De Nationale Opera presenteert

OTELLO Giuseppe Verdi (1813-1901)

Deze productie was te zien in april 1999

OTELLO

Giuseppe Verdi
Dramma lirico in quattro atti
Libretto van Arrigo Boito
Wereldpremière 5 februari 1887, Teatro alla Scala, Milaan

Deze productie

Reprise uit het seizoen 1995/1996
Première 10 april 1999

Het verhaal

EERSTE BEDRIJF

Het schip van de Moor Otello, bevelhebber van de Venetiaanse vloot en stadhouder van Cyprus, raakt in een storm, maar weet veilig aan land te komen. Nadat Otello het volk heeft gemeld dat de Turken zijn verslagen en zich met zijn vrouw Desdemona terugtrekt, vieren allen uitbundig de behouden thuiskomst. Slechts twee mannen delen niet in de vreugde: Roderigo, die jaloezie koestert jegens Otello, de man van zijn vroegere geliefde, en Jago, gekrenkt omdat niet hij maar de veel jongere Cassio onlangs door Otello tot kapitein is bevorderd. Jago zint jegens beiden op wraak.

Jago voert Cassio tot dronkenschap vlak voordat deze zijn dienst moet beginnen, waardoor Cassio ruzie krijgt met zijn meerdere Montano. Beiden grijpen naar hun wapen en Montano raakt gewond. Jago laat Roderigo daarop de alarmklok luiden, zodat Otello in zijn liefdesnacht met Desdemona wordt gestoord. Het lukt Otello de gemoederen te bedaren, en hij laat Cassio zijn wapen afgeven. Als ook Desdemona verschijnt, gebiedt Otello allen te verdwijnen. In de stille nacht prijzen beiden hun grote liefde.

TWEEDE BEDRIJF

Jago kent de licht ontvlambare jaloezie van Otello en maakt hiervan listig gebruik. Hij raadt Cassio aan bij Desdemona te pleiten voor zijn zaak. Alleen achtergebleven geeft Jago toe de vertegenwoordiger van het kwaad te zijn. Samen met Otello is hij getuige van een gesprek tussen Cassio en Desdemona. Jago voedt Otello’s jaloezie met verdachtmakingen. Als Desdemona even later bij haar man een goed woordje voor Cassio doet, hem onderwijl het hoofd deppend met haar zakdoek, werpt Otello deze zakdoek woedend van zich af. Emilia, dienstmaagd van Desdemona en echtgenote van Jago, raapt de zakdoek op. Jago neemt die echter direct van haar af.

Otello verlangt van Jago meer bewijzen voor Desdemona’s vermeende ontrouw. Jago liegt hem voor dat hij Cassio in diens slaap heeft horen kreunen om Desdemona. Otello en Jago zweren in eendracht wraak aan de heimelijke geliefden.

DERDE BEDRIJF

Jago bezweert Otello om Desdemona om de bewuste zakdoek te vragen als zij voor de tweede maal Cassio’s zaak bij Otello bepleit. Als zij die niet kan tonen, stoot hij haar van zich af. Cassio verschijnt en spreekt met Jago, die hun gesprek listig - deels in luide bewoordingen, deels gefluisterd - op Cassio’s liefje Bianca brengt. Otello meent evenwel dat beide mannen over Desdemona praten. Wanneer Cassio de hem door Jago stiekem toegestopte zakdoek van Desdemona bewondert, ziet Otello hierin het overtuigende bewijs van Desdemona’s huwelijksbedrog. Bij de feestelijke ontvangst van Lodovico, die de benoeming van Cassio tot stadhouder van Cyprus, en tevens de overplaatsing van Otello naar Venetië aan- kondigt, verliest Otello zijn zelfbeheersing: hij werpt Desdemona op de grond en vervloekt haar, tot grote ontzetting van alle aanwezigen. Als Otello hen ook nog bedreigt, vluchten zij in paniek weg. Alleen Jago blijft achter en ziet tot zijn volle tevredenheid Otello in volledige ontreddering. Even tevoren heeft Jago nog snel Roderigo aangeraden Cassio te vermoorden, want alleen dan zullen Otello en Desdemona, van wie hij houdt, op Cyprus blijven.

VIERDE BEDRIJF

Met angstige voorgevoelens bereidt Desdemona zich voor op de nacht. Zij zingt het Lied van de Wilg over een meisje dat aan haar verbroken liefdesrelatie te gronde gaat. Vervolgens bidt zij het Ave-Maria en sluimert in.

Otello kust haar wakker en kondigt aan dat zij voor haar bewezen ontrouw moet sterven. Desdemona smeekt hem om een kans haar onschuld te bewijzen, maar Otello wil hier niet van horen. Bovendien, zo deelt hij mee, is Cassio net gestorven. Desdemona’s maar al te goed zichtbare ontzetting over dit nieuws wordt haar noodlottig: Otello wurgt zijn vrouw.

In paniek komt Emilia binnen en meldt dat Cassio zojuist Roderigo heeft gedood. Zij ziet de stervende Desdemona en schreeuwt om hulp, waarop Cassio, Lodovico, Jago en Montano de slaap kamer betreden. Ten overstaan van Otello en de anderen vertelt Emilia de ware geschiedenis van Desdemona’s zakdoek. Nadat Jago weggevlucht is, verlangt Lodovico van Otello diens degen. Deze weet zijn totale vernedering te ontgaan door zichzelf met een dolk te doden. Stervend tracht hij een laatste kus op de lippen van zijn dode Desdemona te drukken.

Team, Cast en Koor

Muzikale leiding 
Carlo Rizzi
Regie 
Klaus Michael Grüber
Instudering regie 
Saskia Boddeke, Ellen Hammer, Klaus Michael Grüber
Decor 
Eduardo Arroyo
Kostuums 
Lia Doornekamp, Moidele Bickel
Licht 
Vinicio Cheli
Choreografie 
Giuseppe Frigeni
Orkest 
Nederlands Philharmonisch Orkest
Koor 
Koor van De Nederlandse Opera
Instudering koor 
Brian Fieldhouse
Kinderkoor 
Geert Grooteschool, Amsterdam
Instudering kinderkoor 
Brian Fieldhouse, Jason Orringe
Otello 
Vladimir Bogachov
Iago 
Timothy Noble
Cassio 
Vicente Ombuena
Roderigo 
Jorge Perdigon
Lodovico 
Andrea Silvestrelli
Montano 
Orazio Mori
Un araldo 
Nico Pouw
Desdemona 
Elena Prokina
Emilia 
Catherine Keen