De Nationale Opera presenteert

Guillaume Tell Gioacchino Rossini (1792-1868)

Deze productie was te zien in januari 2013

Gioacchino Rossini 1792 1868

Guillaume Tell

Gioacchino Rossini
Opéra en quatre actes
Libretto van Étienne de Jouy en Hippolyte-Louis-Florent Bis, naar het toneelstuk Wilhelm Tell van Friedrich Schiller
Wereldpremière 3 augustus 1829, Théâtre de l'Académie Royale de Musique, Parijs

 

Deze productie

Nieuwe productie
Première 28 februari 2013
Coproductie met Metropolitan Opera, New York

Over de opera

Aan het begin van de negentiende eeuw werd de Zwitserse nationale held Wilhelm Tell dikwijls als personage opgevoerd in de Europese theaters. Rossini’s opera is vooral gebaseerd op het toneelstuk van Friedrich Schiller. Maar terwijl Schiller de vrijheidsstrijder een metamorfose laat ondergaan van liefdevol gezinshoofd tot politieke activist, treedt Tell bij Rossini van meet af aan op als leider van de samenzwering tegen de onderdrukking van het Zwitserse volk door het regime van de Habsburgers. Deze politieke intrige wordt afgezet tegen de liefdesgeschiedenis tussen de Zwitser Arnold Melcthal en de Habsburgse prinses Mathilde. De bevrijding van Zwitserland en de dood van de wrede landvoogd Gesler gaan gepaard met een sfeervol optrekken van het donkere wolkendek boven romantische bergtoppen. Voor zijn laatste opera schreef Rossini misschien wel zijn meest veeleisende zangpartijen, en terwijl de appelschietscène uiteraard een hoogtepunt is, heeft de grootse ouverture zich ontwikkeld tot een geliefd concertstuk.

‘Op de golven van Rossini’s muziek worden de persoonlijke vreugde en ellende van de mens heerlijk gewiegd – liefde en haat, tederheid en verlangen, jaloezie en gemor.’ - Heinrich Heine

Het verhaal

I
In het Zwitserse kanton Uri viert men een driedubbele bruiloft. De stemming is echter niet feestelijk want het land zucht onder de tirannie van de Habsburgers. In Uri broeit het verzet, waarbij Guillaume Tell een belangrijke rol speelt. De drie paren worden in de echt verbonden door de oude Melcthal. Diens zoon Arnold is verliefd op de Oostenrijkse prinses Mathilde, maar Tell wijst hem op het belang van de vrijheidsstrijd. De herder Leuthold heeft een Oostenrijkse soldaat gedood, die probeerde zijn dochter te verkrachten. Hij vraagt of iemand hem met een boot over het water in veiligheid wil brengen; Tell, de dapperste en sterkste van allen, is hiertoe bereid. De Oostenrijkers zijn woedend over Leutholds ontsnapping en nemen Melcthal als gijzelaar mee.

II
Tijdens een jachtpartij blijft Mathilde alleen achter. Als ze Arnold ontmoet, verklaren zij elkaar hun liefde. Daarvoor wil Arnold zich zelfs dienst nemen in het keizerlijke leger. Tell en zijn medestrijder Walter naderen en de twee geliefden nemen afscheid. Bitter verwijt Tell Arnold diens houding. Het nieuws dat zijn vader intussen is vermoord, geeft de doorslag: Arnold sluit zich aan bij het verzet. De mannen van Uri, Schwyz en Unterwalden verzamelen zich en zweren voor de vrijheid te zullen vechten, aangevoerd door Tell.

III
Arnold vertelt Mathilde dat hun liefde geen toekomst heeft. Zij zal hem echter nooit vergeten. De gehate landvoogd Gesler geeft een feest. Om de bevolking te vernederen plaatst hij zijn hoed op een stok en elke burger moet hieraan eer bewijzen. Tell weigert en wordt gearresteerd. Op het moment dat hij zijn zoontje Jemmy instrueert hoe hij het teken tot de opstand moet geven, neemt Gesler ook de jongen gevangen. Alleen als Tell een appel van Jemmy's hoofd weet te schieten, mag hij blijven leven. Tell slaagt hierin, maar hij bekent dat de tweede pijl in zijn koker bestemd was voor Gesler – in het geval dat Jemmy dodelijk getroffen zou zijn. De landvoogd laat Tell opnieuw arresteren en over het water naar de burcht van Küssnacht brengen, waar hij voor de wilde dieren zal worden geworpen. Mathilde ontfermt zich over Jemmy.

IV
Nu Tell afwezig is, neemt Arnold de leiding. De mannen uit de kantons voegen zich bij hem; hij weet waar Guillaume en Melcthal wapens hebben verborgen. Mathilde brengt Jemmy terug naar zijn moeder, Hedwige. De jongen geeft door middel van vuur het signaal waar de verzetsstrijders op wachten. Op het meer woedt een storm. Tell moet Geslers boot sturen, want alleen hij is daartoe in staat. De opstandeling stuurt echter af op zijn eigen huis, springt snel aan land en duwt de boot terug op het woelige meer. Met een pijl doodt hij Gesler. De andere vrijheidsstrijders voegen zich bij Tell en gezamenlijk vieren zij de overwinning.

Team, Cast en Koor

Muzikale leiding 
Paolo Carignani
Regie 
Pierre Audi
Decor 
George Tsypin
Kostuums 
Andrea Schmidt-Futterer
Licht 
Jean Kalman
Choreografie 
Kim Brandstrup
Dramaturgie 
Klaus Bertisch
Koor 
Koor van De Nederlandse Opera
Instudering koor 
Eberhard Friedrich
Orkest 
Nederlands Philharmonisch Orkest
Guillaume Tell 
Nicola Alaimo
Arnold Melcthal 
John Osborn
Walter Furst 
Marco Spotti
Melcthal 
Patrick Bolleire
Jemmy 
Eugénie Warnier
Gesler 
Christian Van Horn
Rodolphe 
Vincent Ordonneau
Ruodi 
Mikeldi Atxalandabaso
Leuthold 
Roberto Accurso
Mathilde 
Marina Rebeka
Hedwige 
Helena Rasker
Chasseur 
Julian Hartman

Nederlands Philharmonisch Orkest

Het Nederlands Philharmonisch Orkest | Nederlands Kamerorkest behoort als vaste orkestpartner van De Nationale Opera tot de beste Europese operaorkesten. Marc Albrecht is sinds 2011 chef-dirigent van het NedPhO|NKO en van De Nationale Opera. Hij leidde onder meer spraakmakende producties van Die Frau ohne Schatten, Schatzgräber, Elektra en Die Meistersinger. Het orkest boekte ook een groot succes met de integrale uitvoering van Der Ring des Nibelungen onder leiding van Hartmut Haenchen.

Het NedPhO|NKO presenteert zich nationaal en internationaal ook in een gevarieerde concertprogrammering. Thuiszaal is Het Koninklijk Concertgebouw. Het orkest verbindt artistieke excellentie met gastvrijheid voor een breed publiek en neemt verantwoordelijkheid voor de toekomst met omvangrijke programma’s voor educatie en talentontwikkeling. Klassieke muziek wordt zo bereikbaar voor iedereen.

MET STEUN VAN:

CMS
    ma 20 jan ‘In de koorscènes weet Audi prachtige tableaus te bouwen. […] tenor John Osborn is geen groot acteur maar legt emotionele nuance

    ‘In de koorscènes weet Audi prachtige tableaus te bouwen. […] tenor John Osborn is geen groot acteur maar legt emotionele nuance in zijn stem – teder verrukt in de liefde, heroïsch in de strijd. Een formidabel uithoudingsvermogen leidde tot enerverend hoge uithalen aan het eind van vier uur opera. Sopraan Marina Rebeka begon wat zoekend maar groeide uit tot een stralende Mathilde. Nicola Alaimo had in de titelrol over meer vocaal gezag en projectie mogen beschikken, maar ontroerde in dialoog met zijn zoontje. De grootste rol is voor het koor, dat zich fit toonde en vooral indruk maakte als woeste menigte. Dat het klankbeeld zelden dichtslibde was ook te danken aan dirigent Paolo Carignani. Hij benutte de wendbaarheid van het Nederlands Philharmonisch Orkest ten volle, voorzag koorscènes van een dansante onderstroom en gaf zangers meestal de ruimte.’

    ma 20 jan Christoph Schmitz, Deutschlandradio (29 januari 2013)

    ‘Eine perfekt gestaltete Bühnenlandschaft, ein erstklassiges Solistenensemble und ein vitaler Chor: Pierre Audis "Guillaume Tell"-Inszenierung an der Oper von Amsterdam hat alles, was ein echt Schweizer Wilhelm braucht. […] Paolo Carignani zieht als Dirigent die Strippen bei diesem musikalischen Großunternehmen. Feinen Sinn fürs Subtile hat er, lässt es mal farbig leuchten und mal kräftig Krachen, wenn es sein muss. Und er zeigt uns vor allem Rossini als einen, der mit dem wundersamen Klangwolkenfinale seiner letzten von 39 Opern weit in die Zukunft der Musik beinahe prophetisch vorausweist - um im Alter von nur 37 Jahren als Opernkomponist für immer zu verstummen. Fast vier Jahrzehnte sollte er noch leben. Sein "Tell"-Finale so wie hier zu hören, ist schon Amsterdamer Verdienst genug.’

    ma 20 jan Peter van der Lint, Trouw (30 januari 2013)

    ‘[…] een briljante enscenering die zo ongeveer aan alle kanten klopt. […] aan het slot […] vangt Audi de bühne in een goudgeel licht, de kleur van het jubelende C-groot waarmee de opera eindigt. Magnifiek en meeslepend. […] Zoals verwacht, stal tenor John Osborn de show als Arnold. […] De zaal ontplofte na zijn beruchte aria in de vierde akte. […] Eigenlijk was de Letse Marina Rebeka dé ontdekking van de avond. Een stem die prettig scherp klinkt en die machtig kan penetreren in de volle klankweefsels. […] In deze sublieme sterrencast was werkelijk geen enkele zwakke plek te ontdekken. Maar de echte hoofdrollen waren voor het koor en het Nederlands Philharmonisch Orkest, hier vakkundig en precies opgezweept door Paolo Carignani. Grote, grote klasse!’