De Nationale Opera presenteert

SAMSON ET DALILA Camille Saint-Saëns (1835-1921)

Deze productie was te zien in augustus 1992

Samson et Dalila

Camille Saint-Saëns
Opéra en trois actes
Libretto van Ferdinand Lemaire
Wereldpremière 2 december 1877, Grossherzogliches Theater, Weimar

Deze productie

Nieuwe productie
Coproductie met het Bregenzer Festspiele
Première 31 augustus 1992

Het verhaal

De Hebreeërs in Palestina worden op een brute wijze onderdrukt door de Filistijnen. Op een dag verzamelt zich een grote groep Hebreeërs om te bidden tot God om hen van het juk van de slavernij te bevrijden. Een van hen, Samson, bepleit een onwankelbaar geloof in hun God en hij probeert het volk op deze manier moed in te spreken. Abimélech, de satraap van Gaza, bespot de Hebreeuwse God, die niet eens in staat blijkt zijn eigen volk te helpen. Maar de geest van God komt over Samson en zet de Hebreeërs aan tot een opstand, waarbij Abimélech het eerste dodelijke slachtoffer is. Dit alles zet kwaad bloed bij de Filistijnen, en hun Hogepriester zweert deze wandaden te wreken. Wanneer de Hebreeërs zich gezamenlijk tot God wenden  om hem te bedanken voor hun bevrijding, verschijnen enkele bekoorlijke jonge meisjes. Onder hen bevindt zich Dalila, die haar lof betuigt aan de held Samson en hem uitnodigt met haar naar het Sorek-dal te gaan. Een oude Hebreeër waarschuwt voor de listen van deze mooie vrouw. Samson, die is verward door tegenstrijdige indrukken, laat haar alleen naar huis gaan.

Dalila is echter overtuigd van Samsons gevoelens voor haar, en in het Sorek-dal wacht ze ‘s avonds op zijn komst. De Hogepriester, die op de hoogte is van Dalila’s verliefdheid, ziet haar als een instrument tegen de opstandige Hebreeërs, en hij draagt haar op te achterhalen waarin Samsons geheime kracht schuilt. Wanneer zij hem die kracht weet te ontnemen, zal zij rijkelijk worden beloond. Dan verschijnt Samson, nog steeds gekweld door twijfels. Daar hij de bevrijder van zijn volk is, moet hij zijn liefde onderdrukken. De nu wederom versmade en gekrenkte Dalila brengt hem met haar charmes aan het wankelen. Samson kan de verleiding niet weerstaan, en uiteindelijk lukt het Dalila zijn geheim te ontfutselen. Nadat ze zijn lange haar, waarin de goddelijke kracht besloten ligt, heeft afgeknipt, levert ze hem uit aan de Filistijnse soldaten die hem, na zijn ogen te hebben uitgestoken, gevangen nemen.
 
In de gevangenis van Gaza smeekt de blinde en geboeide Samson God om vergiffenis, en hij stelt zijn leven in ruil voor de vrijheid van de Hebreeërs. Dan wordt hij uit de gevangenis gehaald en naar de tempel van de Filistijnse afgod Dagon gebracht, waar een groot overwinningsbacchanaal plaatsvindt. Samson wordt door Dalila en de Hogepriester bespot. Hij smeekt God om zijn kracht terug te krijgen. Uiteindelijk wordt zijn wens verhoord: met zijn bovenmenselijke kracht laat hij de tempel instorten. Allen worden onder de brokstukken bedolven.

Team, Cast en Koor

Muzikale leiding 
Hartmut Haenchen
Regie 
Steven Pimlott
Instudering regie 
Andrea Raschèr en Steven Pimlott
Decor en kostuums 
Tom Cairns
Licht 
David Cunningham
Choreografie 
Aletta Collins
Orkest 
Nederlands Philharmonisch Orkest
Koor 
Koor van De Nederlandse Opera
Instudering koor 
Winfried Maczewski
Samson 
William Cochran
Dalila 
Catherine Keen
Le Grand-Prêtre de Dagon 
Philippe Rouillon
Abimelech 
Gabor Andrasy
Un vieillard Hébreu 
Pieter van den Berg
Un messager 
Leo Geers
1er Philistin 
Marten Smeding
2ème Philistin 
Jan Alofs