan, valt er door het plafond een druppel bloed op zijn hand; hij beveelt Johnson naar beneden te komen. Minnie daagt Rance uit voor een partijtje poker: als hij wint, zal ze met de sheriff trouwen en is de bandiet ten dode opgeschreven, in het andere geval is Johnson de hare. Tijdens het spelen doet Minnie alsof ze flauwvalt en verwisselt haar kaarten zodat zij wint.

III
Sonora en zijn vrienden hebben Johnson toch gevangengenomen; hij zal worden opgehangen. Johnson heeft een laatste wens: Minnie moet denken dat hij ver weg is, en zijn leven heeft gebeterd. Vlak voor zijn executie komt Minnie voor zijn leven pleiten. Als Rance hier niet op ingaat, trekt ze haar pistool en dreigt Johnson en zichzelf te doden als ze haar zin niet krijgt. Hierover zijn de mannen verdeeld, maar Sonora's standpunt geeft de doorslag: Minnie en Johnson zijn vrij om te gaan.

Team, Cast en Koor

Muzikale leiding 
Carlo Rizzi
Regie 
Nikolaus Lehnhoff
Decor 
Raimund Bauer
Kostuums 
Andrea Schmidt-Futterer
Licht 
Duane Schuler
Video 
Jonas Gerberding
Movement director 
Denni Sayers
Dramaturgie 
Klaus Bertisch
Orkest 
Nederlands Philharmonisch Orkest
Koor 
Herenkoor van De Nederlandse Opera
Instudering koor 
Martin Wright
Minnie 
Eva-Maria Westbroek
Jack Rance 
Lucio Gallo
Dick Johnson 
Zoran Todorovich
Nick 
Roman Sadnik
Ashby 
Diogenes Randes
Sonora 
Stephen Gadd
Trin 
Jean-Léon Klostermann
Sid 
Leo Geers
Bello 
Peter Arink
Harry 
Pascal Pittie
Joe 
Ruud Fiselier
Happy 
Harry Teeuwen
Larkens 
Patrick Schramm
Billy Jackrabbit 
Tijl Faveyts
Wowkle 
Ellen Rabiner
Jake Wallace 
André Morsch
José Castro 
Roger Smeets
Un postiglione 
Erik Slik

Nederlands Philharmonisch Orkest

Het Nederlands Philharmonisch Orkest | Nederlands Kamerorkest behoort als vaste orkestpartner van De Nationale Opera tot de beste Europese operaorkesten. Marc Albrecht is sinds 2011 chef-dirigent van het NedPhO|NKO en van De Nationale Opera. Hij leidde onder meer spraakmakende producties van Die Frau ohne Schatten, Schatzgräber, Elektra en Die Meistersinger. Het orkest boekte ook een groot succes met de integrale uitvoering van Der Ring des Nibelungen onder leiding van Hartmut Haenchen.

Het NedPhO|NKO presenteert zich nationaal en internationaal ook in een gevarieerde concertprogrammering. Thuiszaal is Het Koninklijk Concertgebouw. Het orkest verbindt artistieke excellentie met gastvrijheid voor een breed publiek en neemt verantwoordelijkheid voor de toekomst met omvangrijke programma’s voor educatie en talentontwikkeling. Klassieke muziek wordt zo bereikbaar voor iedereen.

    do 23 jan Erik Voermans, Het Parool

    ‘[…] de opera bevat glorieuze muziek, maar niet die compacte hitaria, dat ene nummer waar iedereen de hele avond op zit te wachten. Opvoeringen van de opera zijn dan ook een relatieve zeldzaamheid. De Nederlandse Opera probeert het deze maand met een nieuwe enscenering van Nikolaus Lehnhoff. Hij plaatst het wildwestverhaal over een rover met een goed hart en een engelachtige vrouw, Minnie, die tot grote woede van alle andere mannen als een blok voor hem valt, in een moderner Amerikaans decor. Er zijn talloze verwijzingen naar de filmcultuur en ook de stap van de goudzoekers bij Belasco naar de beursspeculanten en de monetaire graaizucht is snel gemaakt. Maar doordat Lehnhoff zijn concept totaal verkitscht, gooit hij in de derde akte zijn eigen glazen in en wordt het verhaal over Minnie, die goedheid en liefde verspreidt, volmaakt in het belachelijke getrokken. Dat in akte 1 het toneel wordt gevuld met leernichten, of motorduivels of wat zijn het – vooruit. Dat akte 2 zich afspeelt in een caravan met zuurstokroze interieur, en dat er twee bambi’s in de sneeuw liggen – akkoord. Maar dat akte drie op een autokerkhof speelt en dat de wrakken wijken om plaats te maken voor een lange showtrap waarop Minnie als een Marilyn Monroe verschijnt en als een deus ex machina een lynchpartij voorkomt – gooi het maar in m’n pet. Jammer. Want het NedPhO speelt onder leiding van Carlo Rizzi schitterend en de vocale bezetting is om van te watertanden. Sopraan Eva-Maria Westbroek jaagt als Minnie voortdurend de rillingen over de rug, tenor Zoran Todorovich (als de rover Johnson) zingt sterk, hoewel soms wat grof, en bariton Lucio Gallo is perfect als de rauwe, door Minnie versmade Jack Rance.’

    do 23 jan Roland de Beer, De Volkskrant

    ‘De Nederlandse Opera speelt La fanciulla del West van Puccini, subliem gedirigeerd door Carlo Rizzi en met een schitterend zingende Eva-Maria Westbroek in de hoofdrol. […] Droge ogen zijn […] duidelijk niet de bedoeling van Nikolaus Lehnhoff. Dat is de Duitse regisseur die eerder bij De Nederlandse Opera Puccini’s Tosca en Turandot voor zijn rekening nam, in ensceneringen die een fantastische, magisch-symbolische draai gaven aan het oude bordkarton-realisme dat Puccini zo hopeloos kan aankleven. Zijn nieuwe Fanciulla-productie spant in eigenzinnigheid de kroon. Symbolisme, magie, realisme en ironie komen hier spectaculair met elkaar in botsing. Decors van Raimund Bauer fungeren als deeltjesversneller. De toneelbeelden van Bauer lijken afkomstig uit de ideeëntrommel van een krankzinnige. Maar in de gekte zit genie en logica. Geen detail, of het is verknoopt met de historie van La fanciulla en/of de opmerkelijke vlucht van de entertainmentindustrie. De eerste akte, met een ‘Polka Saloon’ waar Westbroek als Minnie de scepter zwaait over goudzoekersvolk in leren motorpakken, en beurtelings tot de liefde wordt uitgenodigd door de sceriffo (Lucio Gallo, fraaie bariton) en de vermomde bandiet Dick Johnson (Zoran Todorovich, zeer bekwaam in tenorzang en charmeurskunst), speelt zich bij Lehnhoff en Bauer af in de New Yorkse ondergrondse. […] De blokhut waar de verliefde Minnie haar angeschoten boef Dick beschutting geeft, is hier een filmsterrentrailer, hoerig gecapitonneerd en geflankeerd door bambihertjes. Het beeld alleen al kreeg een open doekje, net als het vervolg in akte III: een autokerkhof (Puccini hield van nieuwe auto’s). Hier moest Dick gehangen worden – tot hemel en sloopplaats uiteenweken, plaats maakten voor een gigantisch filmlogo met brullende leeuw van Metro Goldwyn Mayer, en Westbroek haar liefje kwam redden in een uitzinnige finale, nu de trap afdalend als een geblondeerde versie van het vrouwtje met de fakkel in het logo van Columbia Tristar. En zingen deed ze ook, als de beste.’

    do 23 jan Peter van der Lint, Trouw

    ‘Met een rokende revolver betreedt salooneigenares Minnie de scène om haar vechtende aanbidders uit elkaar te halen. Bij De Nederlandse Opera, die de opera woensdag met groot succes presenteerde, was die opkomst van de atypische Puccini-heldin nóg spectaculairder. Zelfs goed voor een heus open doekje, maar dat had ongetwijfeld te maken met de titelrolvertolkster. Het publiek heette Eva-Maria Westbroek welkom, die voor het eerst sinds haar onvoorstelbaar opwindende debuut bij DNO in 2006 weer terug was in het Muziektheater. En de Nederlandse sopraan, inmiddels opgeslokt door een geweldige wereldcarrière, maakte de hooggespannen verwachtingen meer dan waar. Vóór Westbroeks verschijnen was al gebleken dat het een bijzondere avond zou worden. Carlo Rizzi en het Nederlands Philharmonisch Orkest belichtten de ingenieuze moderniteit van Puccini’s partituur met groot inzicht, gevoel voor dynamiek, ritme en stuwing. De hele avond bleven Rizzi en het orkest op dit hoge niveau, een geweldige bedding voor de zangers op de bühne. De enscenering van Nikolaus Lehnhoff hield perfect de balans tussen ernst en ironie. […] Lehnhoffs regie zat vol heerlijke detaillering. Zo bleek de lange rok van Minnie toch een broek te zijn, om maar wat te noemen. Zijn slotbeeld – prachtige verwijzing naar Puccini’s invloed op filmmuziek – was om in te lijsten. En er was naast Westbroek een geweldige cast. Zo’n klein rolletje als Nick was een pareltje dankzij Roman Sadnik. Die stond symbool voor al die kleine rollen die in deze opera zo belangrijk zijn, en die voor een groot deel met Nederlanders was bezet. Zoran Todorovich (Johnson) was ondanks zijn volume een sympathieke boef, en Lucio Gallo (Rance) stopte al zijn venijn in de rol van sheriff. Maar de crowning glory van deze productie is Westbroek. Niet alleen vanwege die onvermoeibare, schitterend egale en opwindende stem, maar ook omdat zij Minnie hart en ziel weet te geven.’