Achter de schermen

Op deze foto’s krijg je alvast een voorproefje van wat er allemaal te zien is achter de schermen van Nationale Opera & Ballet.

Decors worden gemaakt in het decorcentrum in Amsterdam Zuidoost. Vrachtwagens brengen de decors naar Nationale Opera & Ballet.
Achter het toneel zijn er nog drie grote ruimtes waar evenveel plaats is voor decor als op het toneel zelf. Zo’n ruimte heet het ‘zijtoneel’ of ‘achtertoneel.’
Medewerkers van de toneeldienst: op deze foto wordt een zwart achterdoek aan een trek (een ijzeren paal) geknoopt. Wel tien mannen zijn er nodig om het zware doek vast te knopen. Als het doek vast zit gaat de trek automatisch omhoog en hangt er weer een mooi zwart achterdoek.
De belichters hangen kleurenfilters voor de lampen. Daarmee kunnen er op het toneel alle kleuren van de regenboog worden geprojecteerd. Wist je dat in de kap van het toneel zo’n 200 lampen hangen en dat er wel 2000 verschillende kleurenfilters zijn? Welke kleur krijg je als je rood en groen op elkaar schijnt? Geel!
Zonder licht zou een voorstelling er heel saai uitzien. Een lichtontwerper bedenkt samen met de regisseur of de choreograaf een plan welke kleuren licht wanneer moeten schijnen. Als het lichtplan klaar is, worden de lichtstanden ingeladen in een speciale computer.
De voorstellingsleider zit op het zijtoneel achter een grote tafel met knoppen. Hij of zij geeft ‘cues’ dat zijn tekens, aan alle mensen op en om het toneel. Hij zorgt voor wisselingen van decor, licht, opkomst van de artiesten enz. Iedereen heeft een headset op en hoort de cues. De voorstellingsleider is eigenlijk de baas tijdens de voorstelling. Als er iets fout gaat beslist hij of zij wat er moet gebeuren.
Rekwisietenafdeling: op deze afdelingen worden alle voorwerpen gemaakt die tijdens een voorstelling gebruikt worden. Tafels, stoelen, maar ook bloemenvazen, vliegende griezels, vreemde vogels en automatisch bewegende poppen. Er wordt gewerkt met hout, geschilderd, gestoffeerd en geverfd. Ook de special effects worden op deze afdeling gemaakt.
Hoeden en plastische vormgeving: op deze afdeling worden niet alleen hoeden gemaakt maar ook harnassen, vleugels, kronen, sieraden en nog veel meer. Alles wat je maar kunt bedenken waarmee een kostuum wordt versierd.
Kap en grime: de kappers kunnen allerlei soorten pruiken maken of zogenaamde ‘kale hoofden’. Het meeste haar is echt mensenhaar. Elke haar wordt met een haaknaald aan een netje geknoopt. De pruiken lijken net echt. Hoeveel haren gaan er in een pruik denk je?
Hier zie je de zaal. Er zijn 1633 zitplaatsen in totaal.
Nationale Opera & Ballet is een groot theater midden in Amsterdam. In Nationale Opera & Ballet kan je voorstellingen zien van Het Nationale Ballet, De Nationale Opera en soms een voorstelling uit het buitenland. Er werken ruim 600 mensen.
De dansers van Het Nationale Ballet oefenen en repeteren elke dag. Tijdens een rondleiding in Nationale Opera & Ballet kun je altijd even naar een repetitie kijken door de ramen van de studio.
Bij de opera werken 60 mensen in het koor, bij het ballet werken zo’n 80 dansers. Iedereen draagt tijdens de voorstellingen kostuums. De ontwerpers verzinnen hoe de kostuums er uitzien, maar de kostuummakers (mannen en vrouwen) maken ze. Er zijn medewerkers die speciaal opgeleid zijn om herenkostuums te maken, anderen maken vrouwenkostuums. Voor opera en ballet zijn aparte kostuumateliers.
De schoenmakerij: in Nationale Opera & Ballet werkt een speciale schoenmaker, Pia Klepper. Pia kijkt nergens van op, ze kan alles maken; schoenen met opkrullende neuzen of enorme gespen, dierenhoeven of plateauzolen, schoenen in alle kleuren. Elk kostuum krijgt bijpassende schoenen.
De ververij: wist je dat de meeste stoffen geverfd worden? Kostuumontwerpers bedenken met een kleurenwaaier de meest bijzondere kleurencombinaties voor hun ontwerpen.

Op onderstaand filmpje volg je een rondleiding achter de schermen: