Grimm - ballet

Klassiek ballet is in de zeventiende eeuw in Frankrijk ontstaan aan het hof van Lodewijk de Veertiende. Het bijzondere aan klassiek ballet is dat de techniek die toen werd vastgelegd nog altijd de basis vormt. Over de hele wereld gebruikt men tijdens de balletles dus dezelfde oefeningen.

Veel beroemde sprookjesballetten zijn in de negentiende eeuw ontstaan. Klassiek ballet is uitermate geschikt om de idealen van de romantiek, die toen hoogtij vierde, zichtbaar te maken: onmogelijke liefdes, verre landen en betoverende sprookjes.

Klassiek ballet ziet er vaak sierlijk uit. De bewegingen zijn licht en rond en de benen en armen vormen mooie lange lijnen. Er wordt razendsnel gedraaid en torenhoog gesprongen. Soms lijkt het alsof de dansers geen last ondervinden van de zwaartekracht. Een uitgesproken kenmerk van klassiek ballet is het gebruik van ‘vijf basisposities’.

De voeten van een balletdanser zijn tijdens het dansen nooit gewoon naar voren gericht maar altijd 180 graden uitgedraaid. Een danser ontwikkelt daarom heel sterke binnenbeenspieren.


© Deen van Meer

Een andere opvallende eigenschap van klassiek ballet is het dansen op spitzen. Spitzen hebben een harde neus en sterke zolen zodat de danseressen op de punten van hun tenen kunnen dansen. Daardoor lijkt het wel alsof de danseressen de hemel kunnen aanraken.

Onmisbaar in de outfit van een ballerina is de tutu. Een tutu wordt gemaakt van zo’n vier tot zes lagen witte tule. Per rok wordt er wel tien meter van gebruikt!

© Angela Sterling

Deze speciale tutu's zijn ontworpen door Viktor & Rolf © Angela Sterling

Meer informatie over klassiek ballet vindt je hier:

meer over ballet