De Nationale Opera presenteert

AIDA Giuseppe Verdi (1813-1901)

Deze productie was te zien in mei 2000

AIDA

Giuseppe Verdi
Opera in quattro atti
Libretto van Antonio Ghislanzoni
Wereldpremière 24 december 1871, Khedivial Opera House Cairo, Egypte

Deze productie

Nieuwe productie
Première 31 mei 2000

Het verhaal

Egypte en het naburige Ethiopië zijn al lange tijd met elkaar in oorlog. Bij een recente veld­slag hebben de Ethiopiërs het onderspit ge­dolven, en tussen de gevangenen werd ook de konings­doch­ter Aida meegevoerd. Zonder dat iemand haar identiteit kent, is zij nu als slavin in dienst van Amneris, de dochter van de farao. Aida en Rada­mès hebben een heime­lij­ke liefde voor elkaar opgevat, terwijl ook Amneris verliefd is op deze jonge officier.

 
EERSTE BEDRIJF
 
Eerste tafereel
 
Ethiopië heeft opnieuw de aanval ingezet, en de hogepriester Ramfis laat weten dat de godin Isis de nieuwe Egyptische bevelhebber heeft aangewezen. Radamès hoopt dat hij voor deze taak is uitverkoren, want als Egypte onder zijn leiding de zege behaalt, zal de koning hem mis­schien met Aida laten trouwen. Amneris weet niets van de liefde tussen Radamès en Aida, maar als zij ziet hoe beiden op elkaar reageren, begint ze te vrezen dat haar eigen slavin haar rivale is.
De koning maakt bekend dat Radamès het Egyptische leger zal aanvoeren. Deze be­noe­ming wordt met gejuich begroet, en iedereen wenst dat de nieuwe veldheer als overwinnaar zal terugkeren. Aida sluit zich hierbij aan, maar raakt in tweestrijd als ze beseft dat zij hiermee haar eigen volk de nederlaag heeft toegewenst.
 
Tweede tafereel
 
In de tempel van Vulcanus wordt Radamès als nieuwe aanvoerder ingehuldigd, en allen bidden de goden om steun tijdens de komende veld­slag.
 
TWEEDE BEDRIJF
 
Eerste tafereel
 
Als de Egyptische troepen de overwinning heb­ben behaald, liegt Amneris Aida voor dat Ra­da­mès is gesneuveld. Aida’s reactie bevestigt Amneris’ vermoeden, en woedend geeft zij te kennen dat Aida zich in de strijd om Radamès’ liefde zal moeten meten met haar, de dochter van de farao. Bijna had Aida haar eigen, niet minder koninklijke afkomst onthuld, maar zij beheerst zich en smeekt de goden om erbarmen.
 
Tweede tafereel
 
Het Egyptische leger wordt juichend ingehaald, en de koning belooft Radamès dat al zijn wen­sen vervuld zullen worden. Tussen de krijgs­ge­vangenen ontdekt Aida haar vader, Amonasro, die haar bezweert zijn identiteit geheim te houden. Radamès vraagt om de vrijlating van alle gevangenen, maar onder druk van de priesters beslist de koning dat Aida en haar vader als gijzelaars aan het hof zullen blijven. Bovendien geeft hij Radamès de hand van Amneris ten geschenke, waardoor de situatie voor Aida en Radamès uitzichtloos lijkt.
 
DERDE BEDRIJF
 
Begeleid door Ramfis begeeft Amneris zich naar de tempel van Isis om de zegen van de godin af te smeken voor haar huwelijk met Radamès. Niet ver daarvandaan heeft Aida een heimelijke afspraak met haar geliefde. Zij denkt vol weemoed terug aan haar vaderland, maar wordt in haar mijmeringen gestoord door haar vader, die wil dat zij zorgt dat Radamès haar verklapt langs welke route het Egyptische leger Ethiopië binnen zal trekken. Aanvankelijk wei­gert Aida, maar Amonasro zet zijn dochter dus­danig onder druk dat zij deze bedriegersrol op zich neemt. Zij weet Radamès zover te krijgen dat hij bereid is samen naar Ethiopië te vluch­ten, en nietsvermoedend noemt hij de naam van een veilige grensovergang. Triomfantelijk komt Amonasro uit zijn schuilplaats tevoorschijn, maar even later zijn ook de priesters en Am­ne­ris ter plekke, en Radamès wordt van land­ver­raad beschuldigd. Terwijl Amonasro en Aida zich uit de voeten maken, geeft Radamès zich aan Ramfis over.
 
VIERDE BEDRIJF
 
Eerste tafereel
 
Amneris laat de gevangen Radamès bij zich brengen en belooft hem de koning om genade te smeken, op voorwaarde dat hij zijn liefde voor Aida afzweert. Radamès weigert dit en laat zich vervolgens zonder enige vorm van verzet door de priesters ter dood veroordelen. De smeek­beden van Amneris halen niets uit, en in haar wanhoop vervloekt zij zowel haar eigen jaloezie als het onmenselijke priesterdom.
 
Tweede tafereel
 
Gevangen in het onderaards gewelf wacht Radamès op de dood als blijkt dat Aida zich ook heeft laten insluiten. Vol treurige berusting nemen de geliefden afscheid van het leven, terwijl Amneris bidt voor Radamès’ zielenrust.
 

Team, Cast en Koor

Muzikale leiding 
Riccardo Chailly
Regie 
Klaus Michael Grüber
Medewerking regie 
Ellen Hammer
Decor 
Eduardo Arroyo
Kostuums 
Eduardo Arroyo en Lia Doornekamp
Licht 
Dominique Borrini
Choreografie 
Andy de Groat & Red Notes
Orkest 
Koninklijk Concertgebouworkest
Koor 
Koor van de Nederlandse Opera
Instudering koor 
Winfried Maczewski
Il Re 
Andrea Silvestrelli
Amneris, sua figlia 
Violeta Urmana
Aida, schiava Etiope 
Michèle Crider
Radamès, capitano delle guardie 
Richard Margison
Ramfis, capo dei sacerdoti 
Giorgio Giuseppini
Amonasro, re d'Etiopia e padre d'Aida 
Mark Rucker
Un messaggero 
Jorge Perdigon
Gran Sacerdotessa 
Lori Phillips